Menselijke journalistiek met Jeroen Gortworst: “Ik heb eerst anderhalf uur met hem op zijn kamer gezeten”
interview, gepubliceerd op 18 May 2024, door Noah van der Breggen

Jeroen Gortworst bij de NOS. Foto: Jeroen Gortworst

Jeroen Gortworst (31) werkt al tien jaar voor de NOS en is sinds 2022 ook te zien als binnenlandverslaggever in het Journaal. Hij stond aan de wieg van NOS Stories en heeft samen met collega’s Rivkah op het Veld en Winfried Baijens ook de podcast “De Schaduwspits” tot leven gebracht. In een openhartig gesprek vertelt Jeroen over zijn manier van journalistiek bedrijven en zijn motto: kill them with kindness’.

Ik heb het even nagelopen; je werkt nu al tien jaar en één maand bij de NOS. Wat vind je er zo leuk aan?

Ja, ik ben al best een tijdje hier. Het grappige is dat ik eigenlijk nooit wist dat ik journalist wilde worden. Ik ben niet iemand die vanaf mijn dertiende al riep: “Oh, ik lees alle kranten en ik ben super geïnteresseerd in nieuws.” Ik dacht misschien wil ik wel casting gaan doen voor reality TV. Maar toen kwam puntje bij paaltje en moest ik stage gaan lopen voor mijn studie. Ik zag toen de NOS en was eigenlijk wel benieuwd.

Vanaf dag één was ik verkocht. Ik zag die vloer. Ik zag de mensen. Ik zag de dagelijkse hustle van wat er daar gebeurde, dat ik dacht: “Ja, dit is echt heel leuk.” En het is nog steeds na tien jaar elke dag heel leuk.

Ik zag ook op je Twitter dat je erg van reizen houdt. Zou het kunnen dat je op je oude dag dat combineert met journalistiek? Dus een soort van “Jeroen naar het einde van de wereld” programma?

Lachend: Kijk… Ik denk dat er niemand beter is dan Floortje. Maar als ik zelf moet nadenken over waar ik denk dat mijn kracht ligt, dan is het in gesprekken met mensen.”

Er zijn journalisten en verslaggevers die heel goed zijn in net die ene quote halen bij die politicus. Of net even dat sensationele dingetje eruit weten te vissen bij een woordvoerder.

Is dat dan ook drammen?

Nou ja, af en toe moet je daarvoor drammen. En af en toe heb je mazzel dat het je overkomt. Er zijn mensen die heel goed kunnen prikken en net dat nieuwtje ontlokken bij die ene politicus. Dat ben ik niet. Ik kan prima kritisch vragen stellen, maar ik ben niet die journalist op jacht naar scoops.

Ik ben veel meer van de menselijke kant van een verhaal. Ik denk dat ik door de compassie die ik kan tonen de kracht heb om mensen binnen een hele korte tijd veilig en op hun gemak te laten voelen. Daardoor kunnen ze beter hun verhaal vertellen en durfen ze net iets meer van zichzelf te geven aan mij dan dat ze zouden doen bij iemand anders.

Dat is natuurlijk wat een programma als Floortje naar het einde van de wereld ook doet. Daar gaat het natuurlijk ook heel erg over gesprekken met mensen. Daar lang bij zijn. Die mensen op hun gemak laten voelen. Maar vooralsnog vind ik het veel te leuk bij de NOS.

Ik denk dat ik door de compassie die ik kan tonen de kracht heb om mensen binnen een hele korte tijd veilig en op hun gemak te laten voelen.

Je kracht ligt dus bij dat menselijke… Uit welke reportage of welk interview bleek dat?

Een recent voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld Anwar. Anwar zat in de trein die ontspoorde bij Voorschoten. Hij had gefilmd hoe die trein erbij lag; overal zag je stof en vonken en mensen die schreeuwden.

Nou, wat gebeurt er als je iets hebt gefilmd wat nieuwswaarde heeft? Dan zet je het op social media. Maar Anwar deed dat niet en belde naar de NOS en kwam toen uit bij onze nieuwsredactie. Ik was eigenlijk onderweg naar Hilversum maar werd verteld om terug te gaan naar Den Haag want we gingen kijken of Anwar ook voor televisie zijn verhaal wilde vertellen.

