‘Daarin vind ik onze vereniging echt anders. Er is gastvrijheid en naastenliefde.’
reportage, gepubliceerd op 07 May 2018, door Mariska van der Veen

Vorig jaar was Céline Amoureus (23) praeses van de studentenvereniging Navigators in Leiden (NSL). Deze studentenvereniging met ongeveer driehonderd leden onderscheidt zich van andere Leidse verenigingen door haar christelijke inslag. Het motto van de vereniging is: ‘Cognovisse Christum et proclamare eum’ (Christus kennen en hem bekendmaken). Tegelijk is het volgens Amoureus een gewone studentenvereniging: ‘Dus we hebben gezelligheid, borrels en feestjes.’ We hebben het over de niet altijd logische combinatie van studentikoziteit en christelijke normen en waarden, commotie veroorzakende ontgroeningen, NSL als echt andere vereniging in Leiden en de druk die besturen met zich mee kan brengen.

NSL heeft net als andere verenigingen een eigen sociëteit. Wat de studenten samenbindt die samenkomen aan de Oude Singel 56 is volgens Amoureus: ‘Dat we geloven dat we dezelfde God en Vader hebben’. Maar een christelijke levensstijl en alles wat hoort bij studentikoziteit gaan niet altijd even makkelijk samen. Deze samenvoeging wordt naar buiten toe gepromoot met de leus ‘Bijbel en Bier’. Amoureus geeft aan dit concept af en toe wrang te vinden: ‘Omdat het enerzijds mensen aantrekt, maar tegelijkertijd ook echt spanning met zich meebrengt’. In haar bestuursjaar is ze door het jaar heen er scherper op gaan letten dat ze niet vooral het tweede deel promootte. ‘Op constitutieborrels zei ik dan bijvoorbeeld tegen andere besturen, maar we hebben ook feestjes en kom in de EL-CID (introductieweek) vooral langs bij de cantus.’

Interne spanning

De spanning is niet alleen voelbaar in de manier waarop gepromoot wordt, maar ook binnen de vereniging zelf. ‘Soms merk je dat de vereniging bepaalde dingen veel te christelijk vindt en dat ze liever gewoon extra feestjes wil houden. Zelf kom ik uit een dispuut waarin feestjes best wel geliefd zijn en het geestelijke soms iets minder aandacht krijgt. Maar tegelijkertijd zie je wel dat er ook disputen zijn waar het juist meer andersom is. Dat hoort natuurlijk bij driehonderd leden dat je verschillende meningen hebt.’ In het omgaan met die verschillende meningen en mensen probeerde Amoureus nooit mensen te veroordelen. Het is volgens haar nu eenmaal zo dat sommige leden streng zijn en andere makkelijker in bijvoorbeeld het gebruik van alcohol. ‘Jezus ging altijd in liefde op andere mensen af. Hij stelde vragen en veroordeelde niet. Je moet eerst de balk uit je eigen oog halen voordat je de splinter uit het oog van een ander haalt.’

Ontgroeningen

Bij een studentenvereniging hoort natuurlijk ook een ontgroening. Dit is voor Amoureus een voorbeeld van een onderwerp dat spanning oproept. Aan de ene kant wil Amoureus daar helemaal in meegaan, maar aan de andere kant: ‘We zitten gewoon mensen af te beulen en er zitten mensen te huilen. Hoe praat je dat ooit goed? Het is echt allesbehalve naastenliefde’. Ze kan zich goed vinden in de commotie die ontstond in de media na een aflevering van het programma Rambam. ‘We gaan soms te ver als verenigingen en er zijn incidenten die echt niet kunnen.’ Maar ze denkt wel dat de meeste ongewenste praktijken zich voordoen bij het corps. ‘Daar moet iets extreem veranderen. Er moet openheid komen en de codes van de universiteit moeten nagevolgd worden. Maar tegelijkertijd moeten de media opletten dat ze niet te veel doordrammen.’

