Volkskrant-interviewer Nathalie Huigsloot over de schrijvende journalistiek: ‘Ik heb er een haat-liefdeverhouding mee’
interview, gepubliceerd op 13 Oct 2020, door Linda van Mil

Ze bedacht televisieprogramma’s, schreef boeken en interviewde bekende mensen voor diverse media. Tegenwoordig staat ze vooral bekend om haar persoonlijke interviews met BN’ers voor Volkskrant Magazine en haar driegesprekken in HP/De Tijd. Hoe ervaart Nathalie Huigsloot het leven als journalist?

Ze had al een propedeuse aan de toneelschool en een diploma van de hogere hotelschool op zak. Toch heeft Nathalie Huigsloot de omslag naar journalistiek gemaakt. “Dat is een beetje per ongeluk gegaan”, vertelt ze. Ze besloot ook nog een studie communicatiewetenschappen te doen en schreef met een vriend een scriptie waarbij ze onderzochten hoe programmamakers inspeelden op de vergrijzing. “We hebben alle programmadirecteuren van Hilversum geïnterviewd. Zo kwamen we bij John de Mol Producties uit en daar kregen we allebei een baan aangeboden. Op een gegeven moment vroeg de Volkskrant of ik een columnserie wilde schrijven en daarna werd er gebeld of ik ook interviews wilde doen. Zo ben ik in die schrijverij terechtgekomen.”

Het was het startschot van een rijke journalistieke carrière. Maar de interesse om te interviewen had Nathalie zelf in eerste instantie helemaal niet. “Ik had er nog nooit over nagedacht, maar ik ben het gewoon gaan proberen.” En zo geschiedde. Nathalie interviewde erop los. Met de nodige zenuwen van tevoren, dat wel.

De toon van de interviews die ze jaren geleden schreef, was anders dan nu. Ze schreef voor het tijdschrift Blvd, waarbij ze steeds met een bekende Nederlandse man uit eten moest. Haar eerste tafelgast: Joost Zwagerman. “Ik moest allerlei impertinente vragen stellen. Dat was wel echt het niveau van: ‘scheer je je ballen wel eens?’ Of: ‘heb je de erogene zone in je anus al ontdekt?’ Die man schrok zich natuurlijk wild. Als je dat nu terugleest, voel je wel een lichte gêne.”

Spanning

Tegenwoordig schrijft ze voor gerenommeerde media, zoals Volkskrant Magazine en HP/De Tijd. De variatie aan BN’ers die ze door de jaren heen heeft geïnterviewd is groot. Van Rob de Nijs tot Youp van ’t Hek. Van Jan Terlouw tot Mies Bouwman. Tegenover zulke grote namen zitten, schrikt Nathalie niet af. “Mijn grootste angst is altijd groter dan diegene die ik interview: namelijk dat ik niet met een goed stuk aankom. Dus ik ga er altijd voor en ik stel alle vragen die ik eigenlijk niet durf te stellen.”

Alle vragen stellen om het interview spannend te houden. Dat zag Nathalie bij Theo van Gogh, voor wie ze een tijdje heeft gewerkt bij het interviewprogramma Het laatste oor. “Ik vind hem de beste interviewer die er was…” Ze is even stil. “Is. Maar goed, ik interview totaal niet zoals hij dat deed. Interviewen is soms ook gewoon eng, omdat je vragen moet stellen die voor de persoon zelf niet prettig zijn. Dus het is makkelijker om een beetje over koetjes en kalfjes door te leuteren dan af en toe een vraag te stellen waar diegene door ontregeld wordt. Zeker als het saai wordt, moet je de spanning wel echt opzoeken, omdat het anders een slap interview wordt. Dat heb ik wel echt meegekregen van Theo van Gogh, die vanaf de eerste vraag altijd zorgde dat je op het puntje van je stoel zat.”

Op welke interviews ze het meest trots is? Die waarbij ze langer met iemand mee kan lopen. In 2018 interviewde ze schrijver Maarten Biesheuvel voor Volkskrant Magazine. “Ik zou hem eigenlijk gewoon droog interviewen, maar hij belandde in een psychiatrische inrichting. Toen kon ik niet zo goed met hem praten, dus ben ik maar met zijn vrouw en andere mensen om hem heen gaan praten. Ergens zijn dat wel de interviews die het beste gelukt zijn.”

Zenuwen

Dat blijkt, want in 2019 werd ze voor dat interview genomineerd voor de Tegel, een nationale journalistiekprijs. Dat getuigt van interviewtalent, zou je zeggen. Maar de zenuwen voor een interview die Nathalie aan het begin van haar carrière voelde, zijn niet verdwenen. “Stel dat ik een actrice interview die niet echt een verhaal heeft, dan moet ik er voor Volkskrant Magazine toch echt iets van maken. Dat vind ik toch altijd weer eng. Ik twijfel dan of ik het wel haal en of ik genoeg heb.” Nathalie denkt niet dat het ooit zal verdwijnen. “Ik ben 51, wanneer zou dat ooit nog weg kunnen gaan? Ik vrees het ergste”, zegt ze lachend.

