Filmmaker en Redacteur Tawfeeq Mousa: “Mijn Passie Ligt in Menselijke Verhalen en Diepte Achter Menselijke Belevingen Ontdekken Maar Ik Vind Mezelf Beperkt in Eén Gebied”
verhaal, gepubliceerd op 27 Oct 2023, door Layal Faour

Tawfeeq Mousa, een Palestijn die opgroeide in Syrië, voltooide zijn studie Media en Journalistiek daar. Hij liep een stage bij Omroep West en was redacteur bij Net in Nederland (NTR). Momenteel werkt hij als camjo en contentmaker bij JOGG, een organisatie die gemeenten, bedrijven en organisaties ondersteunt om de leefomgeving van kinderen en jongeren gezonder te maken.

Dit is de eerste keer dat ik als student een interviewartikel in het Nederlands schrijf. Ik had het al eerder gedaan toen ik mediastudies studeerde, maar toen was het in het Engels. Daarom vind ik het uitdagend. Ik heb ernaar gestreefd om het interview zo professioneel mogelijk te laten verlopen, ervoor te zorgen dat ik alles wat er werd gezegd verstond en dus de goede vervolgvragen stelde. Ik wilde ook een ander perspectief op de journalistiek laten zien, met name de ervaring van het werken als journalist in je tweede of derde taal. Dus interviewde ik Tawfiq, die mijn moedertaal spreekt, deze ambitieuze en volhardende man die ondanks zijn studie in Syrië nog steeds ambities koestert om hier in Nederland te studeren. Toen hij hier geen financiële steun kreeg voor zijn studie, werkte hij hard om voor zijn opleiding te kunnen betalen. Momenteel werkt hij als journalist terwijl hij zijn deeltijds studie Media-Informatie en Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam volgt. Een paar dagen voor het interview vroeg ik hem om mij enkele van zijn werken te sturen, vooral die waar hij trots op is. Eén daarvan was een documentaire met de titel ‘De weg naar Succes’, die op YouTube werd gedeeld.

Ik vond de documentaire die je paar jaar geleden maakte interessant. Daarom wil ik je er graag wat vragen over stellen.

Wat was jouw rol bij het maken van deze documentaire. Ben jij degene die het script heeft geschreven en gefilmd? En was het jouw idee?

“Nadat ik mijn stage bij Omroep West had afgerond, voelde ik mij gemotiveerd om iets anders te gaan doen. Toen het team dit enthousiasme in mij zag, zeiden ze ‘je mag met een nieuw idee komen en wij zullen je helpen het uit te voeren’ en toen kwam er een idee in mij op. Ik dacht dat ik, als Tawfiq, me verdwaald voelde, en ik niet de enige was die dit gevoel had. Wij vluchtelingen in Nederland voelen ons allemaal verdwaald en weten niet wat we moeten doen en waar we moeten beginnen.  Maar wat ik wel weet is dat ik succesvol en actief in de maatschappij wil zijn. Maar ik zie mijn kans niet. Waar moet ik beginnen en hoe moet ik het doen? Ik heb hulp nodig om de weg te kunnen vinden, ik voelde me depressief.”

“Ik wilde dus een persoonlijk verhaal vertellen, maar tegelijkertijd een representatief verhaal waar veel andere nieuwkomers zich in kunnen vinden. Dit verhaal was als een zoektocht naar succes. Mijn idee werd goedgekeurd en ik begon met het schrijven van het script. Ik had hele leuke collega’s die mij na het schrijven hielpen met het herzien van de tekst. Omroep West financierde een deel van het project en Vluchtelingenwerk Nederland financierde de rest.”

Het viel mij op dat er in de documentaire Oosterse muziek zat. De soundtrack tussen de scènes was Oosters. Is dit door jou bedacht? En waarom?

“Ik wilde dit doen omdat deze muziek mijn cultuur vertegenwoordigt. Het verhaal dat ik vertel gaat over een vluchteling met een Syrische achtergrond. Voor deze vluchteling is Nederlandse muziek nietszeggend, want hij is onlangs naar Nederland gekomen.”

Je hebt, samen met je collega’s de documentaire gemonteerd. Het viel mij op dat je in sommige scènes,  toen je Nederlands sprak stotterde je maar je hebt deze scènes niet verwijderd. Heb je dat met opzet gedaan?

