NRC-muziekredacteur Peter van der Ploeg: “Metal is net als pittig eten, je moet niet gelijk het scherpste gerecht bestellen”
interview, gepubliceerd op 27 Feb 2018, door Laura Scholte

Peter van der Ploeg is muziekredacteur bij NRC en een fervente metalfan. Vaak gaan zijn werk en hobby hand in hand, maar hij zit niet in het vak om vrienden te maken. “Ik werk niet voor de firma Metallica.”

Zijn haar valt nonchalant tot over zijn schouders. De mouwen van zijn zwarte vest heeft hij opgestroopt. Op zijn T-shirt is het witte, uitgestrekte logo van een band zichtbaar. “Immortal Bird” staat er in lange, asymmetrische halen op gedrukt. Ondanks de sneeuw buiten, draagt hij ongevoerde, zwarte Converse All-Stars. Peter van der Ploeg (35) is iemand die je eerder op een metalfestival zou verwachten, dan op de NRC-redactie. Toch werkt hij daar al zeven jaar. Sinds een jaar is hij muziekredacteur.

Hoe ben je muziekredacteur geworden?

“Toen ik nog bij de webredactie zat probeerde ik ook al de muziek gerelateerde onderwerpen naar me toe te trekken. Ik heb altijd geprobeerd om het ernaast te doen, en nu is het mijn voornaamste werk, dus dat is een natuurlijke groei geweest. Op gegeven moment heb ik voorgesteld bij de hoofdredactie om als muziekredacteur aan de slag te gaan. Ik dacht dat daar ruimte was, en daar ligt mijn hart ook.”

Dus bezig zijn met muziek, is naast je werk, ook je hobby?

“Ja. Daarin schuilt wel een klein gevaar. Als je hobby aansluit op je werk, dan moet je zorgen dat je niet alleen nog maar naar een concert gaat omdat je er een stukje over moet schrijven. Dat probeer ik te voorkomen. Ik probeer te gaan naar concerten die ik leuk vind, en waar ik niet meteen iets mee ga doen. Je werk blijft wel altijd in je achterhoofd meespelen. Ook al sta ik ergens voor de lol met mijn vriendin dan denk ik nog steeds wel eens: hoe zou ik het opschrijven? Het is denk ik heel belangrijk om een soort hobbyistisch gevoel te houden, anders kan je niet meer goed genieten van de momenten buiten je werk.”

Peter lijkt de draad van zijn verhaal even kwijt te zijn. Hij kijkt fronsend naar zijn glas muntthee.

“Waar wou ik heen gaan met dit antwoord? Oh ja! Ik hou heel erg van extreme metal, en veel daarvan, bijna alles (lacht), is ongeschikt om over te schrijven.”

Waarom is dat zo?

“Extreme metal bereikt maar een klein publiek en is te extreem voor de meeste mensen. Er zijn niet voor niks bands die maar een oplage hebben van honderd platen. Extreme metal moet je leren waarderen. Het is eigenlijk net als pittig eten. Als je naar de Thai gaat, dan bestel je ook niet gelijk het scherpste gerecht want dan verbrand je je mond. Zo is het ook met harde muziek. Bijna niemand luistert gelijk naar de meest extreme bands, dat moet je opbouwen. Dat we daar niet over schrijven, ligt verder niet aan NRC. Soms kom je bij een band die ook maar tweehonderd platen verkoopt een goed verhaal tegen, en dan kan het wel. Een goed verhaal is een goed verhaal, wat er ook achter schuil gaat.”

In hoeverre denk je na over het lezerspubliek terwijl je schrijft?

“Ik heb niet een soort NRC-lezer in mijn achterhoofd, maar ik probeer wel erg toegankelijk te schrijven. Ik strooi niet met termen die misschien niet aankomen, of met namen van labels. Je kan niet van te veel achtergrondkennis uitgaan. Als je een recensie schrijft over een artiest dan kan je het beste even aanhalen wat de succesvolste albums van hen waren en wanneer ze uitkwamen. Je moet altijd onthouden dat je voor een groot publiek schrijft. Wel een publiek dat bovenmatig geïnteresseerd is in kunst en muziek, en daarbij ook in veel verschillende soorten muziek. Grote acts moeten sowieso in de gaten gehouden worden, maar NRC schrijft ook over kleine jazz combo’s, of klassieke pianisten die maar een klein publiek bereiken. Daar hebben we journalisten voor die redelijke experts zijn op die gebieden.”

