NOS-verslaggever Gerri Eickhof: ‘Door die ellende te laten zien wilde ik de mensen aan het denken zetten’
interview, gepubliceerd op 17 Jan 2023, door Toine van Sandijk

De nestor van de NOS. Zo kan Gerri Eickhof (64) zich inmiddels gerust noemen na een dienstverband van 37 jaar. In die jaren heeft Eickhof in acht conflictgebieden verslag gedaan van de gruwelijkheden die daar plaatsvonden. ‘Als beginnend journalist had ik behoorlijk de illusie dat we de wereld een stukje beter konden maken door die verschrikkingen te laten zien.’

Gerri Eickhof verbleef in de jaren negentig en het eerste decennium van deze eeuw soms maanden als NOS-verslaggever in conflictgebieden. Hij was onder meer in Rwanda, Bosnië, Congo, Kosovo en Irak. ‘Ik wilde graag begrijpen waarom mensen een jaar geleden nog in pais en vree met elkaar leefden en opeens lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan.’

Men zegt wel eens: een kat heeft negen levens. Hoeveel levens heeft u?
‘Gewoon eentje, denk ik.’

Zo lijkt het soms niet. Alsof u soms door het oog van de naald bent gekropen.
‘Dat zal wel eens een paar keer gebeurd zijn. Maar dat is allemaal heel lang geleden, joh.’

De laatste zin verraadt dat hij deze verhalen al tientallen, zo niet honderden keren verteld heeft. Dat neemt niet weg dat Eickhof op bepaalde momenten op het nippertje aan de dood is ontsnapt.

Zo zat in Bagdad een boze menigte met messen achter hem, zijn cameraman, producer en chauffeur aan. Toen ze in de auto zaten, wilde die niet starten. Warempel lukte het na korte tijd toch om de motor aan de praat te krijgen en konden ze zich uit de voeten maken.

Eickhof in Irak (2003). Foto: Gerri Eickhof

In Belgrado is Eickhof een paar uur ontvoerd geweest. ‘We kwamen uit het kantoortje waar we toen veelal werkten. Ik liep er even alleen en plots kwamen er twee mensen met pistolen op mij af. Zij wilden dat ik in een auto ging zitten. Dat wilde ik niet. Vervolgens sloegen ze met de kolven van hun pistolen een acuut gat in mijn hoofd. Daarna zijn we door de stad gaan rijden.’

De mannen geloofden niet dat Eickhof een Nederlandse journalist was. Even hield hij er rekening mee dat hij het niet zou overleven. Totdat ze zijn internationale perskaart opmerkten. ‘Toen werd het al wat minder spannend.’ Vervolgens zagen ze dat hij veel gebeld had met het internationale toegangsnummer van Nederland. Dat was het moment dat ze hem uit de auto gooiden. Wie die mensen waren? ‘Geen idee, ze hebben zich niet netjes voorgesteld.’

‘Ik ben ook wel eens in een conflictgebied geweest, waarbij ik de indruk kreeg dat er op ons geschoten werd’, zegt Eickhof, die vervolgens de gevaren in het buitenland relativeert. ‘In Nederland heb ik me één of twee keer het meest onveilig gevoeld toen ik in een volstrekt onoverzichtelijke verkeerssituatie terecht kwam. Dat vind ik veel onveiliger.’

Ik vond het een ontnuchterend idee dat mijn diepe geestelijke bewegingen geanalyseerd zullen worden, terwijl er naast een wasmachine staat te draaien.

Wat is het ergste wat u heeft gezien?

‘Dat was in Oost-Congo. Daar had je midden jaren negentig een uittocht vanuit Rwanda van Hutu’s die bang waren voor wraaknemingen door de Tutsi’s. Ze kwamen met dik een miljoen de grens over en werden opgevangen in vluchtelingenkampen. Daar braken epidemieën uit. We waren in Goma, aan de grens met Rwanda. Daar gingen duizenden mensen per dag dood en daar liepen wij tussendoor. Stervende mensen klampten zich aan je vast.’

U heeft wel eens gezegd: ‘Ik heb meer doden gezien dan een gemiddelde begrafenisondernemer in een lustrum.’ Hoe ging u daarmee om?
‘Door daar met collega’s over te praten. Ik was nog zeer beginnend en had toen nog behoorlijk de illusie dat we de wereld een stukje beter konden maken door die dode mensen te laten zien. Dat we de mensen aan het denken konden zetten en dat ze het dan nooit meer zouden doen.’

Bent u ook wel eens naar een psycholoog gegaan?
‘Ja, een keer.’

En wat was de uitkomst van dat bezoek?
‘Dat ik niet meer terug hoefde te komen.’

Het bezoek aan de psycholoog kan Eickhof nog goed herinneren. ‘Het was ergens in een voorstadje van Amsterdam, waarbij je eerst door de huiskamer en de keuken kwam en vervolgens moest ik twee trappen op. Toen rook ik iets wat me bekend voorkwam, maar wat ik niet onmiddellijk thuis kon brengen. Vervolgens was er op de zolder een soort splitsing. Links zie ik iets wat de behandelkamer zou kunnen zijn. Een donker, schemerachtige ruimte. Ik meen dat er zelfs een sofa stond. En rechts zie ik een veel lichtere ruimte met daarin een wasmachine. Toen wist ik wat ik geroken had onderaan de trap: waspoeder. Dat was zo’n ontnuchterend idee.’

U vond het ontnuchterend dat u waspoeder rook bij de psycholoog?
‘Dat mijn diepe geestelijke bewegingen geanalyseerd zullen worden, terwijl er naast een wasmachine staat te draaien. Dat vond ik toch ietwat curieus in een privé-rijtjeshuis.’

Maar ondanks die verschrikkingen en de gevaren wilde u toch die zesde, zevende, achtste keer naar een conflictgebied gaan. Wat gaf dan toch de doorslag?
‘Ik werd ervoor gevraagd. Je opereert dan toch tamelijk onafhankelijk. En je zag nog eens wat van de wereld.’

Dat klinkt allemaal wel heel nuchter.
‘Zo heb ik er ook altijd wel in gestaan. En ik had toch wel het ietwat arrogante idee: het is beter dat ik het doe.’

Volgens de geboren en getogen Amsterdammer heeft dat ook met zijn antropologische achtergrond te maken. Hij past in zijn werk het antropologische principe van surrender en catch toe. Dat betekent dat hij zich in eerste instantie probeert te verplaatsen in de mensen, om vervolgens meer afstand van diezelfde mensen te nemen en het onderwerp in een bredere context te plaatsen.

Ondertussen piept Eickhofs telefoon. ‘De twee onderwerpen voor vanavond zijn: de gevallen circusartiest en de warmte in Europa. Daar moet ik uit kiezen.’ Het zou die laatste worden.

Eickhof kort voordat hij live in het Achtuurjournaal van 31 december 2022 verscheen. Foto: Jan Wich

De laatste jaren is het aantal correspondenten fors uitgebreid, waardoor Eickhof zelden nog naar het buitenland hoeft. Inmiddels is hij al jaren werkzaam als verslaggever in Nederland.

Eickhof was ooit bij de NOS aangenomen, omdat hij onder meer wist wie Bob Marley was. ‘Toen was het idee: we zijn te oud, want we weten niet eens wie Bob Marley is. Ik was 27 en ik was toen de jongste op de redactie. En dat is vrij lang zo gebleven.’

In maart wordt Eickhof 65. Of hij tot aan zijn pensioen bij de NOS blijf? Hij lacht: ‘Die twee jaar kunnen er ook nog wel bij.’