“Met Marinde van der Breggen, ik bel even over de misbruikzaak”
interview, gepubliceerd op 24 Sep 2019, door Sander Huls

Marinde van der Breggen (29) werkte twee jaar lang voor Trouw aan een onderzoek naar seksueel misbruik bij Jehovah’s Getuigen. De problemen die zij en haar collega Rianne Oosterom ontdekten leidden tot Kamervragen en worden nu onderzocht door de Universiteit Utrecht. “Ik had helemaal niet verwacht dat we zoiets groots gingen onthullen.”

Je schrijft vaak over religie. Waar komt die interesse vandaan?

“Ik schrijf ook veel over emancipatie en duurzaamheid, maar religie vind ik heel interessant omdat ik zelf uit een christelijk milieu kom. Mijn man komt weer uit een ander soort christelijk milieu, en die verschillen analyseren vind ik zo leuk aan religiejournalistiek: van buiten naar binnen kijken, en niet zo zeer schrijven vanuit een bepaalde kerk waar je bij hoort.”

Is dat ook wat je het meest aanspreekt aan journalistiek?

“Ja, zeker als freelancer kan je dingen uitzoeken die je interessant vindt en daar gewoon naar vragen aan verschillende mensen die er lang op hebben gestudeerd. Als journalist heb ik gewoon een excuus om een hoogleraar te bellen en te vragen: ‘Hoe zit dat nou?’ Dat zou bijvoorbeeld mijn moeder niet zomaar doen. Maar het daagt me ook uit om naar dingen te kijken waar ik niks van weet of waar ik in mijn persoonlijke overtuiging lijnrecht tegenover sta. Eigenlijk ben je gewoon een beetje een wereldonderzoeker.”

En waar ben je daarin het trotst op?

“Het onderzoeksproject over seksueel misbruik bij Jehovah’s Getuigen. Dat was wel écht een groot ding – en dat terwijl ik nog niet afgestudeerd was en nog een groentje was. In totaal heb ik ook wel twee jaar aan dit onderzoek gewerkt.”

Dat klinkt als een behoorlijke uitdaging. Hoe ben je daaraan begonnen?

“Dat was eigenlijk heel toevallig. Ik had een nieuwsbericht getikt over een onderzoek naar Jehovah’s Getuigen in Australië. Gewoon een nieuwsbericht, dat tik je even en dan denk je: ‘Oké, klaar.’ Een paar maanden later werd ik gebeld door een man met een nogal warrig verhaal over documenten die in alle Jehovah’s Getuigen-gemeenten vernietigd moesten worden, en ik wist niet zo goed wat ik ermee moest. Mijn chef bij Trouw zei: ‘Neem gewoon eens één dag en kijk wat je tegenkomt.’

Ik was helemaal niet zo bekend met de Jehovah’s Getuigen, dus dan kom je echt in een woud van vreemde afkortingen en namen terecht. Ik heb toen wat lijntjes uitgegooid, en kreeg een mailtje van een Vlaamse ex-ouderling. ‘Nou, dit is eigenlijk niet zo interessant,’ zei hij, ‘maar… als je de tijd en de energie hebt om je erin vast te bijten, is er wel een ander verhaal. Namelijk: hoe ze omgaan met seksueel misbruik.’ Maar hij was heel afhoudend. Hij wilde dat iemand echt de moeite nam om erin te duiken, want het was niet iets waarmee je even snel kunt scoren. Nou, mijn interesse was wel gewekt.”

En toen?

“Toen heb ik Rianne Oosterom erbij gevraagd, een vriendin van me die toen ook half aan het freelancen was. Ik was zelf nog niet afgestudeerd – ik moest mijn scriptie nog schrijven – en begon pas net aan mijn eerste traineeship. We hebben afgesproken met de man die mij belde en met die Vlaming, in een wegrestaurant ergens. Gelijk helemaal in stijl, we hadden bijna het gevoel dat we een lange regenjas aan moesten doen! Met de verhalen van de man die in eerste instantie contact met mij had gezocht konden we niet veel. Die gingen over eindtijdprofetieën die niet klopten enzo. Dat is misschien wel interessant en je kan er vast een verhaal over schrijven, maar dat was niets voor ons.”

Maar bij de ouderling had je een beter gevoel?

“Hij kwam heel beheerst over, heel together, helemaal niet alsof hij wrok koesterde ofzo. Hij had geen probleem met wat Jehovah’s Getuigen geloven, al was hij zelf geen lid meer. Hij maakte zich druk om het beleid rond seksueel misbruik, dat in de praktijk betekende dat kinderen er slecht tegen beschermd werden. Maar hij wist ook gewoon veel. Hij had veel contacten, hij kon ons met Nederlandse slachtoffers in contact brengen, hij kende ouderlingen en een coach die ex-Jehovah’s Getuigen hielp. Het was voor ons wel de moeite waard om ermee verder te gaan.”

