“Het chillst aan journalistiek is dat je een excuus hebt hele domme vragen te stellen”
verhaal, gepubliceerd op 17 Oct 2018, door Josse Wiering

Het is zondagmorgen elf uur. Frederica (26) zit nog een beetje versuft van de slaap op de bank met een grote kop koffie in haar hand. Ze heeft afgelopen week hard gewerkt aan ‘Last-minutes’ van Nieuwsuur, waarbij je binnen één dag een heel item in elkaar moet zetten. Dat zijn zware diensten van soms wel veertien uur, maar dan heb je wél het hele weekend vrij. Sinds juli werkt Frederica nu bij de Binnenlandredactie van Nieuwsuur en ze is heel blij met haar plek: “Hier kan ik mezelf ontwikkelen en mijn eigen ideeën naar buiten brengen.”

Frederica aan het werk in haar huis. Foto door Josse Wiering

Hoe ben je bij de journalistiek terecht gekomen?
“Ik wilde altijd al wel journalistiek als studie doen, maar had van mijn oom die eindredacteur is gehoord dat ik beter eerst een universitaire bachelor kon doen en daarna een master Journalistiek. Daarom heb ik de bachelor Media en cultuur gedaan. Tijdens mijn studie deed ik al wel wat redactiewerk, maar was ik nog niet echt bezig met journalistiek. Pas toen ik klaar was met mijn bachelor, ben ik stage gaan lopen bij VPRO Dorst en daar ben ik blijven hangen. Dat was leuk werk, maar ik was vooral bezig met het beoordelen van plannen van anderen. Als ik een heel goed idee had, mocht ik dat ook heus wel gaan maken. Maar ik wist helemaal niet hoe je een goed idee kon krijgen. Toen moest ik voor mezelf de afweging maken: blijf ik dit doen, of ga ik mezelf verder ontwikkelen? Ik heb voor de laatste gekozen en ben de master journalistiek in Amsterdam gaan doen.”

Was je al wel bezig met het nieuws voordat je de master Journalistiek ging doen?
“Nee, helemaal niet per se eigenlijk. Ik ben echt wel meer gaan kijken en lezen voor mijn opleiding. En nu doe ik dat nog steeds: ‘s ochtends luister ik radio 1 en lees ik even snel de Volkskrant en het NRC. Onderweg naar het station luister ik meestal een podcast van the New York Times en in de trein kijk ik de uitzending van Nieuwsuur terug. Maar ik heb het idee dat het vooral een beetje de oudere generatie op werk is die alle kranten volgt en tussen zes en twaalf de avondshows kijkt.”

Hoe denk je dat Nieuwsuur gaat veranderen, nu die oudere generatie langzaam afneemt?
“Dat vind ik heel moeilijk om te zeggen. We zijn wel echt bezig met verjongen en digitale strategieën in zetten. Maar de doelgroep is toch wel 55 plus en op een gegeven moment… Tsja, zijn die mensen er gewoon niet meer. Het is wel een groot probleem binnen heel de NPO. Naar mijn idee zit het in de manier waarop je het aanbiedt, je moet meer op gebruikers inspelen. Net als bij Netflix, dat je kan aanbieden ‘dit is voor jou interessant’. Als je kijkt naar mijn generatie is het in ieder geval minder relevant wat het nieuws van de dag is. Ze zijn meer geïnteresseerd in inhoudelijke verdieping. Dus dan kun je eigenlijk beter dingen maken die tijdlozer zijn. Maar dit is puur mijn idee, nergens op gebaseerd.”

Heb je ambities om naar een andere redactie te gaan, bijvoorbeeld Buitenland?
“Nee, ik vind de Binnenlandredactie heel leuk. En ook best wel belangrijk. Hier hoor je dingen die dan echt in jouw land spelen waar je de context en achtergrond van begrijpt. En daarmee hopelijk iets kan vertellen wat er toe doet.”

