Jeugdjournaalpresentatrice Tamara Seur brengt ook slecht nieuws: “Iedereen gaat kijken en ik moet vertellen dat ze dood zijn”
interview, gepubliceerd op 01 Nov 2021, door Daphne Stolwijk

Na een stage in de jeugdgevangenis wist Tamara Seur het zeker: de manier van doen daar moest worden veranderd. Daarom ging ze de journalistiek in. Bij het Jeugdjournaal maakt ze nieuws voor kinderen, maar ze schreef ook een boek over de heftige wereld van de forensische opsporingsdienst. “Ik schrok wel van hoe snel ik gewend raakte aan wat ik zag. Bloed, wonden, lijken… Ik heb twee keer een dode gezien.”

Tamara Seur (47) studeerde ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Als student was ik zeker niet overijverig. Ik deed wat nodig was, haalde zesjes en zeventjes”, vertelt ze grinnikend.

Toen ze voor haar studie stage liep in een jeugdgevangenis, realiseerde ze zich al snel dat ze geen psycholoog wilde worden. “De stage was niet zo’n succes, het was zelfs heel heftig. Ik moest rapporten voor de rechter schrijven over jongeren. Aan de hand van mijn rapporten bepaalde de rechter wat er ging gebeuren met die persoon. Nogal een verantwoordelijkheid”, zegt Seur. “Het was ook nog eens heel frustrerend, want als er dan uitkwam dat zo’n jongen of meisje naar een pleeggezin moest, was er nooit plek. Toen wist ik het: ik wil geen psycholoog worden, ik wil hier iets aan veranderen.”

Journalist

Daarom koos Seur ervoor om na het behalen van haar diploma de journalistiek in te gaan. Ze liep stage bij Hart van Nederland, bleef daar als freelancer werken en kwam erachter dat ze graag verslaggever wilde worden. “Toen hoorde ik dat er een vacature was op de redactie van het Jeugdjournaal en dat leek me heel leuk.”

Ze begon op de internetredactie. “Hoewel ik werkte bij de NOS, heeft het lang geduurd voordat ik mezelf journalist durfde te noemen. Dat is de laatste jaren eigenlijk pas gekomen. Ik vond mezelf meer een verhalenverteller.”

We vertellen alles, maar op een manier dat we kinderen niet bang maken

Na verloop van tijd mocht Seur het televisiejournaal presenteren. “De eerste keer dat ik presenteerde vond ik megaspannend. Ik was zwanger, dus had zo’n dikke buik. Nu ben ik na al die jaren niet meer zo zenuwachtig als ik presenteer.”

Seur vindt het belangrijk dat kinderen op de hoogte blijven van wat er in de wereld speelt. “We vertellen alles, maar op een manier dat we kinderen niet bang maken. Daar is een set van regels voor, bijvoorbeeld dat je moet benadrukken dat iets nieuws is omdat het niet vaak gebeurt.” Aan de andere kant is er ook ruimte voor luchtige items, bijvoorbeeld een portret van een jongen met een lichamelijke handicap die via een sportpolie een sport heeft gevonden waar hij goed in is. “Zo’n verhaal vind ik heel leuk om te maken.”

Weegschaal

Bepaalde onderwerpen zijn lastig om uit te leggen aan kinderen, bijvoorbeeld oorlogen of aanslagen. “We zoeken dan heel erg naar de juiste bewoording, elk woord wordt op de weegschaal gelegd. Toen terrorisme net begon hebben we ook psychologen geraadpleegd, we moesten weten wat dit nieuws met kinderen doet. Met behulp van dat onderzoek heb ik daar een modus in gevonden.”

