Quote-hoofdredacteur Sander Schimmelpenninck: “Chic, een stage bij het NRC, maar word geen bubbeljournalist”
verhaal, gepubliceerd op 01 Oct 2019, door Linette van Vlodrop

Sander Schimmelpenninck (35) is hoofdredacteur van de Quote en sinds september schrijft hij om de 2 weken een column in de Volkskrant. Ik sprak Sander over vrouwen op de redactie, zijn angsten en inspiratiebronnen, maar ook over het vak journalistiek en zijn kritische uithalen.

Soms ben ik gewoon een pestkop en ben ik keihard

In televisieprogramma’s zeg jij altijd de juiste dingen, laat nooit stiltes vallen, overal heb je een antwoord op. Kost dit je veel moeite of gaat dat vanzelf?

Dat zit in mij. Maar ik beperk me wel tot onderwerpen waar ik iets vanaf weet. Het lijkt voor de buitenwacht, de kijkers, al snel alsof iemand op televisie heel vaak ‘ja’ zegt, om ergens iets over te zeggen, maar ik zeg op uitnodigingen negen van de tien  keer ‘nee’. Het is logisch dat mensen je al snel zien als iemand die altijd iets zegt of altijd ergens  een mening over heeft. Maar dat is echt niet zo.  Ik ben bijvoorbeeld dit hele kalenderjaar nog helemaal niet bij Jinek, of DWDD of Pauw geweest, omdat ik gewoon nee zeg.

En zijn er programma’s waar je graag zou willen aanschuiven, mocht je uitgenodigd worden?

Talkshows moet je niet onderschatten. Vroeger schoof men aan, om promotie te maken voor zichzelf, maar nu is dat steeds minder. Onze generatie kijkt steeds minder televisie, dus je doet dat alleen voor de wat oudere generatie. Het lastige van het vak journalist anno nu, dat als je als journalist bereikt wil worden, dat je heel multifunctioneel moet zijn. Je moet verschillende kanalen kunnen bedienen en bij al die verschillende kanalen de juiste toon aanslaan.

Hoe doe jij dat? 

Soms ben ik op Twitter gewoon een pestkop, en dan kei hard. Op televisie, als je bijvoorbeeld een programma maakt over familiebedrijven, dan ben je juist een beetje op de achtergrond. Daarnaast moet je menselijk, warm en geïnteresseerd zijn. Elk medium heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing.

Hoe zie jij je rol binnen bepaalde discussies, neem je wel eens een bepaald standpunt in waarvan je weet dat deze tot discussies leidt?

Bedoel je: zeg je wel eens iets om te provoceren, terwijl je het eigenlijk niet meent? Nee, ik zeg alleen maar dingen die ik meen. Dat gevoel hebben veel mensen wel eens, voor bij publieke spann en opiniemakers. Dat gevoel heb ik zelf ook wel eens bij Marianne Zwagerman, of dat soort types… Ja, daar denk je wel eens bij:  jij zegt dit omdat je in het nieuws wilt komen. Maar ik heb dat niet. In een column zit natuurlijk wel eens provocatie bij, in de manier waarop je dingen zegt. Soms zeg of schrijf ik de dingen wel eens wat ongenuanceerder of scherper, omdat ik weet dat je daarmee een reactie krijgt. Maar bewust iets zeggen waar je niet achter staat, nee.

Welk medium heeft jouw voorkeur? 

Schrijven. Je kunt er beiden in kwijt en ik vind het kunstiger.

Je bent ook net begonnen als columnist bij de Volkskrant…

Ja spannend! Ik moet elke twee weken iets leveren, dat geeft soms best wel druk.

En heb je dan al wat liggen waar je over zou willen schrijven?

Nee, ik doe altijd alles last-minute. Dat is heel erg, maar dat werkt voor mij het best. Ik heb deadlines nodig, een zwaard boven m’n hoofd, anders doe ik niks.

En ben je wel eens zenuwachtig of onzeker voor zo’n naderende deadline of een tv-programma waar je aanschuift?

Ik heb pas een column gemaakt en dat vond ik een prima column. Maar snel onzeker niet. Ik ben wel eens zenuwachtig, ik weet nog heel goed, de eerste keer dat ik naar De Wereld Draait Door moest, was ik echt fucking zenuwachtig. Je voelt dan natuurlijk ook de verantwoordelijkheid, je bent immers het uithangbord van de Quote.  Als ik dat dan zou verneuken, heeft iedereen hier daar last van. Daar voel ik dan toch: dat moet ik goed doen voor alle mensen bij Quote.

