“Ik fotografeer slachtoffers wel, maar nooit herkenbaar”
verhaal, gepubliceerd op 29 Oct 2019, door Leonie Kort

Richard Degenhart staat als journalist dag en nacht paraat om foto’s te maken van 112-meldingen en om het publiek uit Noordoost Groningen te informeren over evenementen en nieuws uit de regio. Het platform Eemskrant.nl wordt zeer gewaardeerd en goed gelezen in de regio, maar wie is de man achter het platform?

Zo, daar komt echt iemand binnen. Ik heb afgesproken met Richard Degenhart, oprichter en journalist van de Eemskrant. Met een lengte van meer dan twee meter tien komt Degenhart al bukkend de deur van het café binnen lopen. We hebben afgesproken in Appingedam, onderdeel van het gebied waar het online platform de Eemskrant actief is.

In Appingedam en omgeving is Degenhart een bekend gezicht, dit komt omdat hij bij alle evenementen in de regio aanwezig is om te fotograferen. “De regio is niet heel groot en er worden veel evenementen georganiseerd, ik kom hier dan ook vaak dezelfde mensen tegen.” Het grote voordeel hiervan is dat mensen zelf naar Degenhart toe komen om te melden wanneer er leuke activiteiten of nieuwsgebeurtenissen zijn in de regio. “Ik kan niet over straat zonder dat ik word aangesproken. Toen ik net hierheen liep vanaf de parkeerplaats kwam ook direct iemand een praatje maken. Zo kom ik onder andere aan nieuws!”

De herkenbaarheid en bekendheid zijn een groot voordeel voor een journalist als Degenhart. Hij is oprichter van de Eemskrant, een online krant die zicht richt op de inwoners van Noordoost Groningen. “In 2008 ben ik gestart met Eemskrant.nl, vanaf 2013 ben ik er ook echt fulltime mee bezig.” De Eemskrant informeert de inwoners over actualiteiten in de regio en heeft vooral de focus op 112-nieuws en evenementen. “Ik was de eerste in de regio die is gestart met een online platform. Toentertijd waren er wel andere kranten zoals de Eemsbode, maar zij waren stug en wouden niet online publiceren. Ik zag al wel snel de voordelen van het internet en daardoor is Eemskrant.nl nu ook veel populairder dan de papieren regiokrant.”

Met het 112-nieuws is het ook allemaal begonnen. Vanaf kleins af aan is Degenhart al getriggerd door alles wat met de hulpdiensten te maken heeft. “Vroeger hadden mijn ouders een scanner thuis, hierop werden alle 112-meldingen weergegeven en later ben ik met fotografie begonnen en de brandweer gaan volgen.” In de beginjaren van het platform lag de focus vooral op het 112-nieuws, maar sinds Degenhart ook actief publiceert over evenementen en andere gebeurtenissen in de regio worden er meer mensen bereikt. “De inkomsten uit advertenties en de verkoop van losse foto’s zorgen ervoor dat ik kan rondkomen.”

Onvoorspelbaarheid

Tegenwoordig loopt Degenhart 24/7 met een pieper om zijn middel, bij iedere melding wordt de afweging gemaakt of het nieuwswaardig is of niet. “Naar prio 1-meldingen ga ik sowieso toe. Bij een prio 2-melding kijk ik of ik in de buurt ben en hoeveel zin ik heb om die kant op te gaan.” Dit geeft een extra dimensie aan het interview, bij het afgaan van de pieper zou het zomaar kunnen zijn dat Degenhart opspringt vanuit zijn stoel en afreist naar een grote brand of ongeval. “Dat is ook direct het leuke aan dit werk, de onvoorspelbaarheid, iedere dag is anders. De ene week heb je een stuk of tien meldingen en in andere weken kan het voorkomen dat ik maar een keer hoef uit te rukken.”

Degenhart staat dag en nacht paraat om te vertrekken naar een 112-melding. De fotograaf staat regelmatig oog in oog met ernstige ongevallen, slachtoffers en grote branden. “De melding die mij het meest is bijgebleven is toen er een lijk in de Eemshaven werd gevonden. Achteraf bleek dat hij hier al meer dan drie weken heeft gelegen. Dat was toch wel een heftig beeld.”

Bij het fotograferen van grote branden en ongelukken waarbij slachtoffers zijn betrokken houdt Degenhart zich vast aan bepaalde regels. “Ik fotografeer de slachtoffers wel, maar nooit herkenbaar. Het kan bijvoorbeeld zijn dat alleen de benen in het beeld staan. Bij auto-ongelukken zorg ik ervoor dat het kenteken niet in beeld staat of maak ik deze onherkenbaar.” De inwoners van de regio waar Eemskrant.nl actief is zijn enorm betrokken met elkaar en de omgeving. “Het is een kleine regio. Wanneer mensen een sirene horen willen ze weten wat er aan de hand is. Bij evenementen is het ook zo. De inwoners kijken op de website om te zien welke evenementen er zijn en of het een succes was. Door de Eemskrant.nl is iedereen op de hoogte en zorgt het voor saamhorigheid in de regio.”

Panieksituaties

Het is interessant om te zien hoe relaxed Degenhart praat over het werk dat hij doet als fotograaf bij de 112-meldigen. Als buitenstaander is het lastig voor te stellen hoe je relaxed kunt blijven in levensbedreigende situaties of situaties waarin het leed enorm goed zichtbaar is. “Ik blijf altijd rustig, dat is ook wel nodig met dit werk. Juist wanneer je in paniek raakt ga je in de weg lopen. Wanneer de hulpdiensten zelf paniekerig gaan doen, dan ga ik ook extra opletten. Dan weet je dat er echt iets aan de hand is.” Bij de vraag of Degenhart nooit wakker ligt van bepaalde situaties antwoordt hij vastbesloten met “nee”. “Ik kom veel ellende tegen, maar ik ga ook veel naar leuke evenementen. Het is echt niet alleen maar ellende. Juist deze afwisseling zorgt ervoor dat het werk prima te behappen is.”

Degenhart praat met veel passie over de brandweer en andere hulpdiensten. Had hij eigenlijk niet zelf ook brandweerman willen worden? “Je hebt toch gezien hoe lang ik ben? Brandweerman zijn had mij enorm leuk geleken, maar met mijn lengte word je nooit aangenomen. Toen ik tien jaar was heb ik bij de jeugdbrandweer gezeten, na een jaar was ik uit mijn brandweerpak gegroeid en waren er ook geen grote maten beschikbaar.”  Zo zie je maar weer, ieder nadeel heeft zijn voordeel. Zijn lengte heeft zijn carrière als brandweerman belemmerd, maar er wel voor gezorgd dat hij in de regio een bekend gezicht is. Het bekende gezicht zorgt er dan weer voor dat het publiek Degenhart makkelijk weet te vinden en kan informeren over nieuws uit en in de regio.