René Sommer: ‘Je kan door het publiek op het juiste spoor worden gezet’
verhaal, gepubliceerd op 01 Nov 2021, door Sofie Bongers

René Sommer is de eindredacteur voor Pointer, het platform voor onderzoeksjournalistiek van de KRO-NCRV. Online, via radio en op tv, kaart het platform misstanden aan met onder andere hulp van het publiek: ‘Soms lees ik iets en denk ik: “Dit is too good to be true”.’

Het is een regenachtige vrijdagmiddag op de eerste dag van oktober. Het weekend staat voor de deur, maar op de redactie van Pointer wordt nog hard gewerkt door een aantal journalisten. De whiteboards staan nog volgeklad met ideeën voor nieuwe producties. Grote, met blauwe viltstift aangebrachte vraagtekens springen in het oog.

Dat vraagtekens zetten bij het nieuws is kenmerkend voor Pointer: het platform speurt onder andere misinformatie op en wil op die manier misstanden in de maatschappij aankaarten. Instanties, mensen en organisaties die elastisch omgaan met de waarheid vallen ten prooi aan Pointer. Dit doet de redactie door klassiek dossieronderzoek te combineren met de nieuwste onderzoektools, zoals datajournalistiek en crowdsourcing. Dat laatste houdt in dat het publiek kan bijdragen aan de journalistieke producties van Pointer. De opziener van al deze producties: René Sommer, de eindredacteur.

Sommer neemt plaats achter een grote witte tafel en schuift de krant van vandaag opzij. Op de vraag waarom er zo weinig over hem te vinden valt op het wereldwijde web, antwoordt hij rustig en resoluut: ‘Ik zoek de interviews zelf niet op, dat vind ik niet zo interessant. De verhalen die ik met Pointer maak zijn interessant.’

Hoe ziet jouw werk als eindredacteur bij Pointer eruit?
‘Het is eigenlijk simpel: als eindredacteur ben ik eindverantwoordelijke, zowel voor de financiën als voor de inhoud. Ik waak over de begroting, maar zorg ook voor samenwerkingen met andere media, zoals Follow The Money en De Groene Amsterdammer.

Mijn dagelijkse werk bestaat voornamelijk uit praten met journalisten. We bespreken of het onderwerp past binnen het format, of we het onderwerp scherper kunnen krijgen en of er wel genoeg variatie in de verhalen zit. We willen impact maken met de verhalen, dus dan moet je goed overleggen hoe je dit aanpakt. Het is een samenspel: soms voeg ik iets toe aan een onderwerp, andere keren initieer ik zelf een onderwerp.’


René Sommer op de redactie van Pointer, Foto: Sofie Bongers

 

Pointer schrijft veel over misinformatie. Hoe herken je een verhaal dat niet klopt?
‘Je creëert door de jaren heen een journalistieke radar. Soms lees ik iets en denk ik: “Dit is too good to be true”. Vervolgens ga ik dat uitzoeken en vaak is het ook te mooi om waar te zijn. In het begin van de coronacrisis dook er bijvoorbeeld een filmpje op van een man die door een Duits ziekenhuis wandelt. De kamers en wandelgangen zijn leeg; er is volgens hem geen sprake van drukte. Hierdoor leek het alsof het meeviel met het aantal coronapatiënten. We gingen met het team achterhalen waar het filmpje vandaan kwam. Een vleugel van het ziekenhuis bleek leeg te staan, waardoor we dat filmpje als een hoax konden bestempelen.’

 “Ik geloof in the wisdom of the crowd”

Hoe achterhaal je dat?
‘Er zijn tal van technieken, maar we proberen ook het publiek erbij te betrekken. Dat doen we om ze een beetje uit te dagen en zo een gemeenschap op te bouwen. Bovendien levert het ons veel op, omdat we sneller te werk kunnen gaan. We posten bijvoorbeeld wel eens een foto van een camerabeeld op Instagram met de vraag of iemand weet waar de foto is genomen. Af en toe krijg je een heel specifieke reactie, zoals: “Ik herken die lamp, die wordt alleen in Duitsland gebruikt.” Op die manier kom je veel sneller aan informatie die je nodig hebt. Ik geloof in the wisdom of the crowd. Natuurlijk moet je nog een extra check doen, dat is je taak als journalist. Maar dan ben je wel al door het publiek op het juiste spoor gezet.’

Is het nog journalistiek te noemen wanneer niet-journalisten zo’n grote bijdrage leveren aan producties?
Zeker wel. Als journalist hanteer je een aantal basisregels en die zullen niet snel veranderen. Er is sprake van hoor en wederhoor, het gebruik van meerdere bronnen en je doet altijd zelf de factchecks. Zolang je zelf de regie houdt, ben je in mijn ogen journalistiek aan het bedrijven.’