Had je toen al verwacht dat het twee jaar zou gaan duren?

“Nee, nee, zeker niet! We wisten niet zo goed waar het heen ging, en het was ook een beetje spannend, voor ons als jonkies van rond de 25.”

Wat was je verwachting wel?

“In het begin had ik helemaal niet verwacht dat we zoiets groots gingen onthullen, ik stapte er heel open in. Het was echt de vraag: wat is er nou aan de hand? En als er iets aan de hand is, kunnen we dan wel genoeg bij elkaar verzamelen om daar een journalistiek verhaal over te schrijven? Dat is sowieso al heel lastig bij misbruikzaken, want ja, bewijs het maar eens. En dan heb je ook nog eens te maken met zo’n gesloten gemeenschap.”

Dat zal inderdaad niet makkelijk zijn, om zonder voorkennis zo’n religie te doorgronden.

“Nou moet ik wel zeggen, Rianne en ik zijn allebei opgegroeid in de kerk. Dat hielp ons heel erg. Er zijn natuurlijk best wat overeenkomsten. Bijvoorbeeld dat er een systeem is met subtiele regels waar je niet tegenin hoort te gaan, dat herkennen we best. En dat er dan dingen mis kunnen gaan. Als gewone gelovige zit je soms in een grotere groep waarin je meegaat omdat je niet anders weet, omdat dat is wat je altijd is geleerd.”

Dus: er zit verschil tussen een organisatie met fout beleid en mensen met de beste bedoelingen?

“Precies ja! We waren er heel erg mee geholpen dat we die dynamieken allebei een beetje kenden. Maar ook dat de verhalen van mensen die elkaar niet kenden overeenkwamen, mensen die zelfs in verschillende delen van het land zaten. We zagen dus een terugkerend patroon in verschillende steden, en verschillende gemeenten, dus dat was voor ons wel een aanwijzing dat er echt iets was. En het kwam ook nog eens overeen met misbruikverhalen die al uit Amerika en andere landen bekend waren.”

En hoe gaat dat dan, als je met zulke slachtoffers gaat praten? Ik kan me voorstellen dat dat een lastig gesprek is.

“Dat is heel heftig inderdaad. Frank Huiting was de eerste met wie we gingen praten – hij richtte later een stichting voor andere slachtoffers op, Reclaimed Voices. Het was voor ons heel spannend. We gingen daarheen, in Groningen, en dan zit je daar met iemand die je helemaal niet kent, maar waarvan je weet dat je er heel persoonlijke dingen mee gaat bespreken. Dat is echt een ander soort interview dan je normaal hebt.

‘Hoeveel willen jullie weten?’, zei hij op een gegeven moment. Dus wij kijken elkaar aan – moet je het je voorstellen hè, twee jonge blonde meisjes – ‘Ja… wat je wil vertellen. Zoveel mogelijk.’ En dan weet je wel dat je je even schrap moet zetten. Het zijn sowieso al heftige verhalen, maar als je dan ook nog tegenover iemand zit die het heeft meegemaakt…

Na zo’n interview moet je zelf ook weer even alles op een rij krijgen. Onze hoofden zaten zo vol dat we op de terugweg finaal verkeerd reden en ergens in Hoogkerk verdwaalden. Toen we midden in de nacht thuiskwamen hebben we nog pizza gegeten en over heel andere dingen zitten praten om onze gedachten te verzetten voor we gingen slapen. Als het voor ons al zo heftig was, kan ik me alleen maar indenken hoe dat voor hem is geweest.”

Heb je daar ook vaker nog moeite mee gehad?

“Wat dat betreft heeft het heel erg gescheeld dat we het met zijn tweeën deden, denk ik. In interviews kon je soms even de ander laten praten. Dat werkte ook gewoon heel fijn omdat je daarna dan even met elkaar stoom kan afblazen. Je hebt allebei hetzelfde gehoord, dat helpt heel erg. Ik weet nog wel heel goed dat een van de slachtoffers haar verhaal had opgeschreven en naar ons had gemaild. Toen ik dat opende wou ik net naar bed gaan, maar toen heb ik dat hele verhaal nog gelezen. Dat was allemaal zo gedetailleerd opgeschreven – nou, toen heb ik echt niet goed geslapen. Dat spookte echt allemaal door mijn hoofd die nacht.”

