Wimar Bolhuis: Plattelandspopulisme botst met Randstadpopulisme
interview, gepubliceerd op 24 Feb 2020, door Willem Haak en Klaas Omta

Wimar Bolhuis is econoom en bestuurskundige aan de Universiteit Leiden. Hij schreef eerder over de strijd tussen het platteland en de rest van de samenleving. En hij heeft een bijzondere oplossing om de kloof tussen deze groepen op te lossen.

Bestaat er volgens jou een kloof tussen het platteland en de Randstad?

Zeker. Deze is er vooral in politieke zin. Je merkt dat de Randstad vooral veel jonge, hoogopgeleide mensen trekt. Dat komt mede doordat de Universiteiten daar gevestigd zijn. De jongeren die daar wonen zijn iets kosmopolitischer ingesteld en je merkt dat zij op partijen stemmen die dezelfde inslag hebben. D66 en GroenLinks zijn daar heel groot. Omdat de achterban van die partijen vooral in de stad ligt, is het voor hen minder belangrijk om aan de traditionele zaken die buiten de Randstad liggen aandacht te besteden. Dat zie je ook aan hun partijprogramma. Ook in de stikstofkwestie merk je dit. D66 en GroenLinks worden daar enorm terug gedwongen. Hun focus ligt immers in de stad en niet op het platteland. De kloof is er – politiek gezien – dus zeker.”

 Wordt deze kloof groter in de Randstad dan in andere regio’s?

Ik denk dat er van de Randstadboeren meer gevraagd wordt wat betreft, bijvoorbeeld, de stikstofproblematiek. Ze zitten dichtbij de grote steden en in die zin is het dus moeilijker om hun beroep uit te oefenen. Ze moeten zich met meer zaken bezighouden. Dat is in andere regio’s een stuk minder. Daar hoeft het niet allemaal duurzamer en groener. Dat zie je terug in de electorale kaarten. Kijk maar naar de achterban van het FVD, de PVV en het CDA. Dat zit hoog in de buitengebieden. Onder de boeren zijn zij populair. Dat zie je in de Randstad veel minder.”

 Is deze kloof er ook op sociaal en economisch gebied?

Zeker ook op economisch gebied. De boeren in de Randstad hebben veel meer opties dan alleen het uitoefenen van hun eigen beroep. Als je wil samenwerken met een recreatiegebied, een bioboer wil worden of duurzamer wil werken, dan zit je in de Randstad veel beter. Daar worden dat soort ideeën gesteund en zijn er inwoners die je willen helpen. In die zin is het als boer begrijpelijk om daar meer te doen. Die omgeving en kansen heb je in de buitengebieden veel minder. Sociaal-economisch is er dus zeker een verschil. Ik verwacht dat deze trend alleen maar zal doorzetten. Dan zie je dat de verschuiving naar de stad en de kloof tussen het platteland en de Randstad enkel groter wordt.

 Je ziet dat boeren die om en rond de Randstad zijn gevestigd veel meer geneigd zijn om te veranderen en zij worden hierbij dan ook geholpen door allerlei economische actoren die dat steunen en hen daarvoor financieel willen belonen. Die kans hebben de boeren buiten de Randstad niet. Daarom is de angst van deze boeren best gegrond. Ze weten niet wat er allemaal voor nieuwe regels terugkomt.”

In je opinieartikel voor RTL Z vertel je over het achtergestelde platteland tegenover de bevoordeelde Randstad. In welke mate is dat een narratief? Of is dat echt de waarheid?

“Dat is het ‘Randstadpopulisme’. Het is makkelijk om vanuit de Randstad bepaalde dingen te roepen, zoals dat de veestapel gehalveerd moet worden. Daar zijn namelijk weinig mensen, kiezers en inwoners die er last van hebben. Dat is anders voor de mensen daarbuiten. De mensen die op het platteland wonen, hebben er wel heel veel last zijn. Zij merken namelijk het meest van het sluiten van alle boerenbedrijven.