“Zeker! Ik wilde dat de kijker deze nieuwkomer zag met al zijn problemen, met alle moeilijkheden waarmee hij werd geconfronteerd, zelfs bij het spreken en zich uiten, met al zijn omstandigheden en belemmeringen. Ik wilde dat ze de nieuwkomer zagen zoals hij/zij is. Bij het schrijven van de voice-over zorgde ik ervoor dat ik mijn eigen woorden gebruikte, zelfs als mijn taal niet perfect was. Mijn collega’s stelden voor dat ze mijn tekst zouden bewerken en corrigeren. Maar ik wilde dat de kijker de situatie begreep, ik wilde de realiteit aan het publiek overbrengen. Ik ben geen acteur; ik vertel de verhalen van veel mensen hier onder ons door mijn eigen verhaal te vertellen. Dit is een documentaire, geen film of fictief verhaal.”

Een journalist vertelt meestal de verhalen van anderen. Hoe vond je het om je eigen verhaal te vertellen? Wat was het verschil dat je ervoer toen jouw verhaal het materiaal was dat je aan mensen wilde presenteren?

“Het was een slecht gevoel. Ik heb altijd graag documentaires gemaakt. Maar opeens werd ik, die documentaires wilde maken, zelf het verhaal! Toen vond het conflict plaats! Ben ik Tawfiq de journalist? Of ben ik de gewone persoon die zijn verhaal vertelt? Ik was in de war. Het was een strijd om echt te kunnen zijn; ik wilde niet overkomen als acteur, maar tegelijkertijd wilde ik dat de documentaire goed en professioneel zou worden.”

Welke stem was sterker in jou? De stem van Tawfiq die een probleem heeft en een oplossing wil? Of de stem van Tawfiq, de beroepsjournalist die om zijn documentaire geeft?

“Ik zorgde ervoor dat wanneer het filmen begon en ik degene was die voor de camera sprak, ik Tawfiq, de journalist, aan de kant zou zetten en Tawfiq zou zijn, de vluchteling, die een oplossing voor zijn probleem wil en spreekt vanuit zijn hart en zijn realiteit. Daarom werden de scènes met spontaniteit en eerlijkheid gefilmd.”

Het viel mij ook op dat in één scène in de documentaire de politiek in Syrië ter sprake kwam. Was dat jouw suggestie?

“Nee, ik wist er niets van en het was een verrassing voor mij. Ze hadden een foto van Bashar al-Assad meegenomen en waren bang voor mijn reactie. Mijn collega vroeg mij: als Bashar al-Assad voor je stond, wat zou je dan doen? Toen zei ik tegen hem: wat moet ik doen? Ik zou hem voor het Internationale Gerechtshof in Den Haag dagen. Ze waren erop voorbereid dat als de scène zou slagen, ze deze in de documentaire zouden laten zien, en als dat niet het geval was, ze deze zouden verwijderen. Maar toen ze zagen dat ik goed met de situatie omging, hielden ze het vol.”

Waarom denk je dat je collega’s dit onderwerp ter sprake hebben gebracht?

“De bedoeling was om de Nederlandse kijker, die het nieuws in Syrië niet volgt en niet bekend is met de Syrische context, te laten weten dat er een politieke dimensie schuilt achter het verhaal van deze vluchteling en zijn komst naar Nederland. Hij is hier niet zonder reden gekomen. Er is een dictator in zijn land die hem dwong zijn land te verlaten en hierheen te komen.”

Jij bent een Syrische journalist werkzaam in Nederland, en tegelijkertijd vluchteling vanwege een politieke realiteit in jouw land. Denk je dat als je hier verhalen over de Syriërs en Syrië vertelt, je objectief of neutraal kunt blijven?

“Er is geen objectiviteit. Het is pretenderen van objectiviteit. Misschien zou ik kunnen zeggen dat het hypocrisie is. In één geval kan ik zeggen dat er sprake is van echte objectiviteit. Het is wanneer de journalist het heeft over een onderwerp dat hem helemaal niet aangaat. Alleen dan kunnen ze neutraal blijven. Uiteraard vereist neutraliteit ook de onafhankelijkheid van de journalist, omdat jouw werkgever dat misschien niet leuk vindt.”

“Ik schreef artikelen over de situatie in Syrië en ja, ik was bevooroordeeld, ik koos de kant van het volk. Ik was bevooroordeeld tegen Bashar al-Assad. Dat komt ook omdat de doelgroep gewone mensen is, Syrische vluchtelingen die hebben geleden onder de dictatuur van Bashar al-Assad en naar Nederland zijn gekomen. Maar als ik een artikel zou schrijven en mijn doelgroep het Nederlandse publiek zou zijn, zou ik misschien de andere kant laten zien, de andere mening, de claims van het Syrische regime. Mijn huidige doelgroep zijn bijvoorbeeld Syrische vluchtelingen in Nederland. Ze zijn al bekend met de politieke situatie in Syrië en zijn ook al bekend met de propaganda van het regime.”

