Anna Pleijsier: “Het is ook vaak een beetje jezelf overschreeuwen en denken: wat zou een man doen?”
verhaal, gepubliceerd op 01 Nov 2021, door Donyagroen

Op de basisschool was politiek redacteur Anna Pleijsier al bezig met het bevragen van de macht en dat is nog steeds hard nodig. Júíst in het centrum van de macht: het Binnenhof in Den Haag. “Soms denk ik echt: ik weet niet in welke tijd ik uit mijn tijdscapsule ben gestapt, maar het lijkt wel 30 jaar geleden.”

Hoe is het idee ontstaan journalist te worden?

“Ik wist op de middelbare school al dat ik óf de politiek in wilde, óf journalist wilde worden. Ik zat op een streng christelijke basisschool en meisjes mochten niet meedoen met voetbal en alleen rokjes dragen. Toen dacht ik al: ik kan hier helemaal niet tegen, dat ik niet mag zijn wie ik ben, dit moet anders. Dat idee werd op de middelbare school alsmaar groter. Ik ging meelopen in protestmarsen, las veel boeken over politiek en feminisme en hoe de macht in elkaar zit. Als journalist kun je onderwerpen belichten die jij interessant vindt. Ik geloof ook wel een beetje in het activistisch zijn. Het is belangrijk om de macht te bevragen en dan is journalistiek natuurlijk een droombaan. Je kan gewoon de telefoon pakken en zeggen: ‘Ik ben journalist.’ En vervolgens kan je mensen het hemd van het lijf vragen. Je hebt gewoon alle mogelijkheden die een ander niet heeft.”

Is dat ook zo in jouw ervaring, dat mensen graag met je willen praten als je ze belt?

“Vooral toen ik bij Follow the Money werkte, vonden sommige mensen het wel spannend om met me te praten en dat is nu in de politiek ook zo. Ze willen met je praten als ze iets willen verkopen en ze willen niet met je praten als het moeilijk gaat met hun partij, dat blijft altijd wel een issue. Maar ik heb ook bij DWDD gewerkt en daar zijn ze gewoon superblij als je belt, want dat is exposure en ook niet het meest journalistiek kritische programma. In de politiek moet je iets meer een spelletje spelen.”

Je werkt nu als politiek redacteur bij BNNVARA, hoe ben je daar terecht gekomen?

“Ik begon bij M, de talkshow van Margriet van der Linden, en daar was de redactie best wel nieuw. Dus ik dacht: als ik nu mijn ellebogen erin zet, dan kan ik voor elkaar krijgen om politiek erin te krijgen. Bij Jinek hadden ze al een politieke redactie en bij DWDD heb ik het gewoon een beetje opgeblazen door te zeggen: ‘Ik heb al super veel ervaring in de politiek, dus dat wil ik graag doen’. Het is ook vaak een beetje jezelf overschreeuwen en denken: wat zou een man doen? Die zou het ook doen, dus waarom ik niet.”

“Politiek is er met de paplepel ingegoten. Mijn vader was heel erg actief voor de CU, die zat voor die partij in de gemeenteraad, dus het was gangbaar dat je s ’avonds aan de keukentafel ging praten over wat er in Den Haag gebeurde. Ik was een heel druk kind, mijn vader zei op een gegeven moment: ‘Als je elke dag de krant leest, krijg je 50 cent.’ Voor een scholier is dat echt een godsvermogen. Het was een goede stok achter de deur, dus ik las elke dag de krant. Zodoende heeft mijn vader me wel gepusht in de ontwikkeling.”

Hoe houd je alles bij wat er gaande is in de politiek?

“Ten eerste moet je accepteren dat je sommige dingen gewoon niet weet. Als je alles wilt weten moet je elke keer Buitenhof kijken, podcasts luisteren, elke dag Jinek en dat is niet te doen. Ik heb altijd voor mezelf bedacht: ik kies een aantal dingen uit. Je hebt ook altijd collega’s die alles weten en alles bijhouden en veel sneller linkjes leggen, maar je moet ook op een gegeven moment accepteren dat je maar een x aantal uren in een dag hebt en ook nog een sociaal leven hebt. Maar het is wel een uitdaging, je hebt constant het gevoel dat je achterloopt, dat je dingen niet weet en dat je dingen hebt gemist.  In het begin vond ik dat heel erg, maar nu denk ik van: ja, het is wat het is, je kan niet alles weten.”