Hoe is de man-vrouw verhouding eigenlijk op de Quote redactie?

Dramatisch, we hebben alleen maar schrijvende mannen op de redactie. We hebben wel vrouwen op de redactie maar die zijn niet schrijvend, maar voornamelijk van marketing. We hebben wel een paar hele goede – bijna alleen maar trouwens – vrouwelijke freelancers. Dus je ziet veel goede vrouwen in de journalistiek vaak freelancers zijn. Dus die willen niet voor één bepaald medium schrijven. Daar komt ook nog eens bij dat weinig vrouwen alleen maar  financiële journalistiek willen doen.

Zou je niet een oproep willen doen aan bijvoorbeeld vrouwelijke studenten?

Journalisten zijn in zekere zin vaak een reflectie van de wereld waarover ze schrijven; voetbaljournalisten zijn natuurlijk ook vaak man, omdat de voetbalwereld om mannen draait. De zakelijke wereld, de wereld van ondernemen is toch voor negentig procent man. Het is dan niet heel onlogisch dat het vooral mannen zijn die daarover willen schrijven.

En heeft de Quote ook alleen maar mannen als lezers?

Nou, veel minder. In het lezerspubliek is de verhouding zeventig procent man en dertig procent vrouw. Maar ik wil helemaal geen mannenblad zijn. Ik vind de Quote een blad voor mannen en voor vrouwen. Maar ook ondernemerschap, geld, vermogen en de verhoudingen tussen arm en rijk, of verantwoordelijk, rijk en welvarend zijn zijn onderwerpen voor man én vrouw. Vrouwen vinden het toch echt moeilijk om onze wereld interessant te vinden.

Waar ligt dat dan aan?

Ik kan daar niet zo goed mijn vinger op leggen, maar de economische interesse van vrouwen is gewoon beperkt. Ook slimme, ambitieuze vrouwen zijn niet zo heel erg geïnteresseerd in economie, geld of het grotere geheel.

Je bent nu al een tijd hoofdredacteur van de Quote, waar zie je jezelf over vijf jaar?

Vijf jaar geleden had ik nog iets anders gezegd dan waar ik nu ben, dus dat is niet te voorspellen. De combinatie van journalistiek werk en ondernemen, dat wil ik wel graag blijven doen. Want op dit moment onderneem ik te weinig. Ik heb natuurlijk een vaste baan en presenteer ik televisie. Daarnaast ben ik wel eens dagvoorzitter, heb ik net een boek geschreven en  ga nu ook een televisie-project produceren, maar toch zou ik wel meer willen ondernemen.

Heb je de ambitie om een volgend boek te schrijven?

Ja, wellicht wel een roman. Of een scenario voor een film of serie.

Waar haal jij je inspiratie vandaan? Of beter gezegd: wie inspireert jou?

Ik laat me niet door een persoon inspireren. Wel vind ik vaak dat mensen omhoog kijken bij het noemen van inspiratiebronnen,  dus oudere mensen als inspiratie. Ik vind vooral jonge mensen eigenlijk inspirerend, omdat ze optimistischer zijn. Oudere mensen, zeker in Nederland, zeuren, zijn heel rigide en denken vaak zwart-wit. En jonge mensen hebben dat minder. Ik vind onze generatie wel leuk eigenlijk.

Noem eens een voorbeeld.

Ik had gister bijvoorbeeld een heel leuk telefoongesprek met een jongen, genaamd Quinten Willemse. Hij heeft nu een eigen bedrijf, en die had zo’n goed verhaal, zo maatschappelijk bewust en ondernemend. Ik dacht toen, dit is weer echt zo’n moment, dat ik met iemand praat die ik eigenlijk helemaal niet ken.  Gewoon een jonge gast van mijn leeftijd die helemaal niet zo zichtbaar is, maar me wel inspireert. Eigenlijk heel anders dan de oudere generatie ondernemers, die toch veel simpeler zijn.

En welke rol speelt de Quote hierin? Veel mensen vinden dat de Quote rijkdom en luxe propageert, een uithangbord voor mensen met veel geld….

Dat klopt, de perceptie van velen is dat wij alleen maar over geld schrijven en zelfs een beetje voyeuristisch zijn. Nee, de Quote gaat over mensen die een kans pakken, het liefst nog vanuit het niets. Selfmade. Mensen met een goed idee, een talent, hard werken en iets moois creëren. Dat beeld proberen wij natuurlijk bij te stellen door jonge mensen aan te spreken, die vinden dat cool, leuk en interessant. Ik ben daar hard mee bezig om dat imago te veranderen. En dat gaat eigenlijk best ok.

