Regiojournalist Tom van den Oetelaar: ‘Objectiviteit bestaat niet’
interview, gepubliceerd op 15 Oct 2020, door Marijke van Broekhoven

Wat begon als een jongensdroom, liep uit tot een succesvolle carrière als presentator en regioverslaggever. Tom van den Oetelaar (45) is al 23 jaar actief bij de grootste regionale publieke omroep van Nederland en werkt momenteel aan zijn biografie over Jos Brink. Naast zijn loopbaan bij Omroep Brabant en het belang van zijn biografie, vertelt hij over zijn visie op de journalistiek. “Kritisch waar het moet en betrokken wanneer het kan.”

Door zijn zichtbaarheid als regioverslaggever wordt Van den Oetelaar op straat vaak herkend. Beeld: Tom van den Oetelaar

Aan de telefoon spreekt Tom van den Oetelaar met een vriendelijke Brabantse tongval. Normaal gesproken is hij druk aan het werk op de redactie van Omroep Brabant, maar momenteel heeft hij drie maanden verlof om aan zijn biografie over Jos Brink te werken. Ondanks zijn drukke dagen van schrijven en schrappen, neemt hij graag de tijd om te praten over zijn vak. Van radio maken en het nieuws presenteren tot het schrijven van een boek. Alles wat Van den Oetelaar doet, doet hij met toewijding.

Als jonge journalist wist je al dat je op televisie wilde. Hoe ontstond die wens?
“Het was een soort diepgeworteld ‘oerding’, een kinderlijke naïviteit. Toen ik klein was, waren er een paar grote televisieshows, waaronder die van Willem Ruis. Het was een spelshow in een circustent met zang en dans. Op een dag mocht ik daarheen met mijn vader en een vriendje. Ik vond het zo overweldigend mooi dat ik dacht: ‘dat wil ik ook.’ Daar was natuurlijk geen opleiding voor, dus mijn moeder moedigde mij aan om de journalistiek in te gaan. Want journalisten die kwamen ook op televisie.”

Ik begon met radio maken bij de lokale omroep en ik ben uiteindelijk op radio afgestudeerd met een documentaire over mijn grote held: Willem Ruis. Ik won de RVU radioprijs en met die stimulans ben ik aan het werk gegaan bij Omroep Brabant. Vanuit daar maakte ik de ontwikkeling naar radiopresentator en later tv-presentator.”

Ik weet dat ze landelijk vaak anders denken over het niveau van de regionale omroep.

Je begon dus vrijwel meteen bij Omroep Brabant. Wat trok en trekt je nog steeds zo?
Ik ben er eigenlijk ingerold. Ik wilde via de lokale en regionale omroepen doorgroeien naar de landelijk journalistiek. Dat was toen mijn ambitie, maar bij Omroep Brabant kreeg ik kansen en vond ik het werk fantastisch. Zo kreeg ik de kans om zowel op de radio als op televisie te presenteren.

Daarnaast is het nieuws presenteren op regionaal of op landelijk niveau in wezen niet zo verschillend. De aard van het werken blijft gelijk. Je hebt in beide gevallen een studio, een autocue en een presentator. Ik weet dat ze landelijk vaak anders denken over het niveau van de regionale omroep, maar bij Omroep Brabant worden mooie en vooral kwalitatief goede items gemaakt.

Ook sta ik als verslaggever een stuk dichter bij de mensen. Ik heb nu als verslaggever de regio Tilburg onder me, dus ik hoef nooit ver te reizen. Doordat ik niet de helft van mijn tijd onderweg ben, kan ik helemaal voor die verhalen gaan. Dat is me heel wat waard.”

Wat is je meest memorabele reportage?
Ik had weekenddienst toen het allereerste coronageval van Nederland bekend werd. Ik stond die avond stand-by. Mijn man en ik hadden net de televisie aangezet toen ik het belletje kreeg. Ik ben meteen naar het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis gereden. Daar heb ik samen met een collega via een livestream op Facebook de mensen ‘s nachts bijgepraat. We deden verslag zonder ons te realiseren wat de gevolgen van de pandemie zouden zijn. Nu ik hierop terugkijk, is het een behoorlijk impactvolle nacht geweest. We zijn nu driekwart jaar verder, we kampen er nog steeds mee en we zijn er nog lang niet vanaf.”

Het kan toch eigenlijk niet dat er over deze man nog geen biografie is?

Was deze corona-periode de aanzet tot het schrijven van de biografie of had je een andere drijfveer?
Je kunt best wel zeggen dat ik door de coronatijd meer binnen zit en wat meer teruggeworpen ben op mezelf. Daardoor begin je veel sneller aan een nieuw project, maar het schrijven van de biografie is niet direct corona-gerelateerd. Ik vond simpelweg dat er een biografie over Jos Brink moest komen. Via een vriend kreeg ik videobanden met oude televisieopnamen van Jos Brink aangeboden. Tijdens het afspelen dacht ik: ‘het kan toch eigenlijk niet dat er over deze man nog geen biografie is?’ Ik vroeg dit ook aan Frank Sanders (de weduwnaar van Jos Brink), waarop hij antwoordde dat de mensen hem zijn vergeten. Toen zei ik: ‘dat kan niet, dat moet niet en daar moeten we toch eens verandering in brengen.’ ”

Waarom is het belangrijk dat we het werk van Jos Brink nooit vergeten?
Hij heeft op veel vlakken een grote invloed gehad. Zo heeft hij als een van de eerste theatermakers van Nederland voor anderen de weg geplaveid. Daarnaast had hij een enorm bereik op televisie. Tegenwoordig staat iedereen te springen als er twee miljoen kijkers worden getrokken, maar Jos Brink trok zo acht miljoen kijkers. Maar het allerbelangrijkste vind ik zijn rol in de homo-emancipatie. Hij was een van de eersten die daar openlijk over sprak tegen zijn kijkers. Dat is een erkenning die heel snel wegzakt. Wie Jos Brink was, dreigt langzaam vergeten te worden. Door zijn levensgeschiedenis op te schrijven, kan iedereen te weten komen wie hij was en wat zijn drijfveren waren.”

Je persoonlijke connectie met Jos Brink is een drijfveer, maar legt het de lat ook hoger bij jezelf?
“Met een biografie moet je betrokken zijn, maar ook afstand kunnen nemen om je onderwerp kritisch te kunnen bekijken. Daar zit voor mij zeker een uitdaging. Ik ben altijd iemand geweest die de journalistiek bedrijft vanuit betrokkenheid en enthousiasme en ik denk dat mijn betrokkenheid bij Jos Brink mijn journalistieke vaardigheden niet in de weg staat. Sterker nog, het lijkt me een pre in plaats van een hindernis.

Er is natuurlijk geen overeenstemming over in de journalistiek, maar volledige onafhankelijkheid is een illusie; objectiviteit bestaat niet. Je kan als journalist niet als robot werken, dan maak je geen verhaal waarmee je verbinding zoekt met mensen. Je moet werken van vanuit een passie. Kritisch waar het moet en betrokken wanneer het kan. Dat maakt goede journalistiek voor mij.”