Van oorlogsverslaggever tot hoofdredacteur in de culturele sector
interview, gepubliceerd op 24 Sep 2018, door Jan de Wit

Als twintiger maakte Paul van Eijndhoven het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië van dichtbij mee. Dertig jaar later is hij hoofdredacteur van de lifestylemagazines Italië Magazine en Hollandse Glorie. Dat zijn leven een aantal vreemde wendingen heeft genomen mag gerust een understatement heten; “Ik wou eigenlijk accountant worden.”

Op het dakterras van uitgeverij Credits Media, waaronder Italië Magazine en Hollandse Glorie vallen, hebben we onszelf in de Amsterdamse zon gemanoeuvreerd. De houten opklapbare banken zitten niet heel comfortabel, maar bieden ons wel de mogelijkheid om de laatste zomerse stuiptrekkingen van dit jaar mee te krijgen.

Hoe een hele standaardvraag kan leiden tot een geanimeerd gesprek, op mijn vraag hoe hij hier terecht gekomen is antwoord hij lachend: “Ik heb tot mijn 18de atheneum gedaan bij de paters in Eindhoven, jaja een Van Eijndhoven uit Eindhoven, mooie boel. Om accountant te worden ben ik economie gaan studeren in Amsterdam, maar dat was gewoon niks voor mij en na een Frans kandidaats   ?   equivalent van de huidige bachelor graad ben ik verder gegaan met Amerikanistiek. Ik ben gestrand bij mijn scriptie, eigenlijk ben ik een gesjeesde student.”

“Ik werkte ondertussen in de stamkroeg van de redactie van Vrij Nederland. Als het weekblad op dinsdag dan gezakt was, zoals ze dat vroeger noemden, kwamen ze naar de kroeg voor de dinsdagmiddagborrel. Daar leerde ik de eindredacteur van de krant kennen. Wij konden het erg goed met elkaar vinden en zij bood me een baantje als invalcorrector aan. Zo ben ik de journalistiek eigenlijk min of meer ingerold.”

”Ik schreef in die tijd mijn scriptie over de verschillen in het Amerikaanse mediabeleid, dus ik was ook wel enigszins geïnteresseerd in de journalistiek. Via via werd ik gevraagd voor een De Krant op Zondag, een particulier initiatief, na een week was ik er al eindredacteur op de buitenlandredactie!”

Joegoslavië

”De toenmalige souschef buitenland was groot fan van de vrijdagmiddagborrel, wat mij steeds meer taken op de buitenlandredactie opleverde. Zo werd ik halverwege de jaren ’80 chef buitenland van De Krant op Zondag. Als buitenlandredactie ga je ieder jaar de wereld als het ware verdelen en zo kreeg ik onder andere Joegoslavië.”

“Dit was in de tijd dat de bomen tot in de hemel groeiden binnen de journalistiek, zo kon ik als onervaren verslaggever in een oorlogsgebied in wording terecht komen.” De Socialistische Federale Republiek Joegoslavië bestond tussen 1943 en 1992 uit zes deelrepublieken. Hierin telde de deelrepubliek Socialistische Republiek Servië twee autonome provincies (Vojvodina en Kosovo), voor overzicht zie kaart.

Opeens zit een deel van Nederland te wachten op jouw verslag en op jouw mening over het conflict. Het leek wel een soort jongensboekromantiek.

Als beginnend journalist viel Van Eijndhoven met zijn neus in de boter, de onrust in Joegoslavië nam toe en begon voor zijn ogen uit elkaar te vallen. “In die tijd had elke grote stad wel een journalistenhotel, voor mij een uitkomst, ik had aan het begin geen idee waar ik mee bezig was. Ik had nog maar weinig ervaren en zat opeens in een conflictgebied. Opeens zit een deel van Nederland te wachten op jouw verslag en op jouw mening over het conflict. Het leek wel een soort jongensboekromantiek.”

“Ik reisde naar Slovenië met Marcel van den Bergh, een van de beste fotografen van Nederland, en onderweg waren overal duidelijk sporen van gevechten te zien, zoals de kogelgaten in de muren. Eenmaal in de hoofdstad Ljubljana gekomen sliepen we in het Holiday Inn, ook een journalistenhotel. Toen wij daar zaten was er nog een bominslag vlakbij, het was echt een hele spannende tijd.”

Samen met mijn goede vriend, wijlen Jeroen Oerlemans, ben ik een tijdlang door Marokko getrokken. Een verrassend mooi land met hele vriendelijke mensen, jammer dat we het salaris van de agenten moesten aanvullen met smeergeld,” stelt hij lachend.

