Haroon Ali over Twitter: “Het is één grote bak ellende”
interview, gepubliceerd op 22 Sep 2019, door Lisa Lubberts

Haroon Ali (36) reist voor zijn werk de wereld rond. Als freelance reisjournalist schrijft hij voor grote titels als Volkskrant magazine en tijdschrift Vogue. Ook al heeft hij een baan waar velen van dromen, het is niet altijd wat het lijkt: “Ik zit echt niet elke dag met een cocktail aan het zwembad.”

Ali vertelt over zijn toekomstdromen als klein jongetje: “Er is een foto van mij van toen ik vier jaar oud was, waarop ik een hele grote wereldkaart vast heb. Ik had heel vroeg in mijn leven al bedacht dat ik veel van de wereld wilde zien, toen nog niet wetende op welke manier.” De journalist koos voor een studie in psychologie en behaalde hier ook een master in. “In het jaar daarna ben ik gaan bedenken welke kant ik nou echt op wilde. Schrijven bleef toch een passie. Vroeger maakte ik plakboeken waar ik mijn observaties en ook frustraties over vervelende ouders in kwijt kon”, lacht hij. Nederlands en Engels waren zijn beste vakken op de middelbare school. “Het taalgevoel heeft er altijd in gezeten en ik had interesse in, simpel gezegd, de wereld.”

Hoogvlieger
Een bewogen periode volgde. “Toen ik hoorde van de journalistieke master aan de UvA en dat je hier toelating voor moest doen, ben ik volop tekstjes gaan produceren en maakte ik een radioprogramma bij Amsterdam FM.  Een soort De Wereld Draait door, maar dan op de radio.” Hiermee kon Ali zijn journalistieke affiniteit aantonen. “Ik ben toen aangenomen, en ging er in met het idee: ‘ leuk dat ik dan straks nog een master op zak heb’ en daarna kijken we wel. Ik was ook zeker geen hoogvlieger binnen de opleiding”, vertelt hij.

Dat jaar liep Ali stage bij de krant Trouw. “Dit was heel leuk. Ik heb veel meer stukken mogen schrijven dan andere stagiaires bij bijvoorbeeld NRC.” Na die stage wist hij zeker dat hij dit voor de rest van zijn leven wil doen. “Als je voor het eerst je naam boven een stuk in een landelijke krant ziet staan, ja, daar krijg je wel een kick van”, vertelt de Amsterdammer. Hij gaat verder: “Die overigens nooit meer weg gaat. Als ik de Volkskrant open sla en mijn artikel zie staan, voel ik dezelfde rush van binnen als toen ik tien jaar geleden begon.”

Iedereen kan en mag zich journalist noemen, zonder daarvoor gestudeerd te hebben. Hoe belangrijk vind jij het dat journalisten een journalistieke achtergrond hebben?
“Toch best wel belangrijk.” Er valt een korte stilte. “Het is niet altijd makkelijk om gebeurtenissen in perspectief te plaatsen en daar dan ook nog een coherent verhaal van te maken waarin je recht doet aan de waarheid. En dan moet de lezer het ook nog begrijpen. Dat moet je leren en ik zeg niet dat dat alleen via een master kan, maar ik merk wel dat de kwaliteit bij masteropleidingen hoog ligt. De Volkskrant neemt sowieso zelden hbo-journalisten aan. Voor mij was mijn masterdiploma een golden ticket in de wereld van toonaangevende media.”

En hoe kijk je aan tegen het gebruik van Twitter? Het sociale medium zou onmisbaar zijn voor journalisten, maar jij hebt je account onlangs verwijderd. Waarom?
“Ik vind het één grote nare bak met ellende.” De woorden komen uit het puntje van zijn tenen. “Het is een handig medium om  eigen werk te kunnen delen, zodat het een groter bereik krijgt, maar de toon van discussie bevalt me niet. Zo naar, zo persoonlijk. Het zijn vooral die rechtse ouwe bokken op Twitter die niet eens je hele artikel lezen, maar er een paar dingen uit pikken waar ze dan vervolgens over tekeer gaan. Ik had een hele dagtaak aan het beantwoorden, of het negeren en blokken van die mensen, om mijn geloofwaardigheid te behouden. Ik had daar gewoon geen zin meer in.”

Om het zichzelf makkelijker te maken heeft Ali voor één hoofd-sociaal medium gekozen, en dat is Instagram. “Dat gebruik ik veel, zeker als ik reis. Als je net begint zijn sociale media zeker handig om de mensen te laten zien wie je bent en waar je je mee bezig houdt, maar het is geen vereiste. Je moet vooral doen waar jij je goed bij voelt”, benadrukt Ali.