Het inzetten van het publiek is iets van de afgelopen jaren: vindt er momenteel een verandering plaats van een passieve nieuwsconsument naar een actieve nieuwsconsument?
‘Ja, dat kun je wel stellen. Met de komst van sociale media zijn mensen veel sneller geneigd om overal vragen bij te stellen, ze consumeren het nieuws op een andere manier dan voorheen. Het is tegenwoordig lastig om een algemeen beeld te krijgen van de wereld door de werking van algoritmes. Jouw informatiewereld bestaat voornamelijk uit input van degenen die jij volgt of met wie je online bevriend bent. Mensen kunnen in die online wereld ook veel beter zelf dingen opzoeken. Dit maakt ze al een stuk actiever dan voorheen. De kracht van de groep is immers ook nodig om alle collectieve kennis te kunnen delen. Je bent met een groepje van vijf journalisten redelijk beperkt in je tijd en kennis. Aangezien alles steeds sneller gaat door sociale media is het gezien de actualiteit van

“Het draait allemaal om hetzelfde: de zaak onthullen”

Niet alleen samenwerkingen met het publiek zijn van belang. Jullie werken ook steeds vaker samen met andere nieuwsmedia. Je noemde al FTM en De Groene. Waarom zoeken jullie die samenwerkingen op?
‘Het heeft er wederom mee te maken dat jouw eigen platform soms te weinig expertise heeft. Ik denk dat we in het huidige medialandschap leren dat de samenwerkingen een stuk praktischer werken. FTM is ijzersterk in het onderzoeken van financiële constructies. Pointer heeft daar minder verstand van, maar wij gebruiken dan weer meer moderne onderzoekstools. Ik denk dat die samenwerking de toekomst heeft. Of je nu samenwerkt met andere media of met het publiek, het draait om hetzelfde: de zaak onthullen. Iedereen wil inzichten krijgen in misstanden.’

Die patronen van misinformatie zijn ook deels te schetsen aan de hand van factchecks. Wat is het belang van factchecks in de blootlegging van dit systeem?
‘Factchecks zijn een kracht waar je niet meer aan ontkomt. Het is een manier om aandacht te krijgen voor misinformatie. Foutieve informatie ontstaat vrij snel op socialemediaplatformen.’

Sommer kijkt bedenkelijk.

‘Ik weet echter niet of alle nieuwsmedia gaan factchecken. De NOS zie ik bijvoorbeeld niet zo snel factchecks doen; hun primaire taak blijft berichtgeving. Daar moet je als nieuwsmedium keuzes in maken. Voor factcheckbureaus geldt ook: je kan bezig blijven. Je moet keuzes maken in wat je factcheckt en wat niet. Soms vraag ik me ook af wat het daadwerkelijk zegt. Ik denk dat die stap nog iets meer mag worden gemaakt. Een bericht bevat niet alleen foutieve informatie, maar er schuilt ook een verhaal achter.’

Gaat die stap binnenkort worden gemaakt?
‘Ik zie steeds vaker in studies het nut van factchecks verschijnen. Het bereik wordt steeds groter en met name wetenschappers vinden dat zinvol. Bij het factchecken gaat het voornamelijk om de berichtgever die mogelijke misinformatie verspreidt, waardoor je factchecks soms niet meer links kan laten liggen. Dat zie je bijvoorbeeld in Amerika, waar het allemaal meer gepolariseerd is. Is de berichtgever van de misinformatie de belangrijkste man van het land? Dan moet je er iets mee. Als we kijken naar de Nederlandse politiek, dan zie je bijvoorbeeld dat Baudet foutieve informatie verspreidt. Hij is ook een fractievoorzitter van een partij die je serieus moet nemen.’

 Baudetstemmers zijn misschien niet de mensen die factchecks lezen. Hebben de factchecks dan nog een doel?
‘Dat kan je je inderdaad afvragen. In principe zijn de uitspraken ook al gedaan, de informatie is al verspreid. Op die manier is factchecken ook achter de feiten aanlopen. Er is geen wetmatigheid voor, je moet als nieuwsmedium zelf die keuze maken en kijken wat je wil bereiken met die factcheck.’

Je had het net over ‘impact’ hebben. Is dat het doel voor jullie onderzoeksjournalistieke platform?
‘Hetgeen je onderzoekt moet belangrijk genoeg zijn om te onderzoeken. Die impact is dus een validatie. Je wil laten zien: “Kijk eens wat we boven water hebben gehaald.” Je wil dat het opvalt en dat het wordt opgepakt.’

Door wie moet het worden opgepakt? De Kamer?
Als je publicatie leidt tot Kamervragen is dat mooi, maar dat wil niet zeggen dat er ook iets gaat veranderen in een beleid. In sommige gevallen is het voor de Kamer ook een koren op zijn molen; een productie kan een partij heel goed uitkomen. Wanneer we iets maken over duurzaamheid, kan GroenLinks daar bijvoorbeeld iets mee. Impact is een ingewikkeld begrip binnen de journalistiek, omdat je vooraf niet een doel stelt bij het maken van een productie. Daarentegen wil je wel dat er íets mee wordt gedaan.’

“Het is niet aan de journalistiek om de wereld te veranderen”

Je hebt nooit als doel: deze publicatie moet leiden tot Kamervragen?
Nee, zeker niet. Het is niet aan de journalistiek om de wereld te veranderen. Voor ons is de taak het blootleggen van misstanden of gaten in een systeem. Daar doe je berichtgeving over. Wat er dan mee wordt gedaan, is aan andere partijen.’

Is het met name aan de onderzoeksjournalistiek om deze misstanden bloot te leggen?
‘Journalistiek is er in verschillende gradaties. Sommige onderzoeken hebben nu eenmaal meer tijd nodig. Ik hou niet van de discussie wat wel of geen onderzoeksjournalistiek is. Journalistiek vertelt je iets wat je nog niet weet. Het is aan de journalisten welke methode ze daarvoor gebruiken. Maar ik weet niet of de klassieke benadering, met al het dossierwerk, in alle gevallen nog werkt. Soms heb je nu eenmaal de stemmen van het publiek nodig binnen een onderzoek. Inmiddels leven we in een tijdperk waarin die nodig zijn om zaken boven water te krijgen. ’