Zie je meer media veranderen? 

Televisie wordt steeds Europeser, kijk maar eens naar Netflix. We kijken allemaal La Casa de Papel in het Spaans, en we kijken steeds meer online naar de dingen die onze interesse wekken.  Maar de manier waarop we televisie maken in Hilversum is nog best ouderwets, gericht op kleine doelgroepjes in Nederland. Er komen steeds meer merken die eigenlijk alles doen, zoals je in Amerika ziet bij Forbes, Business Insider. Zij maken niet echt series of films. Dat is een interessante ontwikkeling. Ik verheug me er wel op om de Europese markt te gaan bedienen met verhalen.

Dus gaat het medium televisie verdwijnen?

Nee, ik denk dat televisie en tijdschriften niet verdwijnen,  maar er komen gewoon steeds meer kanalen bij. Die moet je wel allemaal bedienen, dus het wordt ingewikkelder dan vroeger. Toen werkte je bij de krant en dat was het. Of je werkte bij de televisie dus dan deed je dat. En nu: ik werk voor televisie, een tijdschrift én een krant. Daarnaast werk ik ook nog voor mezelf. Dus het is veel complexer geworden, de journalistiek. Dus ja, als je die complexiteit aankan, dan is het een hele interessante tijd. Houd je van vastigheid, dan is het best wel een moeilijke tijd. De tijd die je kreeg om aan een verhaal te werken, is minder. De druk is hoog en de salarissen zijn matig, dus dat is lastig.

Veel journalistieke studenten, maar ook in andere vakgebieden, zijn straks onzeker van werk eenmaal op de arbeidsmarkt.  Wat zou jij als tip mee willen geven?

Wees heel erg geïnteresseerd in allerlei verschillende kanalen. Denk niet te snel: ik wil stage lopen bij het NRC of de Volkskrant, want dat wordt als het meest chique gezien– jonge mensen zijn heel statig gevoelig, dus die willen graag iets doen wat chic staat. Maar ik denk juist dat je het meest kunt leren bij dingen die niet zo chic zijn, maar waarbij je wel meer vrijheid krijgt en meer meters kan maken.  Als journalist moet je– en dit krijg je ook al vaak als kritiek – niet te snel in zo’n bubbel terecht moet komen, van andere journalisten die allemaal hetzelfde denken. Dat risico is het grootst als je direct al bij zo’n grote krant terechtkomt, dat je meteen als een soort van bubbeljournalist wordt opgeleid. Ik denk dat je op jonge leeftijd vooral veel zelf moet doen en niet bij een grote organisatie terecht moet komen.

Zou jij met de kennis van nu bijvoorbeeld nog een keer voor de Studie Rechten kiezen?

Nee, ik vond advocaat zijn afschuwelijk. Ik heb er niks aan gehad, die studie. Ik zou iets anders doen.

Maar nu, als journalist zijnde, denk ik dat de meeste mensen die aan journalistiek doen, dat doen omdat ze dat echt willen en gemotiveerd zijn. Rechten is natuurlijk toch een beetje een vuilnisbakstudie, iedereen die geen idee heeft, die gaat dat doen. Ik denk dat mensen wel gemotiveerd zijn, maar ook wel al te graag politiek correct willen zijn, of netjes, of bij het juiste clubje willen horen. En dat moet je als journalist juist niet willen.

En hoe kan je dat vergroten?

Je moet wel écht kritisch kunnen zijn, en ik denk dat veel jonge journalisten niet zijn. Door heel veel verschillende plekken te zien en te werken. Het studentenbubbeltje, en zeker het journalistieke bubbeltje is heel eenzijdig. Ik denk dat het ook heel goed is, dat er veel mensen zijn die buiten de journalistiek hebben gewerkt, dat is bij ons op de redactie ook zo. Anders begrijp je de wereld ook niet goed. Daarnaast denk ik ook niet dat je de journalistiek te veel als vak moet zien, maar meer als een interesse. Of een talent om dingen te observeren en te vertalen in een goed verhaal. Het is niet echt een vak… Maar goed, ik heb makkelijk praten, want ik doe het bijna als een soort hobby. Als journalist moet je breed geïnteresseerd en kritisch zijn. Daar moet overigens wel strenger op geselecteerd worden, sommige mensen zijn heel welwillend en geïnteresseerd, maar van nature niet kritisch.