“Ik moest rubriekjes vullen over make-up en sieraden”

Na zijn tweede master wilde de journalist kilometers maken op een redactie. Hij kon terecht bij glossy tijdschrift Beau Monde. Lange dagen volgden. “Mijn masteropleiding was volledig gericht op nieuws en serieuze journalistiek, maar nu moest ik fotoshoots produceren en rubriekjes vullen over make-up en sieraden. Ik werd volledig uit mijn comfort zone getrokken, ook omdat ik tussen de glossydames van Sanoma zat. Ik heb wel veel geleerd over bladen maken, maar toen er een traineeship vrij kwam bij de Volkskrant, heb ik mijn kans gegrepen”, vertelt Ali.  Eens in de zoveel tijd neemt de Volkskrant een aantal mensen aan die een tweejarig contract krijgen en op verschillende redacties binnen de Volkskrant mogen werken. “Ik ben door meerdere rondes gekomen en mocht het traineeship volgen. In deze tijd heb ik heel veel geleerd.”

Na vijf jaar aan werkervaring op vaste redacties was het netwerk van de journalist behoorlijk gegroeid. “Dat was voor mij het moment om te gaan freelancen en inmiddels doe ik dat al zes jaar voor bladen als Vogue, Linda en nog steeds de Volkskrant.” Ali spreekt vol lof over het freelancen, al kent het vak ook keerzijden. “Het freelancen is wel competitief. Vast werk is er niet en je moet tegen kritiek kunnen.”

Kan jij tegen kritiek?
“Meestal kan ik het wel hebben, maar als je voor veel verschillende titels schrijft, komt het ook wel eens voor dat je voor een titel schrijft waarbij de chef onterechte kritiek geeft. Dan moet je iets gaan herschrijven wat tegen je natuur in gaat en dat is moeilijk.” Wanneer de eindredactie zijn woorden verdraait, trekt Ali aan de bel. “Er komen soms woorden in te staan die ik nooit zou gebruiken, terwijl mijn naam in koeienletters boven het stuk staat. Op zo’n moment ga je een beetje onderhandelen, maar als ik ergens weinig over te zeggen heb kan ik daar zeker een dag goed chagrijnig over zijn. Het is een beetje geven en nemen.”

Is je inspiratie voor nieuwe artikelen wel eens op?
“Als je geen ideeën kunt produceren, moet je ander werk gaan doen. De vereiste voor een journalist is dat je nieuwsgierig bent: willen weten hoe iets zit. Dat moet wel in je zitten; die stroom aan ideeën moet blijven stromen, helemaal als freelancer. Komt die stroom niet op gang, dan is het vak misschien niet geschikt voor jou.”

Het freelancen lijkt me soms een eenzaam bestaan. Je hebt in principe geen team, geen directe collega’s. Voel je je wel eens eenzaam?
“Eigenlijk niet nee, maar ik begrijp wat je bedoelt. Freelancen is niet voor iedereen. De ene vindt het heel leuk om met een team keihard aan een product te werken, de ander vindt het heerlijk om z’n eigen ding te doen. Dat ben ik. Ik ben ook niet zo goed in samenwerken. Als een eindredactie mijn stuk verpest kan ik daar kwaad om worden. Laat mij maar tien uur lang alleen thuis achter m’n laptop tikken, ik hoef met niemand te praten.” Wel gaat Ali vaak koffie drinken met andere freelancers en daarnaast wordt hij nog steeds als onderdeel van team Volkskrant gezien, al zit hij niet meer dagelijks op de redactie. “Ik kom nog steeds op alle borrels.”

Heb je daar dan altijd zin in?
“Daar heb ik niet altijd zin in nee, maar het hoort erbij en het is belangrijk dat mensen je niet vergeten.”

In de afgelopen jaren heb je veel ervaring opgedaan bij verschillende opdrachtgevers. Welke opdracht was de leukste?
“Bij de Volkskrant wilden ze een eindejaarsspecial maken voor het zaterdagkatern. “De term ‘millennials’ bestond toen nog niet, maar de special zou gaan over twintigers in vijf wereldsteden. Ik moest binnen een week vertrekken. Samen met reisorganisatie Kilroy was het gelukt om een reis samen te stellen, waarin ik in twintig dagen vijf wereldsteden ging bezoeken, waaronder Jakarta, Sao Paolo en Mexico City. Uiteindelijk koste het de krant duizenden euro’s per persoon aan tickets. Ik mocht letterlijk op kosten van de krant de wereld rond. Heel leuk, zeker als het dan ook nog goed gelezen wordt. Daar was ik zeker trots op!”