Maar Amoureus ontkent niet dat er bij NSL geen dingen gebeuren die te ver gaan. Als voorbeeld noemt ze een inval van een herengezelschap midden in de nacht. De jongens werden met slaapzak en al naar buiten getild. Een slaapzak kwam in een plas water terecht. ‘En het is al koud en het is al vreselijk en het is je enige eigendom dat je op dat moment hebt. Het zal natuurlijk niet het ding zijn waardoor iemand een inzinking krijgt. Maar ik vind het zelf echt te ver gaan.’ Dit soort incidenten probeert NSL te voorkomen door kritisch na te denken over de ontgroening. Plannen voor invallen moeten bijvoorbeeld door het bestuur goedgekeurd worden. En tijdens de ontgroening zijn er altijd twee vertrouwenspersonen aanwezig en iemand van het bestuur die controleren of alles goed verloopt.

Onderscheidend

Toch zijn er ook punten waar NSL zich duidelijk mee onderscheidt van andere verenigingen. Voor Amoureus is het belangrijkste punt, de sfeer bij verenigingsactiviteiten. Voorbeelden daarvan zijn de EL-CID en de borrels. ‘Als iemand tijdens de CID binnen komt lopen, stapt er altijd wel een NSL’er op af. En CID-lopers geven altijd aan dat ze de sfeer bij NSL in vergelijking met andere verenigingen heel fijn vinden.’ Naar een borrel nam ze een keer twee mensen mee die ze kende van haar stage. Ze hoefde zich nauwelijks druk om hen te maken. Er kwamen allemaal NSL’ers op hen af die met hen wilden praten. ‘Daarin vind ik onze vereniging echt anders. Er is gastvrijheid en naastenliefde.’

Amoureus denkt ook dat de manier waarop een bestuursjaar beleefd wordt NSL onderscheidt. Als voorbeeld noemt ze de manier waarop ze als bestuursleden met elkaar omgingen. ‘Als iemand er helemaal doorheen zat dan baden we met elkaar. En ik ben een keer met een bestuursgenoot naar de Koeliekerk geweest om samen te bidden, dat vond ik heel vet. We stelden ons ook heel kwetsbaar op naar elkaar, daarmee maakten we het heel persoonlijk. Dat vond ik echt goud waard.’

Praesesschap

Af en toe was het zwaar om de eindverantwoordelijkheid te dragen voor vereniging en bestuur. ‘Oh wow’, reageert Amoureus verbaasd als ze zich beseft dat er drie momenten waren waarop ze die verantwoordelijkheid echt als druk voelde. Het derde moment was het heftigst. Het was in mei vorig jaar, bijna aan het einde van het bestuursjaar. Ze lag ’s avonds in bed en voelde haar hart heel snel kloppen, in slaap vallen lukte haar niet die avond. Ze denkt dat ze weet hoe het kwam: ‘Je gaat de hele tijd door, door, door. En toen het einde in zicht kwam merkte ik opeens dat ik eigenlijk heel erg moe en gewoon op was. Mijn lichaam gaf het dus eerder aan dan dat ik het geestelijk doorhad.’

Toch heeft ze nooit spijt gehad van haar keuze: ‘Ik ben echt super enthousiast over het jaar en had het nooit willen missen. Ik heb ontzettend veel over mezelf geleerd’. Ze was nu de zwaardere momenten ook al bijna weer vergeten. Als ze terugkijkt herinnert ze zich vooral de vette momenten en met name de momenten die ze als bestuur samen hadden. ‘Je deelt alles met elkaar. Je huilt allemaal wel een keer, je bent allemaal wel een keer blij, heel verliefd en heel boos. Echt alles.’

Toekomstbestendig

Ze hoopt dat haar toekomstige werkgever in een sollicitatiegesprek vragen zal stellen over wat zij als praeses gedaan en geleerd heeft. ‘Want ik kan daar enorm uit putten, bijvoorbeeld over wat mijn zwakke en sterke punten zijn.’  Ondanks de negatieve verhalen die over studentenverenigingen in het nieuws komen verwacht ze dat werkgevers een bestuursjaar nog steeds als een pré zien. ‘Ook al is het maar een studentenverenigingetje, het is wel een cultuur en een bedrijf op zich. En soms een speeltuin waarin we leren debatteren en alles, maar het is echt super leerzaam.’