Credits Media

De tijd in Joegoslavië staat in schril contrast met zijn werk nu. Als hoofdredacteur van Italië Magazine en Hollandse Glorie krijgt Van Eijndhoven het ene na het andere idyllische dorpje van Italiaanse en Nederlandse makelij voor ogen. “Ik ben pas later hoofdredacteur van deze tijdschriften geworden. Ik werk nu al 25 jaar voor uitgeverij Credits. Ik deed wat in de creatieve communicatie en Eugen   ?   eigenaar Credits Media B.V. wou dat ik eindredacteur zou worden van een nieuw blad dat BLVD moest gaan heten. Een blad over fashion, muziek en entertainment.”

“Na het faillissement van Vrij Nederland was ik bij Quote en Credits terecht gekomen. Bij Quote als eindredacteur, maar daar liepen allerlei jongens van 22 jaar rond die het leuk vonden om met elastiekjes te schieten. Allemaal leuk en aardig, maar het mag wel iets serieuzer van mij. Daarom ben ik vast bij Credits gaan werken. Toen heb ik ook mijn grootste journalistieke blunder begaan,” aldus een grinnikende Van Eijndhoven.

“We gaven met Credits een Philip Morris-blad uit en ik was de eindredacteur. Toen de tijdschriften geprint waren bleek onderaan iedere pagina Phillip Morris te staan, alles kon rechtstreeks de prullenbak in. Uiteindelijk heeft Philip Morris alle kosten van het herdrukken op zich genomen, erg sportief.” Dat Van Eijndhoven niet veel later Italië Magazine onder zijn hoede kreeg kwam mede door een samenloop van omstandigheden.

“Ik wil mezelf blijven ontwikkelen, dus ik had besloten om Italiaans te leren. Ik vond het een fantastisch land en kwam er graag. Vlak daarna besloot Credits om Italië Magazine te kopen en werd ik de hoofdredacteur. Als ik zou moeten kiezen tussen Italië Magazine en Hollandse Glorie zou ik ook voor de Italiaan gaan. Niet alleen vanwege de taal. Ook het land zelf, de cultuur en het eten zijn meer exotisch, spannender ook.”

“Toch is de mooiste reis die ik ooit gemaakt heb niet naar Italië geweest. Samen met mijn goede vriend, wijlen Jeroen Oerlemans, ben ik een tijdlang door Marokko getrokken. Een verrassend mooi land met hele vriendelijke mensen, jammer dat we het salaris van de agenten moesten aanvullen met smeergeld,” stelt hij lachend. Een mooie herinnering aan een te vroeg verloren goede vriend en dito journalist.

Onze lezers herkennen een flutverhaal en ik wil het er ook niet in hebben.

Tijdschriftenbranche

Het zijn eveneens herinneringen aan een ander journalistiek tijdperk. Tegenwoordig zijn de budgetten er niet meer naar om personeel zonder al te veel journalistieke ervaringen naar conflictgebieden te sturen. Van Eijndhoven refereert er met een nostalgisch gevoel naar als ‘het tijdperk waarin de bomen tot in de hemel groeiden’. “Tegenwoordig zijn de financiële mogelijkheden beperkter door een verdergaande vercommercialisering van de uitgeverijen. Een winst van 10.000 euro is geen winst. Daarnaast zijn adverteerders vaak minder geïnteresseerd in tijdschriften, een reclamespotje op televisie ziet er veel flitsender uit en kost haast niks meer.” Uitgeverijen werken steeds meer toe naar gesponsorde content. Wij bekijken ook mogelijkheden met Credits Media voor advertorials online, maar de kwaliteit moet goed zijn en enigszins aansluiten bij het lezerspubliek.

“Hier hebben we het ook niet makkelijk, maar wij redden ons wel. Ik vermoed dat de komende jaren nog wel de nodige tijdschriften gaan verdwijnen, maar dat zullen vooral de tijdschriften met een te algemeen profiel zijn. De oplages van specifieke tijdschriften en vakbladen gaan zich stabiliseren en redden zich uiteindelijk wel. We gaan toewerken naar meer gesponsorde content en online publicaties, ook met Credits, maar alleen als de kwaliteit goed is. Ons lezerspubliek bestaat voor een groot deel uit mensen die nog gewoon een tijdschrift in de handen wil hebben.”

“Door de veranderde machtsverhouding tussen adverteerders en journalisten wordt de laatste groep gedwongen beter werk te leveren. Journalisten kunnen niet meer gemakzuchtig zijn en met een wikiwaarheid komen, met ongefundeerde en makkelijke verhalen komen ze niet meer weg. Onze bladen kennen ook gesponsorde verhalen, maar alleen waarvan de kwaliteit goed is en het artikel nog leuk om te lezen is. Anders publiceer ik het niet en hoef ik ook niet meer met ze samen te werken. Onze lezers herkennen een flutverhaal en ik wil het er ook niet in hebben.”