Ik heb daar dus eerst anderhalf uur met hem gewoon thuis in zijn kamer gezeten om zeker te weten dat hij dit wel echt wilde vertellen. Want het is tegelijkertijd iemand die iets heel heftigs heeft meegemaakt. Je probeert iemand ook heel erg op zijn gemak te stellen door te zeggen dat het niet hoeft, dat er geen druk is en dat hij zich er prettig bij moet voelen. En ik merkte dat hoe langer ik daar zat, hoe rustiger hij ook werd. Ik denk dat dat het beste voorbeeld is van het menselijk maken.

Ik wil allesbehalve een journalist zijn die daar maar gaat staan en denkt: “Ja, ff opschieten. Kom met je verhaal.” Nee, mijn belang om hem te interviewen is echt totaal ondergeschikt aan zijn gevoel. Anders heb ik s ‘avonds Anwar niet in het Journaal met een verhaal. Het zou uiteraard fantastisch zijn als hij dat wel wil vertellen, en ik zou dat ook heel graag willen. Maar het belangrijkste vind ik dat hij zich er fijn bij voelt en geen spijt krijgt later.

Ik wil allesbehalve een journalist zijn die daar maar gaat staan en denkt: “Ja, ff opschieten. Kom met je verhaal.”

Is er nog iets wat een interview of reportage moeilijk voor jou kan maken als je in gesprek gaat met mensen?

Nou, ik vond het interviewen van politici aan het begin best wel moeilijk. Denk aan Hugo de Jonge over de coronamaatregelen bijvoorbeeld. Dan ga je daar heen met een plan want je weet: dit zijn mensen die weten hoe dit werkt. Als je niet oplet, dan loop je zo in hun val. Het zijn mensen die goed kunnen praten omdat het gewoon hun werk is om goed te kunnen praten.

Toen ik voor Stories voor het eerst een minister ging interviewen vond ik dat ook eerlijk gezegd best wel spannend. Dus je bent ook bezig met goede vragen stellen en kritisch zijn. Daardoor was ik zo gefocust op het stellen van die vragen, dat ik eigenlijk amper meer luisterde naar wat diegene nou echt zei.

Ik denk dat het pas een echt goed politiek interview wordt wanneer je dat lijstje met vragen helemaal aan de kant gooit. Je moet weten wat je wilt halen, weten wat je wilt vragen en weten waar de pijn zit. Dus gooi je blad aan de kant met al die vragen die je hebt voorbereid. Stel die vraag en luister naar het antwoord, want daar zit jouw journalistieke doorvraag in. Namelijk, wat zegt diegene nou echt? Geeft diegene wel antwoord op de vraag? Of kletst hij maar een eind eromheen? Dus aan het begin was ik zo gefocust op mezelf en op mijn vragen dat ik amper luisterde naar wat die persoon zei. En daardoor vond ik dat interview van mezelf niet goed. Later werd dat veel beter, toen ik inderdaad mijn blaadje aan de kant durfde te gooien en gewoon ging luisteren naar wat mensen zeiden.

De eerste keer dacht ik, “oké, ik ga een politicus interviewen, dan moet het wel kritisch klinken.” Het ging echt over iets, nou ja… Maakt niet uit waar het over ging, maar iets piepkleins. Ik had in ieder geval helemaal zo’n toon te pakken alsof ik vond dat diegene er echt over moest aftreden. Gewoon fel, boos, vervelend, hard erin, iemand niet laten uitpraten.

Was dat expres?

Ja, want ik dacht dat mensen dat verwachte van mij. Die verwachten, ik ga een politicus interviewen, ik moet streng en kritisch zijn. Nou, dan kom je erachter dat mensen daar dus helemaal niet op zitten te wachten. Mensen zitten wel te wachten op kritische ondervraging, maar niet alsof ik met mijn vragen iemand totaal ten gronde richt. En dat ik dacht van, nou, morgen is het echt klaar voor jou. Terwijl het over iets piepkleins ging. Dus daar heb ik ook wel van geleerd, want het zit hem niet in je toon. Tenminste, ik hanteer nu het motto, kill them with kindness.

Aardig blijven, blijven lachen, iemand laten uitpraten, maar wel die ene scherpe vraag stellen die jij wilt stellen. En als je er aardig bij kijkt, kan je heel veel dingen vragen zonder dat mensen daar vervelend van worden.

Dus aardig blijven en lachen.

Ja, maar in je woorden keihard.