Klimaatjournalist Jaap Tielbeke: ‘Het zou mooi zijn als de CEO van Shell mijn boek massaal cadeau zou doen’
interview, gepubliceerd op 08 Oct 2020, door Kim Bakker

Als redacteur bij De Groene Amsterdammer kreeg Jaap Tielbeke al veel ruimte om de klimaatcrisis op zijn eigen manier te onderzoeken. Maar voldoende om zijn boodschap over te brengen, bleek het niet. Dus schreef hij er een boek over. ‘Soms denk ik, als ik dit allemaal geloof, hoe kan ik dan nog rustig slapen?’

Het is 16 september en 30 graden. Kun je ervan genieten?

‘Ik zou liegen als ik zei dat de klimaatcrisis niet altijd in mijn achterhoofd speelt als ik met een biertje op het terras zit. Een ongebruikelijke hittegolf als deze maakt de opwarming van de aarde heel tastbaar. In mijn bovenwoning was het afgelopen zomer weer ontzettend heet. Dan denk ik wel: wil ik nog in de stad wonen als dit zo doorgaat? Maar dat betekent niet dat ik helemaal niet kan genieten van een zonnige nazomerdag, hoor.’

Jaap Tielbeke (1989) studeerde Filosofie en Internationale Betrekkingen voordat hij vijf jaar geleden terechtkwam bij De Groene Amsterdammer. In zijn artikelen voor het weekblad is klimaatverandering één van de grote thema’s. De vele onderzoeken resulteerden dit jaar in een boek met de titel Een beter milieu begint niet bij jezelf. Dat klinkt wellicht bekend, het is een ontkenning van de slogan ‘Een beter milieu begint bij jezelf’, die in de jaren ’90 Nederlanders moest aansporen om afval te scheiden en het licht in de badkamer uit te doen. Desondanks is de CO2-uitstoot sindsdien meer dan verdubbeld en worden de gevolgen steeds zichtbaarder. Tijd voor een ander geluid, dacht Tielbeke, een geluid dat de verantwoordelijkheid niet bij het individu legt, maar bij de beleidsmakers en de grote vervuilers.

In de inleiding van je boek schrijf je: ‘Journalisten worden geacht om nuchter de feiten te beschouwen en hun lezers te informeren’. Even later volgt ‘We weten dat we afstevenen op verschrikkelijke rampspoed, maar lijken toch niet in staat om van koers te veranderen’. Dat klinkt een stuk minder nuchter dan in je andere artikelen.

‘Ja, dat is wel anders. De stukken die ik schrijf voor De Groene Amsterdammer zijn meer beschouwend. Tijdens het onderzoek kom ik tot bepaalde inzichten die dan niet expliciet als mijn standpunt naar voren komen in het artikel, maar vaak wel tussen de regels door te lezen zijn. In mijn boek ben ik opener over mijn eigen overpeinzingen, ik gebruik het als een soort stijlmiddel om de lezer mee te krijgen. En het is ook eerlijk, want dit onderwerp doet iets met me. Ik kan hier niet neutraal in staan.’

Was het een bevrijding om die objectiviteit een beetje los te laten?

‘Ergens wel. Ik moest wel wennen, het is een soort ‘ikkerige’ manier van schrijven die ik niet gewend ben. Maar tegelijkertijd ben je wel transparant naar de lezer toe. Ik kan niet objectief zijn over dit onderwerp en dat wil ik ook helemaal niet. Wat ik wel geprobeerd heb, is zo onafhankelijk mogelijk blijven. Door met een open blik langs te gaan bij verschillende organisaties, bijvoorbeeld.’

Je hebt gezegd dat hoewel je sympathiseert met organisaties als Milieudefensie en Extinction Rebellion, je zelf nooit lid zou worden. Waarom ligt daar voor jou die grens?

‘Dat zit ‘m in het woord onafhankelijkheid. Ik maak er geen geheim van dat ik vind dat Extinction Rebellion een interessante strategie en belangrijke, agenderende functie heeft. Maar als ik lid zou worden, verlies ik mijn onafhankelijkheid. En stel, Milieudefensie slaat in de klimaatzaak tegen Shell de plank volledig mis, dan wil ik de vrijheid hebben om dat op te schrijven. Als je zelf een actieve rol speelt in de partij die je bekritiseert, wordt dat ingewikkeld. Om dezelfde reden zou ik geen lid worden van een politieke partij.’

Denk je wel dat het kan als journalist, lid zijn van een politieke partij?

‘Iedere journalist is ook een burger die zijn stem uitbrengt. Maar lid worden zou ik zelf niet doen. Het wordt dan te moeilijk om onafhankelijk over die partij te schrijven. Het is geen absoluut gebod, ik vind je niet per definitie verdacht als je wel partijlid bent, maar voor mezelf trek ik daar de grens.’