En welk artikel heeft je het meest trots gemaakt?
Na een tiental seconden vertelt Ali over zijn familie. “Ik heb wat stukken over hen geschreven. Mijn moeder is een Nederlandse vrouw die bekeerd is tot de islam. Ik ben islamitisch opgevoed. Die artikelen hebben toch best veel teweeg gebracht, ook in de kijk van Nederland op het geloof. Het is niet zo zwart wit als dat we denken. Deze persoonlijke stukken doen veel bij het publiek, waar ik vervolgens weer veel voldoening uit haal. Het gaat me niet om hoe vaak iets gelezen wordt, maar meer dat het iets teweeg brengt. Mensen hoeven het niet met me eens te zijn, ik wil dat ze hun eigen mening erover vormen en erover doorpraten.”


Foto: Jurriaan Teulings

Zijn meest bijzondere reis maakte Ali in 2017. “Toen ben ik naar Pakistan gegaan, waar mijn vader vandaan komt”, vertelt hij. Ali reisde van noord naar zuid, waar hij momenteel een boek over schrijft. “Het boek is persoonlijker geworden dan ik in eerste instantie van plan was. Het gaat onder andere over het opgroeien tussen oost en west en hoe kinderen van migranten zich in Nederland staande houden.” Ali hoopt het begin volgend jaar uit te kunnen brengen.

Misvatting
De grootste misvatting over reisjournalistiek is volgens Ali dat de reisjournalist alleen maar mooie plekken bezoekt en de hele dag met een cocktail aan het zwembad zit. Dat het een soort betaald vakantie vieren zou zijn. Het tegendeel is waar: het is vaak keihard werken. “De programma’s van persreizen zitten behoorlijk vol. Je slaapt weinig, reist in busjes van plek naar plek en fotograferen doe ik vaak ook zelf. Je eet ongezond en sport niet. Kortom, het is een aanslag op je lichaam iedere keer”, vertelt de journalist.

Over persreizen gesproken, hoe kijk jij aan tegen influencers en het werk dat ze doen? Zie je hen als concurrentie?
“Nee, want ik denk dat ik wezenlijk iets anders doe. Influencers richten de blik heel erg op zichzelf: het gaat over hen in relatie tot de omgeving. Reisjournalistiek gaat over de blik naar buiten. Ik ga ergens heen om het eerlijke verhaal te vertellen, zonder het mooier te maken dan het is. Influencers moeten een mooi plaatje verkopen. Bij persreizen stoppen ze reisjournalisten en influencers in dezelfde groep en dat werkt vaak niet. De belangen liggen anders. Ik kijk er zeker niet op neer en ik wil ze vooral begrijpen. Ik denk dat het belangrijk is om van dat soort ontwikkelingen op de hoogte te blijven.”

Je zou kunnen suggereren dat reisaanbieders eerder voor de influencer kiezen, omdat zij het perfecte plaatje creëert, toch?
“Motiveer je daar echt mensen mee om erheen te gaan, of lees je liever het echte verhaal in de Volkskrant? Het probleem is dat de influencer zolang zij goed betaald wordt, alles doet wat van haar wordt gevraagd. Bij journalisten is dat natuurlijk anders. Ik vertel niet waar ik over schrijf. Als de reis kut is, schrijf ik dat op. Zij moeten dan de afweging maken: als we die influencer vragen zijn we veel geld kwijt, maar krijgen we mooie plaatjes en als we die zure Haroon mee vragen, loopt ie rond om met zwervers te praten. Daar hebben ze misschien niet altijd zin in,”, lacht Ali, “al ben ik wel van mening dat die ‘instagrambubbel’ wel weer een keer gaat knappen. Het is allemaal zo gemanipuleerd. Ik vermoed dat men in de toekomst wel weer terug zal grijpen naar de professional die een zo eerlijk mogelijk verhaal probeert te vertellen.”

Tot slot, de toekomst. Wat zijn je dromen?
“Als kind wilde ik vijftig plekken in de wereld hebben bezocht. Ik kom inmiddels aardig in de buurt. Een boek schrijven wilde ik ook heel graag: dat is nu ook gelukt.” Na even nadenken vervolgt hij: “Ik ben de laatste tijd meer bezig met video. Het lijkt me bijvoorbeeld heel leuk om in de toekomst een reisprogramma te mogen maken. Die Floortje Dessing droom heb ik ook wel”, geeft hij glimlachend toe.