Ben je weleens de mist in gegaan met het geven van informatie?

 “Laatst werd er een vraag gesteld aan me op de radio: ‘Wanneer was het voor het laatste dat de grootste partij niét de minister-president leverde?’. Ik dacht toen: eh ja, ik ben 27, ik heb eigenlijk geen idee, ik ben geen wandelende Wikipedia. Ik ben toen wel door de mand gevallen, want ik gokte dat het nog nooit was gebeurd, maar dat bleek wel zo te zijn. Dus ik waag ook gewoon geen gokjes meer.”

Een groot terugkerend onderwerp in Anna Pleijsier haar werk is seksisme. Tijdens haar werk op het Binnenhof kwam dit onderwerp ook bovendrijven. “Ik wist van twee vrouwen die daar werken en die ik al eens had geïnterviewd dat er iets aan de hand was, ik wilde daar meer over weten.”

Voor haar onderzoek naar seksisme op het Binnenhof interviewde ze tien vrouwen die werkzaam zijn als politici, lobbyist en journalist op het Binnenhof, over hun ervaringen met seksisme en seksuele intimidatie. Haar onderzoek ging niet onopgemerkt. “Er is twee keer iemand naar mij toegekomen toen ik bezig was met het artikel om me te waarschuwen dat als ik ermee door zou gaan, het mijn carrière zou schaden. ‘Je gaat neergezet worden als boze feminist’. Ook na de publicatie heb ik veel kritiek gekregen van mannelijke collega’s. Ook collega’s van andere programma’s, die vonden het allemaal aanstellerij en toen dacht ik van: ‘Ja, dit is dus precies het hele punt, je bevestigt alleen maar wat mijn onderzoek zegt. Ik schrok daar wel van hoor, je loopt wel tegen wat muren aan als je gaat krabben aan dit onderwerp.”

Je werkt zelf ook op het Binnenhof, heb je ervaring met seksisme?

“Ik heb gelukkig niks meegemaakt qua handtastelijkheid of dat soort dingen, maar ik ben wel een van de weinige vrouwen die er werkt. Ik ben jong en blond, dus in het begin krijg je wel opmerkingen zoals: ‘Je bent alleen maar aangenomen omdat je baas je een lekker wijf vindt.’ Of dan wordt er over een collega gezegd: ‘Zij loopt altijd in een mantelpakje en op hakken en zo haalt ze alle gasten binnen voor de talkshows.’ Heel denigrerend. De volgende dag denk ik dan wel: nou ik trek maar een keer een trui aan want zo wordt er blijkbaar over je gepraat. In Hilversum zal nooit iemand een opmerking maken over hoe je eruitziet, maar kom je in Den Haag, in die Haagse kaasstolp, dan is het gewoon een wereld van verschil. Soms denk ik echt: ik weet niet in welke tijd ik uit mijn tijdscapsule ben gestapt, maar het lijkt wel 30 jaar geleden. Ik merk ook dat hoe langer ik er werk, hoe meer ik afstomp en het normaal ga vinden. Vrienden die in andere velden werkzaam zijn zeggen ook: ‘Als mijn leidinggevende dat tegen mij zou zeggen, dan zou dat echt een ramp zijn.’ En bij ons is dat gewoon aan de orde van de dag. Dat moet veranderen.”

Anna Pleijsier haar tweede onderzoek naar vertrouwenspersonen op het Binnenhof is net uitgekomen en ze is nog lang niet klaar met het bevragen van de macht, dus het zal zeker niet het laatste zijn wat we van haar gaan lezen. “Ik denk dat ik er bijna een dagtaak aan heb, ik heb in ieder geval nog genoeg onderwerpen in dit segment.”