Een verhaal dat Seur nog helder is bijgebleven, is het verhaal van twee vermiste jongens, Ruben en Julian in 2013. “Zij waren vermist, werden later per toeval gevonden en toen bleek dat hun vader ze om het leven had gebracht.” Die avond moest Seur het Jeugdjournaal presenteren en dus dit nieuws brengen aan alle kijkende kinderen. “Ik wist: dit is heftig. Iedereen gaat kijken en ik moet vertellen dat ze dood zijn. Mijn eigen gevoel speelde ook mee, ik vond het zelf ook heel erg. Het is belangrijk dat je dat niet ontkent. Die avond benadrukte ik heel duidelijk dat dit nieuws is, omdat het niet vaak gebeurt. Zo stel je kinderen hopelijk wat geruster.”

 Recherche

Hoewel ze bij het Jeugdjournaal vooral bezig is met nieuws brengen aan en reportages maken voor kinderen, ging Seur in 2019 een hele andere kant op. Ze schreef een boek over de forensische opsporingsdienst: ‘De wereld van de witte pakken’.

Ik wilde na de middelbare school rechercheur worden

Het lijken twee uitersten: nieuws voor kinderen en de forensische opsporingsdienst. Maar voor Seur was het een logische stap. “Ik wilde na de middelbare school rechercheur worden. Daarvoor moest je toelatingsexamen doen, en toen dacht ik dat ik met een basis als universitaire psychologiestudent wel een streepje voor zou hebben. Dat toelatingsexamen is er nooit meer van gekomen, maar ik bleef die wereld van de recherche altijd interessant vinden.”

Via een vriend werd Seur benaderd of ze dit boek wilde schrijven. Ze moest er even over nadenken, maar wist al vrij snel dat ze het wilde doen. “Het boek schreef zichzelf bijna joh”, vertelt Seur lachend. “Iedereen die ik sprak had zulke interessante en mooie verhalen, dat was eigenlijk al een boek op zichzelf.”

Seur liep in totaal een jaar mee met allerlei verschillende experts en zaken. Van inbraken tot lugubere moorden, ze beschrijft het allemaal in haar boek. “Ik schrok wel van hoe snel ik gewend raakte in wat ik zag. Lijken, bloed, wonden… Ik zou er zo nog een boek over kunnen schrijven.”

Daarom nam Seur af en toe een pauze van het meelopen, zodat ze nog wel haar eerste ervaringen met deze soms heftige gebeurtenissen kon vastleggen. “Ik wilde ook dat je in het boek mijn ontwikkeling zag tot aan hoe makkelijk ik aan dingen wende.”

Elk hoofdstuk had een andere hoofdpersoon, zaak en expertise. “Dries bijvoorbeeld”, zegt Tamara. “Die was van de inbraken. Hij praatte zo makkelijk over dingen, dat was heel interessant. Alles was eigenlijk interessant. Ik kreeg er een tollend hoofd van”, grapt ze.

Emotioneel

Het enthousiasme spat van Seur af wanneer ze over haar boek praat. “Het personeel van de forensische opsporing was er ook zo blij mee”, vertelt ze. “Op de jaarlijkse Forensische Opsporing dagen kwam ik in het jaar dat mijn boek uitkwam langs om te signeren. Het was heel emotioneel, de rechercheurs vonden het zo mooi dat ik hun verhaal had verteld. Dat ze een podium en waardering kregen voor hun werk. Mensen in hun omgeving weten vaak helemaal niet wat ze nou eigenlijk doen, en door dit boek is dat nu wel duidelijk.”

Het schrijven van dit boek zette Seur aan het denken om weer terug te gaan naar haar basis, namelijk de studie pyschologie. “Ik vraag me na het schrijven van dit boek soms af: ‘Hoe houden die rechercheurs hun werk vol?’”, vertelt ze. “Misschien wil ik rechercheurs die vastlopen wel gaan coachen en begeleiden.”

Genoeg toekomstdromen dus, maar voorlopig blijft Seur nog schitteren in het Jeugdjournaal. “Ik kan levelen met kinderen, waardoor ik hun verhaal op een goede manier kan vertellen. Dat vind ik zo mooi aan mijn baan.”