Wat is volgens jou belangrijk voor een goede journalist?
“Journalistiek moet je kunnen, maar het is geen hogere wiskunde. Ik denk dat het belangrijkst is dat je initiatiefrijk en ondernemend bent. Dus dat je ideeën hebt en niet bang bent ervoor te gaan. Dat is ook wel spannend. Maar ja, als het geen goed idee is, dan zegt iemand dat wel. Je moet gewoon met je idee komen, anders weet je het nooit.”

Hoe denk jij over de ethische kant van de journalistiek?
“Journalistiek is soms eigenlijk heel pervers. Je wilt dat iets slecht gaat, want dan is jouw verhaal beter. Gelukkig zijn heel veel verhalen niet zo of gaan niet om één specifiek persoon. En binnen de journalistiek heb je heel veel verschillen tussen wat voor verhaal je maakt en hoe je dat aan moet vliegen. Ik denk ook dat iedere journalist daar zijn eigen kracht in heeft. De ene is misschien heel snel met zijn vragen en kan iemand goed onderuit halen, de ander is rustig en begripvol. Dat vraagt iets heel anders van een verhaal.”

“De manier waarop je met iemand in gesprek gaat, en hoe je jezelf voordoet, verschilt ook heel erg per gesprek. Soms bel ik iemand heel dom op en neem de rol van domme stagiair aan. Dan kan ik informatie krijgen zonder dat bij degene die ik bel de alarmbellen gaan rinkelen. Dat is anders dan wanneer ik heel concreet iets van iemand nodig heb. Dan wordt het meer een onderhandelingsgesprek, van ‘wij denken dat het goed iets dat de minister hier iets over zegt, want wij gaan dit item maken en het zou heel raar zijn als er dan geen reactie van de minister komt’. En soms moet je daarin gewoon een beetje bluffen en leren hoe je het spelletje speelt.”

Vond je dat niet spannend in het begin?
“Ja zeker wel. Ik dacht ook echt dat ik geen bel-angst had, maar ik heb de eerste drie dagen van mijn stage bij Nieuwsuur alleen maar online dingen zitten opzoeken. Ik moest me ook wel even inlezen, maar op een gegeven moment kan je niet meer informatie vinden en moet je mensen gaan bellen. Toen kwam mijn begeleider vragen hoe het ging en kon ik alleen een werkstukje met alles wat ik had gevonden laten zien. Toen zei ze dat ik toch wel echt, echt moest gaan bellen. Maar ja, ik dacht: wat moet ik dan vragen? Ik snap het nog helemaal niet, ik moet wel eerst alles snappen voordat ik iemand bel. Nu heb ik wel geleerd dat dat niet hoeft. Het mooist aan journalistiek is juist dat je gewoon mensen kunt opbellen en zeggen: ‘ik snap dit en dit niet, ik vind het raar. Wat is er aan de hand?’ Je hoeft echt niet alles van te voren te weten.”

Waar ligt jouw journalistieke kracht?
“Ik denk dat mijn empathisch vermogen en het verplaatsen in een andere persoon wel beter is dan een heel harde journalist zijn. Dat heeft ook wel meer mijn interesse, maar ik heb dat maar één op de tien keer nodig bij Nieuwsuur. Dus ik wil die andere kant meer ontwikkelen en daar ben ik ook mee bezig. Ik denk dat je beide kanten goed kan gebruiken om alles uit een verhaal te krijgen wat er in zit.”

Tot slot: je bent ook druk bezig met fotografie. Is dat iets waar je in de toekomst meer verder wil?
“Ik heb nu een website met foto’s ook een beetje om mezelf te pushen om te blijven fotograferen en om ervoor te zorgen dat je een ontwikkeling in mijn foto’s ziet. Misschien dat ik ook wel documentaire fotografie en journalistieke fotografie wil gaan doen. Ik denk dat het best wel sterk kan werken, die combinatie van journalistiek en fotografie. En ik heb nu een nieuwe camera. Een hele mooie. Wil je hem zien?”