Van boeken tot tv: de veelzijdigheid van Ronit Palache
verhaal, gepubliceerd op 26 Aug 2020, door Christabel Kaptein

Op een herfstige maandagmiddag ontmoet ik Ronit Palache in café Kantoor op het Westergasterrein. Als ze binnenkomt moet ze even zoeken, maar schuift daarna met een glimlach aan. Haar haar zit los en ze veegt het uit haar ogen terwijl ze haar oorwarmers af doet. Café Kantoor zit vlakbij haar huidige werkplaats: de studio van PAUW. Ronit werkt hier als freelancer op de redactie. Ze stelt met een team de inhoud van de volgende uitzending samen. De talkshowwereld vindt ze interessant omdat ze zo op een journalistieke manier bezig kan zijn met de verhalen van mensen.

Ronit komt uit een groot joods gezin uit Amstelveen, maar woont het merendeel van haar leven in Amsterdam. Toen ze ouder werd, nam ze min of meer afscheid van de Joodse gemeenschap die ze als te klein en benauwend ervaarde. Zij wilde haar wereldbeeld vergroten en zo veel mogelijk kennis vergaren. Dit deed ze bijvoorbeeld door veel te lezen. Desondanks bleef ze wel altijd interesse hebben in haar voorgeschiedenis. “Ik ben me erg bewust van mijn achtergrond. Mijn familie heeft een lange traditie in Joods Amsterdam als een van de eerste, zeventiende-eeuwse immigranten uit Portugal, Spanje en Marokko.” Laatst zat ze nog in het programma Verborgen Verleden van Nederland. “Ik hoor bij een klassiek Portugees-Joodse familie. Mijn grootvader was een soort afgezant van de Marokkaanse koning en goed bevriend met prins Maurits.” De geschiedenis van haar familie geeft haar een gevoel van verbondenheid. “Ik herken heel veel in mijn voorvader. Hij was zo’n grappig wezen dat op een soort kameleontische manier de wereld over zwierf. Hij kon zich dus heel goed in allerlei verschillende werelden begeven zonder zijn afkomst te verloochenen, dat is wel iets waarin ik mij herken. Dat je je open wil stellen en tolerant wil zijn naar de wereld om je heen, en naar buiten toe en dat je tegelijkertijd niet vergeet waar je vandaan komt. Dat zijn kenmerken die ik echt bij hem terugvind. Ook bij andere familieleden door de eeuwen heen.”

Ronit schreef in 2016 zelf een boek: Ontroerende onzin. Dit gaat over de joodse identiteit in het Nederland van nu waarvoor ze 250 mensen interviewde over hun jodendom. Volgens Ronit is het jodendom veel meer dan alleen religie, het is ook heel erg een gemeenschap. “Voor de meeste mensen die ik heb geïnterviewd is religie niet het meest doorslaggevende element voor hun joodse identiteit; het is veelal cultureel bepaald. Het draait heel erg om familie, geschiedenis en het onderdeel zijn van een schakel binnen een veelzijdige en kleurrijke cultuur.” In die hoek zit zij zelf ook meer. “Het is meer de wetenschap dat je onderdeel bent van een schakel die je bewust maakt, dan dat je echt per se in God gelooft. Dat doe ik namelijk helemaal niet.” Zij benadrukt ook een ander aspect van haar familiegeschiedenis. “Er was echt een verbintenis met de stad Amsterdam. Als je het hebt over het jodendom, ja ik voel me zeker joods, maar ik voel me ook heel erg Amsterdammer, een joodse Amsterdammer. Dat gevoel is sterk door die afkomst bepaald.”

Na haar middelbare school studeerde Ronit journalistiek in Utrecht. Nadat ze die studie had afgerond begon ze bij weekblad Elsevier. “Elsevier bleek een ontzettend goede leerschool te zijn met mensen die ik nog steeds heel veel spreek en zie. Het was echt een bijzondere plek waar ik veel heb geleerd.” Maar onderhuids zat nog een verlangen om verder te groeien, verder te leren. “Ik wilde meer met de literaire wereld, het culturele heeft me altijd zeer getrokken en bij Elsevier ligt de nadruk toch een beetje onevenredig op politiek en economie. Bovendien dacht ik: er werken toch ook wel veel oude mannen hier, ik moet hier niet voor altijd blijven plakken. Het was wel mijn eerste baan en ik was super jong. Toen de kans zich voordeed een overstap te maken naar de mij zo begeerde literaire wereld heb ik dat gedaan.”