Heb je racisme ervaren tijdens jouw werk?

“Ja tuurlijk! Het eenvoudigste voorbeeld is dat ik bij de koffiemachine sta en een collega van onder tot boven naar mij zie kijken zonder mij te begroeten. Maar je moet hieraan wennen en niet gevoelig zijn. Vooral journalistiek werk is een baan die geen handenarbeid met zich meebrengt, maar een scherp intellect vereist. Als je in een slecht humeur bent, kunt je niet goed functioneren. Het handhaven van het psychologische en intellectuele evenwicht is dus cruciaal in dit beroep.”

“Racisme is niet iets nieuws voor ons Syriërs. We werden blootgesteld aan verschillende vorm van discriminatie toen we in ons land waren. Wanneer iemand uit de sekte van de president komt, plaatst het pure feit dat hij/zij uit deze sekte komt hem/haar op een hogere rang dan de onze, en we moeten heel voorzichtig zijn in de omgang met hem/haar. Als je hier komt wonen in dit land, moet je je weg vinden en weten hoe je moet omgaan met de situaties die je doormaakt. Het is niet een dag of twee, het is een leven dat je hier zult doorbrengen. Daarom moet je je doelen stellen en geen vijanden maken.”

“De dichter Mahmoud Darwish zegt: Ik heb het niet druk met degenen die mij haten, maar ik ben eerder bezig met degenen die van mij houden. Daarom probeer ik altijd de volle helft van het glas te zien. Ik woon hier in Nederland. Er zijn veel aardige mensen. Nederlanders zijn respectvol en begripvol. Dus waarom zou ik de meerderheid willen verlaten en op de weinige mensen, die mij niet willen, focussen?”

Waarom heb je hier geen artikelen geschreven over andere onderwerpen dan Syriërs en vluchtelingen? Waarom zou je bijvoorbeeld de Nederlandse context niet aanpakken? Heb je voor deze focus gekozen, of merkte je dat je beperkt was tot dit gebied en daartoe gedwongen werd?

“Ik kreeg de kans niet! Laten we realistisch zijn: wij, Syrische journalisten, werden beschouwd als specialisten in kwesties in het Midden-Oosten. Als er bijvoorbeeld een verzoek kwam om over een Nederlands onderwerp te schrijven, zouden ze daar zeker een Nederlandse journalist voor selecteren.”

Stoort het je?

“Natuurlijk stoort het mij! Ik ben tenslotte een journalist. Een journalist moet kunnen kiezen in welk gebied hij/zij wil specialiseren en over welke onderwerpen hij/zij wil schrijven.”

Wat is jouw interessegebied?

“Ik vind schrijven over de maatschappij interessant. Ik hou er niet van om weg te zijn van mensen. Ik ben graag onder de mensen.”

In je huidige werk bij de JOGG is de content die je maakt gerelateerd aan de Nederlandse zaken en is het een nieuwe ervaring voor jou. Wat was je indruk? Vind je de onderwerpen die je behandelt interessant?

“Ik ben blij met deze ervaring omdat het mij vooral helpt de Nederlandse context te begrijpen. Deze ervaring heb ik nodig om meer te leren over de Nederlandse samenleving, de Nederlandse instellingen en hoe het hier werkt. In Syrië hadden we bijvoorbeeld nooit organisaties of instellingen gehad die zich bezighielden met het bieden van een gezonde omgeving aan kinderen en adolescenten. Dit is een compleet nieuw concept voor mij. Deze ervaring voegt voor mij veel toe en helpt mij de interesses en zorgen van de mensen hier te begrijpen. Hun behoeften en zorgen zijn heel anders dan die van de mensen in Syrië. Ik hoorde hier bijvoorbeeld over een nieuw project dat het bezorgen van fastfood binnen een kilometer van scholen verbiedt. Dit staat ver af van onze zorgen in Syrië.”

Je bent een verhalenverteller. Welk verhaal zou jij het liefst vertellen?

“Mijn passie ligt in menselijke verhalen en achter het ontdekken van de diepte achter menselijke belevingen. Ik ben niet geïnteresseerd in het vertellen van verhalen over specifieke gebeurtenissen, crises en verschijnselen.”