Onzekerheid kent de journaliste ook. Na afloop van een interview loopt ze vaak weg met een ontevreden gevoel. “Dan denk ik dat ik het niet heb, of bedenk ik wat ik allemaal ben vergeten te vragen. Als ik de volgende dag opsta ben ik soms weer wat optimistischer. En dan heb ik die hele lap tekst van dertigduizend woorden uitgeschreven en raak ik weer helemaal in een depressie. Dan heb ik veel te veel woorden en verzuip ik erin.” Als Nathalie uiteindelijk zo’n interview voor Volkskrant Magazine inlevert, is ze ook altijd gespannen of het goed wordt ontvangen door de eindredactie. “Als ze bellen dat het goed is, maak ik echt een vreugdedans door de kamer.”

Vrijheid

Nathalie heeft naast haar werk voor geschreven en audiovisuele media ook meerdere boeken geschreven. Zo schreef ze Miss America, over haar leven in New York. Ook schreef ze een boek over botox. “Het tweede boek, Het botoxdilemma, was eigenlijk naar aanleiding van een artikel dat ik voor de Volkskrant had geschreven over hoe je als vrouw kan omgaan met het ‘verschrompelen’ van je lichaam. Daar kreeg ik veel reacties op, ook van uitgeverijen. Toen dacht ik: ‘laat ik dat maar gaan schrijven, dan ben ik later superrijk.’” Ze lacht. “Maar dat laatste is er nooit zo van gekomen.”

Een grote wens om nog een ander boek te schrijven heeft Nathalie niet. “Omdat ik als freelancer werk, heb ik geen pensioensopbouw. Elke keer dat ik een boek schrijf, hoop ik gewoon dat het pensioen op gaat leveren. Zo had ik nu bedacht om een dagboek schrijven over het eerste jaar met een puppy, want veel mensen hebben een hond of willen er eentje. Dus ik benader het heel commercieel. Het is niet omdat ik nog zo graag een boek wil schrijven.”

Het leven als freelancer maakt haar wel eens onzeker, al zit ze al een behoorlijke tijd in het vak. “Je kan bedenken dat het al twintig jaar goed gaat en dat ik me niet zo druk moet maken. Maar ik kan ook denken ‘dadelijk zit ik op mijn zestigste nog Dréetje Hazes te interviewen, kan dat?’ Ze zeggen vaak dat freelancen superfijn is omdat je veel vrijheid hebt, maar dat is het natuurlijk niet. Je zegt nooit ‘nee’ tegen een opdracht, je werkt altijd over en in loondienst ga je gewoon om zes uur naar huis. Dat is pas vrijheid: om zes uur de deur achter je kunnen sluiten.”

Carrièreswitch

Nathalie weet hoe het is. Ze heeft ook een tijd voor de televisie gewerkt. Zo werkte ze bij het interviewprogramma Het laatste oor, bedacht en presenteerde ze Dance Around The World en interviewde ze politici in Testbeeld. Inmiddels werkt ze slechts een dag in de week in loondienst, voor een kleine productiemaatschappij. Ondanks de onzekerheid van het freelanceleven ziet ze het niet zitten om weer fulltime bij de televisie te gaan werken. “Ik zit eerder te denken of ik bij de politie kan gaan werken, om te kijken of ik daar de verhoren mag doen. Zoiets.” Nathalie is serieus als ze vertelt over deze mogelijke carrièreswitch. “Het is een gedachtespinsel, maar ik houd die vacatures wel in de gaten. Maar voor je het weet ben je weer een jaar verder.”

Of ze altijd wil blijven schrijven en interviewen, weet Nathalie dus niet. “Ik denk wel dat ik het op een gegeven moment zat ben. Zo’n heel stuk schrijven, het is een beetje alsof je steeds opnieuw een scriptie schrijft. Dat is elke keer een hele bevalling. Maar goed, misschien dat ik het ook gewoon iets minder vaak moet doen.” Nathalie zit dan ook niet stil. Zo denkt ze met bepaalde partijen na over een podcast en is ze benaderd of ze wil interviewen voor een televisieprogramma. “Het zou lekker zijn als ik wel kan interviewen, maar ik niet meer die hele uitwerking hoef te doen. Dus die kant ben ik ook wel een beetje aan het onderzoeken.”

Of Nathalie spijt heeft dat ze de journalistiek in is gegaan? Ze twijfelt. “Ik heb er gewoon een haat-liefde verhouding mee. Ik kan door mijn vak heel gedreven zijn: dan denk ik dat ik met mijn interviews misschien een steentje bij kan dragen aan een andere publieke opinie. Maar aan de andere kant ben ik vrij angstig en onzeker van aard, en moet ik de hele tijd ‘enge’ dingen doen. Ik heb wel eens aanvallen dat ik mijn werk haat, en dus gewoon bij de politie wil gaan werken. Op het gebied van journalistiek heeft ze geen grote dromen meer. “Het is gewoon een hele arbeidsintensieve manier van je brood verdienen. Dus als ik droom, is het eerder over hoe ik de journalistiek uit kan komen.”