Naast slachtoffers heb je ook een aantal Jehovah’s Getuigen gesproken. Normaal praten ze liever niet met de pers; hoe heb je dat aangepakt?

“Een ex-ouderling die nog Getuige was wilde anoniem wel praten. Dat kan dus ook, dat er mensen zijn die er helemaal in geloven, maar alsnog zeggen: ‘Ik zie wat hier gebeurt, het is niet oké, en het moet veranderen.’ Daar heb ik echt heel veel respect voor. Dat iemand ziet dat er onrecht is en daar iets aan gaat doen, zelfs al wil hij loyaal blijven aan waar hij in gelooft en aan de mensen waar hij bij hoort.”

En dat vooral ook los van elkaar kunnen zien.

“Dat geeft wel blijk van veel analytisch vermogen, dat je die stap terug kunt nemen en dat onderscheid kunt maken: ‘We zijn geen slechte mensen, maar hier gebeurt wel iets slechts door beleid dat wij hebben.’ En dat dan durven erkennen, dat vind ik heel knap. Zouden meer mensen eens moeten doen!

Maar daarnaast moesten we ook nog een aantal mensen bellen om verhalen te bevestigen. Dat is ook wel wat, dat je iemand gaat bellen: ‘Hallo, met Marinde van der Breggen van Trouw, ik bel even over de misbruikzaak van Frank Huiting.’ Dan zit je hart wel even híer hoor!”

 

Heb je je ook wel eens zorgen gemaakt over hoe mensen zouden reageren op het onderzoek?

“Nou, het hoofdkantoor wil ons niet meer te woord staan. ‘U bent een sensatiezoekende…’ – weet ik veel wat allemaal. Toen ik dat een keer vertelde, zei iemand: ‘Ze hebben wel je adres, straks staan ze nog voor je deur!’ Nou, daar ben ik niet bang voor, hoor. De eerste Jehovah’s Getuige die iemand in elkaar slaat, dat moet volgens mij nog gebeuren.”

En hoe verwachtte je dat de reactie zou zijn toen het uiteindelijk gepubliceerd werd?

“Ik had zelf eigenlijk heel weinig verwachtingen. Op de redactie waren er wel mensen die zeiden: ‘Maak je borst maar nat, je zit zo bij Jinek als dat morgen in de krant staat.’ Ik dacht echt: ‘Help!’ Dat gebeurde ook allemaal niet, Jinek had die dag een kattenspecial ofzo. Maar het was ook niet echt een score-kop ofzo, ‘zoveel mensen zijn misbruikt en dit zijn de misdadigers’.

We hadden wel gehoopt dat de politiek het op zou pikken, en de volgende dag werden er inderdaad gelijk Kamervragen gesteld. Maar tot er echt wat gebeurde heeft het best lang geduurd. Nu is er wel een onderzoek naar bezig, twee jaar later. Ik had wel gedacht dat dat misschien sneller zou gaan, maar het is een heel slepend proces. Het is ook de eerste keer dat de overheid opdracht heeft gegeven een religieus genootschap te onderzoeken.”

En daarnaast heeft Frank Huiting, een van de slachtoffers die je sprak, samen met een paar anderen de stichting Reclaimed Voices opgericht.

“Ja, die hebben er heel hard aan gewerkt om dat onderzoek op gang te krijgen. Lobbyen, bij de minister op gesprek, noem het maar op. Het zijn ook hun verhalen, die kunnen zij natuurlijk het beste vertellen. Volgens mij is dat ook een goede taakverdeling. Wij hebben iets op de agenda gezet, en zij hebben dat momentum gepakt en zijn daar nu activisten voor.”

Dus je bent wel tevreden met de uitkomst?

“Ja, en ik vind het ook heel bijzonder. We spraken Frank later nog, en die is zo blij met wat er allemaal is gebeurd. Hij zei: ‘Die dag dat het artikel verscheen, die zie ik als mijn bevrijdingsdag.’ Dat is zó’n raar idee, maar ook heel erg mooi. Dat is uiteindelijk wel waar je het voor doet, zelfs al is het maar één iemand. Dat ik gewoon door mijn werk te doen iemands leven heb veranderd.”


De artikelen die Marinde van der Breggen en Rianne Oosterom in juli 2017 over Jehovah’s Getuigen schreven, zijn hieronder te vinden:

Alles wat je moet weten over de Jehovah’s Getuigen

Ouderling is rechercheur, rechter én psycholoog

‘Dit is ons geheim. Als je je mond opendoet, zal ik je wat aandoen.’

Kinderen Jehovah’s slecht beschermd tegen misbruik

‘Een paradijs voor pedofielen’

Bij Jehovah’s komt de groep altijd vóór het individu