Jeroen Stekelenburg: ‘Ik zit niet met een agenda op televisie’
verhaal, gepubliceerd op 14 Oct 2020, door Simon Grijzenhout

Het werd niet Frenk Rijkaard, Louis van Gaal of Henk ten Cate. Aan het eind van drie weken waarin de KNVB op zoek was naar een nieuwe bondscoach sprak ik Jeroen Stekelenburg (46). Hij is verslaggever en sportjournalist en voor de NOS volgt hij met name het atletiek en voetbal. Een paar uur na ons interview bevestigde de KNVB dat het Frank de Boer was geworden. Ik vraag hem hoe hij dit proces journalistiek gevolgd heeft en hoe het is om sportjournalist te zijn. 

Ben je als sportjournalist ook nog supporter?

‘Nee, en dat is best wel gek. Als ik bij de Olympische Spelen sta en Dafne Schippers loopt een finale, dan vind ik het echt superleuk voor haar als ze wint. Maar ik ben dan vooral aan het werk. Waarschijnlijk heb ik drie minuten daarvoor een live-bijdrage gedaan en moet ik haar daarna weer interviewen. Je moet geconcentreerd en bij de pinken zijn, dus je bent vooral met je werk bezig. Als ik voor de tv zit en een Nederlander of Nederlandse is met een internationale finale bezig, dan kan ik wel nog hartstikke enthousiast worden. Maar als je echt aan het werk bent, dan is het anders. Ik denk sowieso dat dit werk ertoe leidt dat je met andere ogen naar sport kijkt. Ik heb nu in de Eredivisie ook absoluut geen voorkeur meer voor wie er wint, voor wie er kampioen wordt. Wat ik fijn vind is als het groots en meeslepend gebeurt. Dus winnen of verliezen. Ik denk dat er geen andere sport is die een land zo in beroering en in beweging brengt als voetbal. Ik weet niet of het dan gelijk de leukste sport is, maar sport is ook emotie en voetbal brengt wel de meeste emotie met zich mee.’

Sporters hebben vaak best een leuk verhaal te melden.

Is er een sport waarvoor jij de journalistiek in wilde?

‘Nee, maar dan suggereer je al dat ik heel bewust heb gekozen om de journalistiek in te gaan. Dat is niet echt zo gegaan. Net als veel mensen bij Studio Sport, ben ik begonnen als beeldredacteur met het maken van samenvattingen van sportwedstrijden. Maar zelfs dat was niet echt een bewuste keuze. Ik rolde erin. Mijn vader werkte bij de NOS en hij spoorde me aan het eens te proberen. In essentie ben je dan al sportjournalist, want je maakt keuzes over wat mensen op zondagavond te zien krijgen in een samenvatting, maar ik zag mezelf nog steeds niet als sportjournalist. Voordat ik verslaggeving ben gaan doen, heb ik nog een tijd regie gedaan. Het duurt wel eventjes voordat precies weet wat je wil en waar je je thuis voelt. Op een gegeven moment in je carrière merk je waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Voor mij was dat al vrij snel het voeren van gesprekken en interviewen.

Vooral het live-aspect vind ik leuk. Dat is wat het dichtst bij mij staat. Dat kan een kort gesprekje zijn, wat in tweeënhalve minuut alles behandelt van A tot Z. Dat kan echt superveel voldoening geven, omdat dat natuurlijk vaak op de momenten is dat het ertoe doet, dat er veel mensen live kijken en dat het ook goed moet zijn. Dat geeft wel een extra dimensie aan dat soort gesprekjes. Een podcast is weer echt heel erg anders. Dan moet je proberen om iemand in een bepaalde gemoedstoestand te brengen, waardoor ze zich op hun gemak voelen en alles vertellen wat er te vertellen is. Dat is ook superleuk. Maar het is nooit een hele bewuste keuze geweest om op een moment de sportjournalistiek in te gaan. Uiteindelijk heb ik er hard voor geknokt om te komen op de plek waar ik nu ben, maar dingen zijn vaak een beetje toeval. En dit ook.’

Op sportinterviews heerst vaak het stigma dat de interviews weinigzeggend zijn, omdat sporters niet willen praten of dat ze alleen maar in clichés praten. Hoe ga je ermee om als een atleet eigenlijk niks kwijt wil?

