“Ik ben mijn eigen eindredactie”
interview, gepubliceerd op 24 Sep 2018, door David Bierman

Freelance journalist Cora van der Weij deelt de sleutel tot haar succes.

 

Dol op jeugdjournalistiek en boterhammen met hagelslag. Zo omschrijft Cora van der Weij zichzelf. Ze heeft een eigen freelancebedrijfje genaamd Het Typkantoor en is een ervaren pro op schrijfgebied, maar zelfstandig ondernemer is ze pas sinds een paar maanden. Haar werkomgeving mag dan wel veranderd zijn, haar principes zijn dat niet. “Ik houd nog steeds van goed onderzoek, nabellen, feiten checken en integriteit.” Ook in deze tijd waarin alles steeds sneller en flitsender moet, probeert ze trouw aan zichzelf te blijven. “Misschien ben ik een beetje van de oude stempel, maar daar ben ik trots op.”

Cora voor haar boekenmuur.

 

Een muur van boeken, stapels met verhalen op tafel en de fijne klanken van klassieke muziek. Dat in dit huis een taalliefhebber woont, is niet te missen. “Ik heb ze niet allemaal gelezen, hoor”, grapt Cora, gebarend naar de twee boekenkasten die vol staan met Nederlandse klassiekers. “Mijn vriend veel ervan wel, die werkt in een boekenwinkel. Hij kan urenlang lezen, ik kan dan weer urenlang schrijven.”

 

Van tijdschrift naar krant

 

Dat schrijven zat Cora altijd al in het bloed. Haar liefde voor jeugdjournalistiek was er eigenlijk ook vanaf het begin, maar pas in de loop van haar carrière kreeg ze de kans om die tot uiting te laten komen. “Ik begon ooit in de jaren negentig bij Windows Magazine,      toen Windows nog het nieuwste van het nieuwste was. Dat was een zakelijk blad met tips en handigheidjes voor computergebruikers. Ik was daar de rechterhand van de hoofdredacteur. Ik leerde snel en veel, waardoor ik steeds meer redactionele verantwoordelijkheden kreeg.”

“Nieuws is wat mij trekt en waarmee ik altijd bezig wil blijven.”

Na acht jaar sloeg het noodlot echter onverbiddelijk toe: bezuinigingen. De redacteuren moesten vertrekken, waaronder ook Cora. Maar dat vertrek bracht nieuwe kansen met zich mee. “Windows Magazine had ook een rubriek over computerspelletjes voor kinderen. Degene die dat altijd schreef, had het plan om samen met een oud-hoofdredacteur van Het Parool een nieuwe krant op te zetten, speciaal voor kinderen. Ze vroeg me of ik voor hen wilde komen werken, en natuurlijk zei ik ja.” Zo rolde ze van de ene in de andere baan en stond haar naam ineens in het colofon van de allereerste uitgave van de kinderkrant Kidsweek. Voor Kidsweek werkt ze nu, vijftien jaar later, nog steeds. Maar dan als freelancer.

 

Creatief talent

 

Volwassenen-nieuws geschikt maken voor kinderen is geen makkelijke taak, maar Cora pakt het slim aan. “Schrijf hoe je praat en geef het onderwerp een creatieve, begrijpelijke vorm, liefst met een plaatje erbij. Dat was en is nog steeds mijn uitgangspunt. Maar maak het niet té simpel: je kan kinderen ook best uitdagen met een langere zin of een moeilijk woord. Als ze dat kunnen lezen, voelen ze zich meteen trots. Dat maakt de tekst voor hen ook weer leuker en interessanter.”

“Als ik in de flow zit, dat is voor mij het allerfijnste gevoel.”