Aan de andere kant is het plattelandspopulisme, waarbij telkens wordt geroepen dat boeren al ons eten en alle andere producten leveren. Als je naar de cijfers kijkt, valt dat echter best wel mee. Het belang van de boerenbedrijven is in Nederland namelijk best wel klein. Een aanzienlijk gedeelte dat de Nederlandse boeren produceren wordt namelijk aan het buitenland verkocht.

 Je merkt dat die twee stromingen tegenover elkaar staan en vooral uitgaan van een narratief en een populistisch verhaal. Feitelijk ligt de waarheid in het midden. Maar het maakt het wel lastig. Om tot een oplossing te komen moeten de twee populistische stromingen er namelijk met elkaar uitkomen. Dat is ook voor Minister Carola Schouten heel lastig.”

 Denk je wel dat er aan allebei de kanten van het populisme een kern van waarheid zit?

 Ja, zeker. In ieder geval wat betreft gevoelens. Feitelijk kloppen er in allebei de beredeneringen bepaalde dingen niet. Alles wordt overdreven en wetenschappelijk kun je allerlei zaken ontkrachten. Maar zeker is dat er gevoelsmatig dingen niet kloppen. Ik woon in Den Haag en spreek allerlei jongeren die nog nooit een boerenbedrijf hebben gezien. Zij zeggen dat de boeren niet zo moeten zeuren. Zij vinden dat het klimaatprobleem de boerenproblematiek overstijgt. In mijn eigen familie heb ik dan weer mensen die veel dichter bij het boerenland staan. Die gevoelens schieten weer de heel andere kant op.

 Hebben de gebeurtenissen van 2019 het wantrouwen vanuit het platteland in de Nederlandse politiek vergroot?

Ja, honderd procent. Wat er in Nederland nu is gebeurd – en dat is effect van populisme, waardoor je een hele sterke tegenreactie krijgt – is dat er heel veel tegenstellingen zijn geschapen. Doordat de partijen zo heftig hebben geroepen, bijvoorbeeld dat de veestapel moest worden gehalveerd, hebben de boeren daar ook heel hard op gereageerd. De uitspraken van de politiek hebben ervoor gezorgd dat de boeren zich hebben georganiseerd en naar Den Haag zijn gereden. Doordat dat is gebeurd, zie je dat een oplossing veel verder weg is komen te liggen. Ik denk dat je nu ziet dat er door de politiek een beetje gas terug is genomen. Je ziet namelijk dat je een heftige tegenreactie krijgt. Niemand begint er een politieke discussie over, omdat het vuurtje dan alleen maar weer wordt aangestoken.”

 Wat kan de politiek concreet doen om de kloof tussen het platteland en de Randstad te verkleinen?

Ik denk dat er uiteindelijk heel veel geld naar de boeren zal gaan om ze uit te kopen of om hun bedrijven te laten ombouwen om zo de stikstofproblematiek op te lossen. Zo gaat de kloof gedicht worden. Met een grote transfer van geld. Als je naar de grote hoeveelheid boeren en de miljoen aan subsidies, dan zie je dat dat enorm veel is. Ik denk dat de problematiek daar uiteindelijk mee wordt opgelost. Boeren laten hun bedrijf taxeren, waarbij de toekomstige waarde ook zal worden meegenomen en er waarschijnlijk ook nog een schadevergoeding bovenop zal komen. Dat loopt al heel snel in de honderd duizenden of miljoenen euro per bedrijf. Daar kan dan ook nog een belastingvrijstelling voor komen. Je gaat daardoor echt boeren zien die heel erg rijk worden en uiteindelijk met miljoenen weglopen en gaan rentenieren. Dat is de enige manier waarop de politieke partijen het zouden naar hun electoraat en naar de boeren toe kunnen verkopen.”

Denk je dat er ook nog een andere oplossing is om de kloof tussen het land en de stad te verkleinen? De sentimentele kloof speelt namelijk nog steeds in de samenleving…

“Nee, ik geloof niet dat dat kan gebeuren. Dan zal je echt documentaires moeten uitzenden om over het boerenleven te vertellen. Ik weet namelijk niet of Boer zoekt Vrouw erbij helpt om de kloof te dichten…”