‘Laat ik allereerst zeggen dat ik het er over het algemeen niet mee eens ben. Ik vind eigenlijk dat sporters vaak best een leuk verhaal te melden hebben en dat het de taak van de interviewer is om dat proberen eruit te halen. Je kunt wel heel snel je hoofd in de schoot werpen als iets niet makkelijk gaat, maar vaak is er echt wel een leuk verhaal te vertellen. Als je een keer in zo’n clichématige situatie belandt, schroom dan vooral niet om het te benoemen. “Moet je ons eens hier zien staan, we lijken wel een sportjournalist en een sporter!”. Je kan dat echt niet elk interview doen, maar als de sporter daar een klein beetje gevoel voor heeft, dan zal die echt wel helpen om dat er een beetje uit te trekken.

Sommige gesprekken zullen ook best minder interessant zijn en sommige sporters zullen enige schroom voor een camera voelen. Die mensen staan daar niet omdat ze het leuk vinden om een interview te geven, die mensen staan daar omdat ze goed kunnen sporten. Ook bij het Nederlands elftal moet je dus de goeie mensen eruit kiezen. En dan hebben we ook nog eens de mazzel dat er een aantal heel goed zijn in interviews. In de vorige generatie had je een hele bijzondere groep, met Sneijder, Van de Vaart, Robben en Van Persie, maar nu heb je er ook weer een aantal. Ik vind Memphis altijd interessant, net als Frenkie de Jong, Virgil van Dijk, en Marten de Roon. Dus als je een klein beetje goed zoekt, dan valt dat echt wel mee hoe clichématig de interviews zijn.’

Maar natuurlijk kies ik ook voor dingen die ik wel of niet zeg, dus heb je invloed.

Is sport wel echt journalistiek te noemen?

‘Nou, ik ben sowieso niet iemand die zich miskend voelt als mensen dat in twijfel trekken. Er ligt ergens een scheidslijn tussen entertainment en journalistiek en dat is sowieso een glijdende schaal. Die scheidslijn is de laatste jaren, of decennia misschien al, aan het verschuiven. Het wordt steeds commerciëler met nieuwe partijen zoals Fox, maar wij van de NOS doen daar even zo hard aan mee. Is sport entertainment of journalistiek? Dat is een interessante discussie. Ik vind dat er momenten zijn dat sport zeker journalistiek handwerk is, zoals nu rondom het aanstellen van de bondscoach. Dan is De Telegraaf toch weer de eerste die publiceert dat Frank de Boer de nieuwe bondscoach is. Dat is natuurlijk ook een beetje de stijl van de Telegraaf, maar dat is uiteindelijk wel gewoon journalistiek.’

Henk te Cate zei laatst in Studio Voetbal: “Journalisten, en zeker de journalisten die op televisie zijn, zijn opiniemakers. Jullie geven een mening en die wordt door een miljoen mensen gehoord. Die gaan ook weer een mening vormen en zo werkt het nou eenmaal. Zo hoort het volgens mij niet te zijn.” Ervaar jij deze verantwoordelijkheid ook en vind jij ook dat het zo niet hoort te zijn?

‘Nou dat laatste weet ik niet, of het niet zo hoort te zijn. Ik realiseer me best dat als ik bij Studio Voetbal ga zitten, dat ik er niet helemaal omheen kan om een mening te geven, maar ik vind dat niet mijn belangrijkste taak. Ik zit daar op de stoel die altijd ingenomen wordt door een journalist en mijn belangrijkste taak is om ingewikkelde dossiers uit te leggen. Afgelopen zondag zat ik daar om te vertellen hoe de KNVB het de afgelopen drie weken heeft aangepakt met de aanstelling van een andere bondscoach en dat traject leidt er dan toe dat wij tot de conclusie kwamen dat het Frank de Boer gaat worden. Voor mijn gevoel zitten Nordin, Theo en Pierre er vervolgens om een mening te geven over wat ze vinden van Frank de Boer. Maar natuurlijk kies ik ook voor dingen die ik wel of niet zeg, dus heb je invloed. De uitzending met Ten Cate was natuurlijk een hele aparte, omdat die ochtend bekend was geworden dat de spelersraad zijn naam had genoemd en Marten de Roon had het al ontkend. Ik liep ook al een week in Zeist rond en daar hadden mensen letterlijk tegen mij gezegd dat ze Ten Cate liever niet hadden. Ik zeg dan in die uitzending dat ik de indruk kreeg dat er bij de KNVB best wat mensen waren die niet zaten te springen om Henk ten Cate. En ik zeg dat dan niet vanuit mezelf, want van mij mag Ten Cate bondscoach worden, maar het is niet zo gek dat ik dat zeg.