Ronit ging werken bij Uitgeverij Prometheus. “Ik had eigenlijk drie banen daar. Ik was hoofd van de Pr-afdeling en deed gelijktijdig de redactie van een aantal auteurs als Connie Palmen en Griet Op de Beeck. En ook van een aantal Elsevier-achtige types: Meindert Fennema, Frits Bolkestein. Mijn laatste vijf jaren daar was ik eveneens verantwoordelijk voor de Buitenlandse rechten, als Foreign Rights Manager waarvoor ik jaarlijks de grote boekenbeurzen in Londen, Parijs en Frankfurt bezocht. Mijn internationale netwerk is daardoor enorm uitgebreid en ik kreeg er de kans mijn liefde voor vreemde talen verder te ontwikkelen en in te zetten.’

Maar ook hier bleef het verlangen knagen om zich verder te ontwikkelen en dus was ook Prometheus niet haar eindbestemming. “Ik heb heel lang getwijfeld wat ik nou wilde doen. Ik heb namelijk altijd heel veel buiten mijn werk gedaan, zoals een talkshow in de Rode Hoed met vriendin en Volkskrant-journaliste Corine Koole: Onbekend Bemind. Daarvoor interviewden wij onbekende Nederlanders. Ik heb nu nog steeds een talkshow in de Academische Club van de UvA waar ik wetenschappers interview en een tijdlang deed ik de literaire gesprekken bij een literaire salon in het Ambassadehotel. Enig! Op regelmatige basis deed ik publieke interviews met schrijvers, en schreef ik voor kranten en bladen als Parool, Algemeen Dagblad en Vrij Nederland.

Ronit houdt er duidelijk niet van om stil te zitten. “Ik wil sowieso, wat ik ook ga doen, er dingen bij kunnen doen. Want ik hou er heel erg van om te kunnen afwisselen, dat je niet maar één ding doet.” Na Prometheus besloot ze de overstap te maken naar tv: ze ging werken bij PAUW. Dit is nu haar tweede seizoen dat ze als freelancer bij het programma op de redactie werkt. “Als je freelancer bent, hou je alle opties open en kun je afwisselen. Dus als ik drie maanden PAUW wil doen en dan drie maanden aan mijn boek wil werken, kan ik dat combineren.”

In februari 2020 komt haar nieuwe boek uit: een bloemlezing van het werk van Ischa Meijer. Nu begint de stress wel een beetje toe te slaan. “Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik die deadlines echt verafschuw. Aan de ene kant heb ik ze nodig, maar ik raak er ook altijd van in paniek. Deadlines en perfectionisme laten zich moeilijk versmelten. Het is voor mijn omgeving altijd heel heftig als ik een stuk moet schrijven.” Ze lacht erbij. Er zit waarheid in, maar ze kan er grappen om maken. “Je kan niet zonder deadlines en je kan niet met ze. Maar het komt uiteindelijk altijd wel weer goed.”

Wat de toekomst brengt? Daar doet ze geen uitspraken over. De tv-wereld bevalt haar voorlopig goed, maar of ze er voor altijd in zou willen blijven werken weet ze niet. Wat haar droom echt is? Een talkshow over boeken, maar dan zonder de statische opzet waarin zulk soort programma’s meestal worden gegoten. Juist een show die aantrekkelijk is voor jongeren ook. Het is toch heerlijk om ook een nieuwe generatie aan het lezen te krijgen? “Ik heb wel een soort stiekeme ambitie om ooit een boekenprogramma te maken. Dan zou ik een beetje die liefde voor journalistiek en literatuur combineren, dat lijkt mij ideaal.”