En zeggen naar welke partij jouw stem gaat?

‘Daar ben ik ook terughoudend in. Je geeft dan toch een soort stemadvies. In mijn boek doe ik dat dan ook bewust niet. Natuurlijk geef ik wel aan hoe ik over klimaatbeleid denk en het lijkt me duidelijk dat de ene partij daar beter op aansluit dan de ander. Maar ik vind het belangrijk dat mijn boodschap ook aankomt bij bijvoorbeeld een CDA-stemmer die het klimaatprobleem aan het hart gaat. Ook hen wil ik aansporen om klimaat hoger op de agenda te krijgen. Niet alle ballen op één klimaatpartij, maar een volledige mentaliteitsverschuiving, dat is wat we nodig hebben.’

Maar lezen die mensen jouw werk?

‘Moeilijk in te schatten. Maar ik denk zeker dat er ook in de achterban van VVD of CDA mensen zijn die zich zorgen maken over het klimaat. Hopelijk komen ook zij uit bij mijn boek.’

Als je een boek schrijft, zeker met een onderwerp als dit, bereik je toch al gauw alleen je eigen achterban.

‘Ik vind dat altijd een ingewikkeld verwijt. Want is het niet per definitie zo dat als je een verhaal hebt dat bepaalde mensen aanspreekt, je die doelgroep bereikt? In dit boek heb ik er bewust voor gekozen om de zogenaamde klimaatontkenners niet aan te spreken, ik ga dus niet in op de vragen die zij stellen, of klimaatverandering wel door mensen wordt veroorzaakt en zo. Daar wil ik mijn energie niet in steken. Ik heb ook zoiets van, als je daar nu nog niet van overtuigd ben, heeft het niet zo veel zin meer.

Ik zag op Twitter dat de directeur van Milieudefensie een stapeltje heeft gekocht om uit te delen. Heel mooi, maar liever zie ik natuurlijk dat Ben van Beurden (CEO van Shell) mijn boek massaal inkoopt en uitdeelt. Maar ik weet ook wel dat dat niet realistisch is.’

Heeft het schrijven van je boek het makkelijker gemaakt om je zorgen van je af te zetten?

‘Deels. Ik dacht af en toe wel: ‘hoe kan ik nog slapen als ik dat allemaal echt geloof?’. Het is best zwaar om jezelf maandenlang onder te dompelen in zulke donkere materie. Tegelijkertijd gaf het tweede deel van mijn boek, waarin ik schrijf over de hoopvolle initiatieven die er gaande zijn, me energie en hoop.

Mijn boek is af. Dat ligt nu in de winkels en verdwijnt over een tijdje achterin de boekenkast. Maar het klimaatprobleem wordt alleen maar groter. Als ik wéér lees over smeltende ijsschotsen en verwoestende bosbranden, overvalt de moedeloosheid me soms wel. Maar me daar aan overgeven is te gemakzuchtig. Hopelijk praat ik je nu niet een te zwaar genoegen aan?’

Valt mee, ik herken het wel. Ook ik word soms overvallen door moedeloosheid.

‘Hoe kijk jij dan naar de toon van mijn boek?’

Best uitgesproken. Zeker in het voorwoord en de inleiding spatte de woede bijna van de pagina’s af. Het maakte me boos op een goede manier. Ik wilde iets dóen in plaats van me onder de dekens te verstoppen.

‘Dat is ook de bedoeling. In mijn boek zeg ik ook dat woede heel productief kan zijn als je het op de juiste manier kanaliseert. Dat geloof ik echt.’

Kun je betere stukken schrijven als het onderwerp iets met je doet? Als het je boos of verdrietig maakt?

‘Ik denk dat het heel goed is om te schrijven over wat je aan het hart ligt. Maar het is wel belangrijk om niet vooringenomen te zijn. Je moet er met een open blik ingaan. In mijn boek benadruk ik daarom ook dat mijn boek een eindpunt is van een langer proces van inzichten die ik geleidelijk aan heb verkregen.’

Vooringenomenheid heeft geen aan-/uit-knop. Als je die vooringenomenheid niet opzij kunt zetten, kun je het stuk dan beter overlaten aan iemand anders?

‘Niemand leeft zonder aannames. Je draagt je eigen perspectief altijd met je mee. Het is, denk ik, goed om je daar bewust van te zijn. En om er transparant over te zijn. Ik hoop dat dat in mijn boek naar voren komt, dat ik ook niet overal uit ben. Volledige objectiviteit is niet haalbaar, openstaan voor nieuwe inzichten wel.

