Kobus en de Rokkers op festival Donderslag: “Zo groot als Bøkkers zou mooi zijn.”
reportage, gepubliceerd op 25 Sep 2018, door Thomas Jak

Wie nog nooit echt is verregend op een festival, is nog nooit op een echt festival geweest. Zoals men mag verwachten van een evenement dat Donderslag heet, ‘stroomt het van de lucht’ op de vrijdagavond met het thema boerenrock. De hoekige gitaarlicks van Kobus en de Rokkers verwelkomen de bezoekers al ruim voor zij de tent bereiken. Het is de jongste formatie in het vrolijke en oerend harde genre. “Ik ken geen band zoals de onze”.

Terwijl Yorrick op zijn drums beukt, Jenze zijn bas laat pompen en Alex in onvervalst Drents op de gitaar zijn ritmische rockmelodieën begeleidt, wordt een fan (de juiste term is hier: anhanger) op het podium uitgenodigd om een kleine crossmotor aan te zwengelen. De man stuit fanatiek mee op de veringen terwijl hij het nummer motorcrosser van de Rokkers aanvult met luid motorgegrom en de geur van uitlaatgas.

Normaal

Het zijn een paar van de pijlers van de sympathieke subcultuur van de Nederlandse muziek. Liefde voor luide rock, een minstens even grote liefde voor motors en trekkers en natuurlijk de teksten in een Oost-Nederlands dialect. Die gaan bij voorkeur over zo alledaags mogelijke dingen. Niet voor niks heten de grootste pioniers van de boerenrock ‘Normaal’.

Kobus en de Rokkers hebben zich overduidelijk laten inspireren door de groten uit het genre, zoals Normaal, Bøkkers of Mooi Wark. Alex en Yorrick kennen elkaar zelfs via concerten van de band. Toch willen ze zich onderscheiden binnen het genre. Als het publiek, aangezwengeld door Jenze, platvloers ‘bier en tiet’n’ zingt, onderbreekt  Alex hen: “Da’s wel weer genoeg, we zijn Mooi Wark niet”.

Jenze is de vreemde eend in de bijt. Hij is geboren in Zeist, drinkt dit optreden alleen water en hij kwam later bij de band. Naast ‘Kobus’ speelt hij in een funkformatie. Bovendien spreekt hij naar eigen zeggen geen Drents. Op het podium valt daar weinig van te merken. Als Alex even nergens te bekennen is, kondigt hij het volgende nummer alvast aan: “Ze heurt wel goed, maar luustert slecht”.

Ambitieus

Je zou het niet zeggen als je op de melodie van The Beatles’ Saw Her Standing There de tekst ‘Want ze vroeg aan mien/ laat je piemeltje eens zien’ hoort, maar verwar de alledaagsheid van de teksten, de ontspannen sfeer en de schunnigheden niet met een gebrek aan ambitie. De band komt aan in een grote bus met eigen logo. Die is dan wel weer in de stijl van een bekende beugelbierproducent. Alex heeft niet minder dan zeven gitaren mee. “Je moet zo’n kast met lades aanschaffen,” zegt Yorrick, “da’s veel handiger dan dat ze naast elkaar staan”. Ondertussen bekijkt hij samen met Jenze op internet onderdelen voor een basgitaar. Ze willen zich constant verbeteren.

Tussen de liedjes door geeft Catlin, de vriendin van Yorrick, steeds een nieuwe gitaar aan. “Niet iedere vriendin past bij de band”, legt Arie Schuring, vader van Alex uit, “Je moet wel meehelpen.” Hij en Marten Leistra, de vader van Jenze, gaan mee naar elk optreden. Om de bus te besturen en mee te helpen met het op- en afbouwen van de instrumenten en versterkers. Als ze het over de band hebben, zeggen ze ‘we’. “Volgend jaar willen we op tour door West-Nederland.”

Dan stormt Alex het podium af, geeft zijn gitaar aan Marten, klimt op de bar, krijgt zijn gitaar weer omgehangen en vervolgt zijn gitaarsolo in een nummer over ‘een wichie genaamd Rosie,’ op de bekende melodie van AC/DC.  Op de schouders van enthousiaste anhangers wordt hij weer teruggebracht naar het podium, terwijl hij stevig door blijft soleren.

Organisator Herman Geerts is tevreden. “Boerenrock leeft nog erg in het oosten van ‘t land. En wij geven op ons festival graag jonge bands een kans, vandaar dat we Kobus en de Rokkers hebben geboekt.” Zijn zoon, manus-van-alles op het evenement vult aan: “Dit is toch prachtig. Dat hier jonge bands spelen voor een krat bier en een droge worst.”

Nu het gestopt is met regenen, stromen er meer mensen binnen. Straks beginnen de Kisjeskearls, een Normaal coverband. Als de jongens wordt voorgesteld dat Kobus en de Rokkers weleens groter zouden kunnen worden dan hun helden, of zelfs landelijk bekend, schrikken ze. “Ik weet niet of dat kan,” zegt Jenze. “Alleen Normaal is ook in het westen bekend. Zo groot worden als de Bøkkers zou mooi zijn.”