Hij heeft natuurlijk wel gelijk, dat alles wat er daar op tv gebeurt invloed heeft op het hele proces, maar ik ervaar dat niet als mijn verantwoordelijkheid. Ik zit daar niet met een agenda. Ik heb deze zomer vrij veel in praatprogramma’s gezeten, maar dat was omdat het stilzetten van de competitie een ingewikkeld dossier was. Wat ik daar vooral doe is uitleggen wat er gebeurd is en daar mag iedereen dan vervolgens van vinden wat ie wil, maar ik ben vaak ook niet zo vernietigend in mijn oordeel. Ik snap de ingewikkeldheid van alle dossiers die langs zijn gekomen. Nu ook weer, met het aanstellen van de bondscoach. Het maakt mij niet uit wie het wordt en ik geloof de KNVB dat zij in al hun oprechtheid denken dat Frank de Boer de beste bondscoach is. Daar kan ik het allemaal wel mee oneens zijn, maar dat is niet zo relevant. Ik vind het vanuit mijn rol veel interessanter om te kijken hoe het dan allemaal gaat en wat er gebeurt. Waarom belt de KNVB met Frenk Rijkaard en Peter Bosz? Om op tv te gaan zitten vertellen wat mijn mening is, vind ik niet zo sympathiek en vanuit mijn positie zelfs gevaarlijk. Mensen zien mij natuurlijk heel snel als die gozer die nog nooit tegen een bal aan heeft getrapt en z’n bek moet houden.’

Het is knap hoe dik De Telegraaf in de voetbalwereld zit.

Als er nieuws is rondom het Nederlands Elftal, hoe komt dat dan naar buiten? Heb jij speciale bronnen bij de KNVB waardoor je als eerst aan nieuws komt?

‘Hier is niet één antwoord op, want het gaat elke keer weer anders. En het is ook niet zo dat je op zo’n plek één bron hebt. Soms is de KNVB er weleens wat aan gelegen om iets op een goede manier naar buiten te brengen. Die dag van Henk ten Cate is wel een goed voorbeeld. Toen had Kees Jansma om half tien ’s ochtends in de talkshow van VI gezegd dat Henk ten Cate genoemd was door de spelersraad. Dan gebeurt er van alles. Ik kom die morgen in Zeist en pols even wie er bij de persconferentie zou zitten en dat was Marten de Roon, niet iemand uit de spelersraad. Maar dan komt daarvoor al iemand van de KNVB langs, zonder daarbij namen te noemen, om even te laten vallen dat het niet klopte wat Kees gezegd had. Zij weten dat ik die avond ik Studio Voetbal zit en er wordt mij dan een verhaal gegeven. Dat is dan ook een beetje in hun belang natuurlijk. Dat is dan mijn netwerk, maar je kunt ook anders redeneren. Je kunt ook zeggen dat je misbruikt wordt en daar moet je natuurlijk een beetje mee oppassen. Je moet dat ook niet als enige bron nemen en verder gaan zoeken, om bevestigd krijgen dat wat zij zeggen waar is. Je moet natuurlijk te allen tijde proberen te voorkomen dat je een spreekbuis wordt. Zo nu en dan, als het in beider belang is, zal het wel eens een keer gebeuren, maar nieuws komt vaak van verschillende kanten.’

Er werd die dag bij Studio Voetbal ook gesuggereerd dat De Telegraaf een belang had bij wie de bondscoach werd. Wordt er dan invloed uitgeoefend?

‘Ja, zeker. De Telegraaf had de dag daarna nog heel groot Ten Cate in de krant. Marten de Roon had al gezegd dat het onzin was, maar zij dachten wellicht een betere bron te hebben. Marten de Roon kan op dat moment ook een spreekbuis zijn en een net iets verdraaide waarheid vertellen, wat ik overigens niet denk. Maar dan krijg je wel de indruk dat De Telegraaf heel graag wil dat Ten Cate de nieuwe bondscoach van Nederland wordt. Die belangen zijn er. Een krant heeft natuurlijk met de ene persoon een kortere betere lijn dan met een ander, dus van de een krijgen ze ook meer informatie. Dus zij hebben een belang dat poppetje A bondscoach wordt boven poppetje B. Dat is ook bijna een soort compliment aan De Telegraaf, want het is knap hoe dik zij in de voetbalwereld zitten.’

Heb je zin om Frank de Boer te interviewen?

‘Ja, zeker. Daar kijk ik wel naar uit, dat wordt hartstikke leuk. Het wordt natuurlijk heel erg vriendelijk, beschaafd, heel anders dan als het Van Gaal of Ten Cate was geworden, dan was het hier en daar wel wat stekeliger geweest. Frank de Boer is natuurlijk een fantastisch uithangbord voor de KNVB. Het is beschaafdheid ten top, dus vanuit KNVB-oogpunt denk ik een hele goede keuze. Wij zullen het best een keer met elkaar oneens zijn, maar voor mijzelf voorzie ik weinig gedoe of problemen.’