Hoe objectiviteit in de journalistiek vaak begrepen wordt, is dat je een verhaal van alle kanten moet laten horen. Dat heeft het klimaatdebat ontzettend in de weg gezeten. Klimaatontkenners maken slim gebruik van die ingesleten neiging om altijd een tegengeluid te zoeken. Dan krijg je dus een klimaatwetenschapper die in een talkshow in debat gaat met een door de fossiele industrie gesubsidieerde opiniemaker. Dat zorgt voor ongebalanceerde verslaggeving: je doet alsof twee posities gelijkwaardig zijn terwijl dat niet zo is.’

Als ze je nu vragen om aan te schuiven bij Op1, doe je dat dan?

‘Ja, vooral heel pragmatisch om mijn boek te promoten.’

Ook als je in gesprek moet met iemand die niets afweet van het klimaatvraagstuk?

‘Ik zou niet meewerken aan een format waarbij ik in debat moet met een klimaatontkenner. Dan zou ik in de val trappen waar ik zelf voor waarschuw. Maar ik zou wel mijn verhaal willen doen, simpelweg omdat je via zo’n talkshow een veel groter publiek bereikt. Maar ik doe het alleen als ik inhoudelijks echt iets toe te voegen heb.’

Wat zouden journalisten moeten doen om de discussie op een goede manier gaande te houden?

‘Mijn onderliggende stelling is dat klimaatverandering een kwestie is van politiek. Een verstoring van het systeem. We moeten de samenleving anders inrichten. Maar hoe precies? Daar kunnen we over debatteren.’

Als het een verstoring van het systeem is, is het woord ‘klimaatcrisis’ dan wel toereikend?

‘Nee, misschien niet. ‘Ecologische crisis’ is completer. Het gaat niet alleen om CO2-uitstoot, maar ook om verlies van biodiversiteit en allerlei andere problemen die ermee samenhangen. Sociale ongelijkheid, racisme…’

Toegenomen werkdruk, onbetaalbare huurhuizen in Amsterdam…

‘Ja, zelfs dat is er niet los van te zien. Die holistische blik is heel belangrijk. We kunnen wel alleen de CO2-uitstoot terugdringen, maar wie betaalt de rekening? Die mag niet naar diegenen gaan die nu al nauwelijks rondkomen. Of diegenen die het meest last hebben van de gevolgen van klimaatverandering. Klimaatbeleid gaat onvermijdelijk gepaard met herverdeling.’

Het is al zo’n gigantische opgave. Maakt deze aanpak het niet nog ongrijpbaarder?

‘Dat hoor je vaak. We hebben helemaal geen tijd om bezig te zijn met racisme, we moeten alleen die uitstoot zo snel mogelijk terugdringen, zeggen ze dan. Maar dan denk ik: dat kan helemaal niet. Want hóe je CO2 terugdringt, heeft invloed op de welvaart. Ga maar na: de klimaatverandering raakt de gemarginaliseerde groepen het hardst. Toen orkaan Katrina New Orleans verwoestte, waren het voornamelijk zwarte Amerikanen die hun huizen kwijtraakte. Je kunt niet alleen boekhouden met CO2, dat is te gesimplificeerd. Je laat dan enorme groepen mensen buiten beschouwing. Terwijl dat draagvlak zo hard nodig is.’

Hoe radicaal anders is onze wereld over dertig jaar, denk je?

‘Hoop ik of vrees ik? Mijn boek is een pleidooi voor verbeeldingskracht en radicaal denken. Met kleine stapjes gaan we het niet meer redden. Dus ik hoop dat we radicale stappen durven te zetten. Dat we durven te dromen. Maar ik vrees dat de wereld er radicaal anders uitziet als gevolg van klimaatverandering.

Kijk, er komt niet één of andere superstorm. Het gaat om geleidelijke ontwrichting op allerlei manieren. En de gevolgen daarvan zijn ook niet niks, denk aan migratie en oorlog door extreme droogte. Dat is nu al begonnen. Ook voor de tegenreactie ben ik wel eens bang. We reageren nu vaak xenofoob op migratie, gebeurt dat straks ook? Gaan we muren bouwen om klimaatvluchtelingen buiten te houden?’

Het lijkt soms ook zo zwart-wit. Alles of niks. Nu of nooit. Terwijl er een groot verschil zit tussen 2 en 5 graden opwarming.

‘Zeker. Ik zal me dan ook nooit overgeven aan defaitisme. Dat is te gemakzuchtig. Er staat onwijs veel op het spel de komende tien jaar. Want alles wat we wel laten gebeuren, is onomkeerbaar. De uitspraak ‘we hebben tien jaar om de wereld te redden’ is te kort door de bocht, maar als we te weinig doen, hebben we wel een gigantische window of opportunity gemist.’