Het is niet uniek dat een gemeente de handen ineen slaat met een academicus om de veiligheidsbeleving onder inwoners in kaart te brengen. Zo doet Krista Schram van hogeschool Inholland een soortgelijk onderzoek in Rotterdam. In samenwerking met de gemeente begonnen zij en een team van onderzoekers in 2022 aan het meerjarige onderzoeksproject ‘Rotterdamse wijkgerichte aanpak veiligheidsbeving’. Het doel van het project is een gezamenlijke wijkaanpak ontwikkelen waarbij buurtbewoners meedenken over manieren waarop de veiligheidsbeleving kan worden versterkt.
Volgens Schram is het belangrijk om van lokale kennis gebruik te maken om te kunnen bepalen welke maatregelen effectief zijn in een specifieke context. “Je moet op wijkniveau onderzoeken of er zorgen zijn over veiligheid, en wat die zorgen precies zijn. Dat verschilt heel erg per wijk, per buurt, maar soms ook per groep. Vrouwen voelen zich bijvoorbeeld door andere dingen onveilig dan mannen.” Daarbij benadrukt ze het verschil tussen objectieve veiligheid en veiligheidsperceptie. “Objectieve veiligheid gaat over het daadwerkelijk niveau van overlast en criminaliteit, en veiligheidsperceptie gaat over hoe mensen de veiligheid ervaren. Daarop zijn veel meer factoren van invloed dan overlast en criminaliteit alleen.”
Veiligheidsbeleving in Leiden
Uit de laatste Veiligheidsmonitor (2021) bleek dat 39 procent van de Leidenaren zich wel eens onveilig voelt in de stad. Dit is ongeveer gelijk aan dat van de andere onderzochte gemeentes met meer dan 70.000 inwoners, waarvan het gemiddelde op 37 procent ligt. Slechts 16 procent van de respondenten in dit onderzoek zegt zich wel eens onveilig te voelen in eigen woonbuurt. Dit ten opzichte van 19 procent bij andere gemeentes met meer dan 70.000 inwoners.
Ook laat de veiligheidsmonitor zien dat de Leidse bevolking over het algemeen erg positief is over de leefbaarheid van de woonbuurt. Het gaat daarbij zoal over fysieke voorzieningen zoals straatverlichting, onderhoud van plantsoenen en parken, en het ophalen van afval door de gemeente. Volgens Schram bestaat er een belangrijke relatie tussen veiligheidsgevoelens en de kwaliteit van de buitenruimte. “Alles moet netjes worden onderhouden; geen scheve stoeptegels, kapotte verlichting, graffiti en dat soort dingen. Dit is belangrijk om de veiligheidsbeleving op orde te houden.”
‘Eyes on the street’
Minstens zo zwaarwegend als de fysieke omgeving, is de sociale omgeving. Schram stelt dan ook dat de zogenaamde ‘eyes on the street’ een grote rol spelen in het gevoel van veiligheid. “Als er veel andere mensen op straat zijn, voelen we ons veiliger.” Volgens inwoner Isabel (24) zit het wat betreft de sociale controle wel goed in Leiden. Zij is ruim een jaar geleden in de stad komen wonen en voelt zich hier over het algemeen erg veilig. “Ik voel me hier veiliger dan in Zoetermeer waar ik eerst woonde. Het is hier knusser en er is meer volk buiten waardoor er altijd iemand is naar wie je toe zou kunnen gaan als er iets is.” Daarnaast vindt ze het fijn dat er in Leiden maar weinig viaducten of ongure plekken zijn waar mensen zich zouden kunnen verschuilen. “Groepjes mensen op zulke plekken kunnen wel heel intimiderend zijn, maar dat valt dus gelukkig wel mee hier.”
De aanwezigheid van veel mensen op straat kan dus een positief effect hebben op de veiligheidsbeleving. Het hangt er daarbij ook van af wie die mensen zijn, en of ze respectvol met elkaar omgaan aldus Schram. Een gevarieerd publiek is daarbij belangrijk, en er moet een goede cohesie bestaan tussen de mensen. Als studentenstad heeft Leiden te maken met een soort tweedeling van de bevolking, bestaande uit veel (internationale) studenten en de overige bewoners. Hier kan volgens Isabel nog wel eens conflict tussen ontstaan, met name wanneer leden van studentenverenigingen een borrel op hebben en de straat op gaan. “Het is wel eens gebeurd dat een paar jongens van Minerva langs mijn huis reden, uitstapten, en gezamenlijk tegen een boom gingen plassen. Als het kan probeer ik mensen van studentenverenigingen te omzeilen. Niet per se omdat ik me onveilig voel, maar ze zorgen soms wel voor overlast.”
Belang van het onderzoek
Schram benadrukt dat positieve veiligheidsgevoelens niet alleen belangrijk zijn voor de gemoedstoestand van individuele burgers, maar ook voor het behoud van een de objectieve veiligheid. “Onveiligheidsgevoelens leiden vooral tot mijdingsgedrag; mensen mijden bepaalde plekken of groepen op bepaalde momenten. Op zich kan dat ook functioneel zijn, maar als dat collectief gebeurt en steeds meer mensen die buitenruimte gaan vermijden, ontstaat er ook steeds meer ruimte voor overlast en criminaliteit.”
Het is dus van algemeen belang om de onveiligheidsgevoelens van de stad in kaart te brengen, zodat de gemeente en andere instanties effectieve maatregelen kunnen nemen om de veiligheid en veiligheidsgevoelens te versterken. In een eerder interview met Sleutelstad liet oud-burgemeester Henri Lenferink dan ook weten erg enthousiast te zijn over het onderzoek van stadscriminoloog Franken. “Het is fijn om handvatten te krijgen voor wat je aan onveiligheidsgevoelens zou kunnen doen.” Voorlopig is het onderzoek nog in volle gang, maar we kunnen met een positief gevoel uitkijken naar de volgende resultaten.