‘Nederlandse journalistiek mist innovatie en diversiteit’
interview, gepubliceerd op 17 Sep 2018, door Bejna Yildiz

Sharida Mohamedjoesoef (52) werkte jarenlang als journalist. Nu is ze docent Engels aan de Hogeschool van Amsterdam. Ze kijkt nog altijd met een kritische blik naar de journalistiek: “Het moet écht beter.”

 

‘Ik werkte aanvankelijk als vertaler bij de Robeco Groep. Na een tijdje vroeg ik me af of dit het werk was dat ie altijd zou willen blijven doen. Ik was niet ongelukkig met mijn baan, maar was zeker toe aan verandering.

Mijn interesse in journalistiek werd aangewakkerd door mijn reizen naar het Midden-Oosten, met name Libanon. De burgeroorlog was net voorbij – in 1990 – toen ik gewapend met mijn camera het land bezocht. In de puinhopen van Beiroet kwam bij mij het besef binnen dat de Nederlandse journalistiek heel beperkte en gekleurde berichtgeving verstrekte aan haar burgers over Beiroet. Ik had de overtuiging – je zou het misschien zelfs arrogantie kunnen noemen – dat ik kon bijdragen aan een wijdere blik in de Nederlandse journalistiek. Ik heb toen gesolliciteerd bij de Nederlandse Moslim Omroep waarna ik werkzaam was als televisieredacteur en radiopresentator. I ben daarna werkzaam geweest bij Novum Nieuws en Dagblad de Pers.

Je nodigt toch ook niet steeds dezelfde voetballer uit als je het hebt over voetbal?

Diversiteit

Ik ben werkzaam als docent Engels bij de Hogeschool van Amsterdam. Onderwijs en journalistiek overlappen elkaar, aangezien je in beide gevallen bezig bent met informeren. Ik merk ook dat ik mijn studenten daarop train. Zo vragen we aan studenten om een presentatie te geven, waarin allerlei journalistieke aspecten aan bod komen, zoals de aandacht van het publiek vasthouden en relevante informatie bieden.Nuance is het belangrijkste in de journalistiek en de schrijvende pers draagt daar veel meer aan bij dan beeldjournalistiek. Ik vind televisie altijd platter. Daarnaast vind ik dat de Nederlandse journalistiek echt een boost kan gebruiken als het gaat om diversiteit. Het is meer dan alleen links tegen rechts. De grote namen in de Nederlandse journalistiek doen hun werk niet goed. Je ziet dat dezelfde gasten voor verschillende onderwerpen worden gebruikt, waardoor dezelfde mening steeds maar weer terugkeert. Ik zie bijvoorbeeld dat programma’s zoals Jinek eigenlijk steeds dezelfde mensen uitnodigen, als het gaat over een bepaald onderwerp. Je nodigt toch ook niet steeds dezelfde voetballer uit als je het hebt over voetbal?

Ik zie wel steeds meer dat de journalistiek nieuwe vormen aanneemt. Zo wordt de invloed van sociale media in vergelijking met tien jaar terug steeds groter. Sociale media bieden aan gebruikers de optie om mee te doen aan berichtgeving. Burgerjournalistiek is een positieve ontwikkeling. Het zorgt ervoor dat bepaalde zaken ook vanuit andere perspectieven belicht worden. Maar ik denk niet dat iedereen journalist zou kunnen zijn. Een goede journalist moet nieuwsgierig zijn om dingen te weten te komen en te willen begrijpen. Daarnaast zijn vaardigheden in schrijven, interviewen en produceren van journalistieke werken ook een must. Ja, je merkt dus wel een verschil tussen het werk van een vakjournalist en een burgerjournalist.

Zwarte Piet

Het zijn nu wel erg spannende tijden voor een journalist. Je merkt ook dat in de laatste vijf tot tien jaar er veel meer spanningen bij zijn gekomen, zoals de Zwarte Pieten-discussie. Zo’n maatschappelijk vraagstuk is belangrijk voor de ontwikkeling van de Nederlandse journalistiek. Ik merk ook dat journalisten steeds voorzichtiger worden in het gebruik van bepaalde woorden. Het is niet leuk om er nu in te leven, maar ik weet zeker dat we er beter uitkomen. De samenleving verandert – je hebt nu meer migranten – en dus de journalistiek ook. Uiteindelijk zullen we daar alleen maar van profiteren.’