Haar talent voor het schrijven vanuit jeugdig perspectief gekoppeld aan haar creativiteit was een winnende combinatie. Kidsweek vertrouwt nog altijd op haar om te vertellen over een groot scala aan onderwerpen. Stuk voor stuk probeert die ze zo boeiend mogelijk te maken. Neem de herverkiezing van Obama, bijvoorbeeld. “We maakten toen een plaatje van Obama, deden hem een overall aan en gaven hem een gereedschapskist. Dat gereedschap, schreef ik erbij, was zodat hij nog vier jaar kon timmeren en bouwen aan Amerika. En hij had massage-olie, om de Republikeinen goed gezind te houden, en een hondenriem om zijn hondje uit te laten zodat hij ook nog wat ontspanning kreeg.”

 

Ook zwaardere onderwerpen, zoals de oorlog in Syrië, gaat ze niet uit de weg. “Meestal probeer je met iets vrolijks af te sluiten, dat voelt voor kinderen het fijnst. Maar soms gaat dat gewoon niet. Toen ik mijn stuk over het regime van Assad af had, was de laatste zin: dit is de tragische waarheid. Dat was een citaat van een Syrië-expert. Daarop kreeg ik van de hoofdredacteur de vraag of ik toch niet met iets positiefs kon eindigen. Ik zei nee en heb de tekst zo laten publiceren, juist omdat je met om de werkelijkheid heen draaien jonge lezers ook niet verder helpt.”

 

Op Cora’s stuk over Syrië volgden een hoop goede reacties. Kinderen waren onder de indruk van het nieuws en leerden ervan, zoals het hoort. Het commentaar van één jongen weet ze nog in het bijzonder. “Hij schreef: ‘Ik vind het zo zielig voor iedereen daar. Als ik Assad was, zou ik zeggen: sorry voor de oorlog, en ik stap op zodat er een nieuwe president kan komen. Doei!’ Dat is toch enorm lief?”

 

Checken en fantasie

 

Dat een hoofdredacteur om aanpassingen vraagt, komt trouwens weinig voor bij het werk dat Cora levert. En daar zit ook precies haar kracht als freelancer. “Ik ben mijn eigen eindredacteur. Ik bedenk een originele vorm voor mijn stuk, controleer alles, check nog een keer en stuur het op, klaar voor publicatie. Dat vinden mijn opdrachtgevers heel fijn, want dat bespaart hen weer tijd.”

 

“Wat er gebeurt in het Witte Huis is toch net een spelletje Cluedo?”

Nog een grote kracht is Cora’s verbeeldingsvermogen. Met haar fantasie bedenkt ze de leukste en meest interessante vertelvormen. “Kijk naar  wat er nu gebeurt bij Trump. Je hebt nu een anonieme brief aan de New York Times en hij gaat het hele Witte Huis door, op zoek naar de schrijver. Dat is toch net een spelletje Cluedo? Wie heeft het gedaan? Was het Mike Pence met de gouden pen in het Oval Office? Dat vinden kinderen geweldig en is nog leerzaam ook.”

 

Eenvoudige dromen

 

Op de vraag of ze nog grote ambities heeft op schrijfgebied, schudt ze lachend het hoofd. “Nee, tegenwoordig moet je bijna bij alle grote jeugdzenders en -bladen wel iets kunnen van programmeren. Dat technische aspect is niks voor mij, ik ben echt zo iemand die zelfs nog wel eens een fout maakt bij het taggen op Facebook. Dan roept mijn zoon: noob! Laat mij maar gewoon het nieuws vertalen voor de jeugd, dat vind ik het leukst.”

 

En boeken schrijven, iets wat ook steeds meer ervaren schrijvers doen? “Nee, joh! Er zijn al zo veel boeken op de wereld. Ik zou niet weten waarover, trouwens. Het is eenvoudig: nieuws is wat mij trekt en waarmee ik altijd bezig wil blijven. Je inlezen in een actueel onderwerp, bronnen spreken en het dan met een andere blik dan normaal opschrijven, vind ik geweldig. Als ik in de flow zit en door het schrijven van een stuk heen vlieg, dan is dat voor mij het allerfijnste gevoel dat er is.”