Maakt het je dan uit hoeveel mensen jouw stuk uiteindelijk lezen?

“Natuurlijk hoop je altijd tussen dat lijstje van best gelezen stukken van de vorige dag te staan. Maar als ik een recensie schrijf over Marilyn Manson, dan sta ik daar niet tussen, dat weet ik honderd procent zeker. Dat is ook prima, want daar doe ik het niet voor. Ik hoop dan wel dat mensen binnen de muziekwereld het wél hebben gelezen.”

Wanneer vind je zelf dat je een goed stuk hebt geschreven?

“Je zou eigenlijk als lezer moeten vergeten dat het over metal gaat. Iemand kan toevallig zingen in een metalband, maar wat telt is dat hij een bijzonder verhaal heeft. Ik doe liever niet aan die muziekinterviews met vragen zoals: ‘hoe hebben jullie het album opgenomen, en in welke studio, met welke apparatuur en waarom dan?’ Het leukste vind ik om een invalshoek te kiezen die anderen nog niet hebben gekozen.”

In hoeverre kan je zelf bepalen waar je over schrijft?

“Cd-recensies coördineer ik zelf, maar de rest van de ideeën pitch ik bij mijn coördinator. Daar is veel wisselwerking in. Wij werken ook best wel autonoom. Als we het hebben over concert recensies dan kiezen alle recensenten ze zelf uit, en dan sturen we die verzoeken naar de coördinator. Die slaat alles op, en vlak voor het begin van de maand stuurt ze een lijstje op waar alle concerten op staan. Bij sommige optredens staan nog geen namen en dan kan je je daarvoor opgeven. Het gebeurt ook wel eens dat iemand ziek is en dat jij dan in plaats van diegene wordt gevraagd te gaan. Soms zijn er ook wel eens concerten van bands zoals Queens of the Stone Age of Pearl jam, waar veel van ons naar toe willen. Dan mail ik de coördinator altijd zo vroeg mogelijk om te zeggen dat ik er heen wil.”

En als je als eerste mailt, mag jij er dan ook bij zijn?

“Nee, zo is het niet. De coördinator maakt een afweging en bepaalt wat bij wie past. Als iemand al drie keer bij Metallica geweest is, dan mag een ander een keer.  Het komt ook wel voor dat mensen op de afdeling zeggen van: ‘die band heb ik al twintig keer gezien, ga jij maar.’ Dat is wel een voordeel van nieuw zijn. En je kan een nieuw perspectief bieden voor de krant, want jarenlang dezelfde recensie over dezelfde band gaat ook vervelen.”

Naast cd-recensies en concertverslagen, wat doe je nog meer graag?

“Ik vind interviews erg leuk. Ik heb ook het idee dat daar wel mijn kracht ligt. Soms kan ik mensen wat meer laten vertellen dan ze van plan waren, zonder dat het een bepaalde tactiek is. Het gaat dan gewoon om het voeren van een prettig gesprek. Vaak vinden mensen het heel leuk dat hun verhaal in de krant verschijnt en zijn ze blij, maar ik ben niet in dit vak om vrienden te maken. Ik heb bijvoorbeeld Metallica geïnterviewd, maar ik werk niet voor de firma Metallica. Als zij niet blij zijn met het interview en ik sta er wel helemaal achter, dan is dat ook okay. Het mooiste is natuurlijk wel als iedereen blij is met het eindresultaat.”

Wat zou je beginnende journalisten meegeven die zich ook in muziek willen specialiseren?

“Het beste is om binnen een grote krantenredactie te zorgen dat je op een lijstje komt te staan. Als je veel weet over technologie, schrijf daarover. Zo zorg je ervoor dat als de krant een stuk wil over robotauto’s, ze jou bellen. Natuurlijk blijft het deels geluk hebben. Er zijn misschien vier mensen die over popmuziek schrijven bij de Volkskrant. Dus als jij daar een van wilt zijn, laat het dan een droom zijn. Niet alle dromen komen uit, maar journalistiek blijft een breed vak waar je gelukkig over heel veel onderwerpen kan schrijven. Je hobby kan je altijd naast je werk houden. Zo schrijf ik elk weekend een stukje op Twittter over nieuwe metalnummers en voeg ik die toe aan een playlist. Plezier in je hobby, dat neemt niemand je af.”