Hoofdredacteur KRO-NCRV Henk van der Aa: “De kijker wil onderzoeks- en buitenlandjournalistiek kunnen binge-watchen”
interview, gepubliceerd op 13 Oct 2020, door Eline Bouma

In 2006 kreeg Henk van der Aa (43) de kans om bij EenVandaag aan de slag te gaan. “Dit zag ik als dé plek voor mij om me als journalist in binnen- en buitenlandnieuws te ontwikkelen.” Twee jaar geleden werd hem de vraag gesteld of hij hoofdredacteur van de KRO-NCRV wilde worden. Hij greep deze uitdaging aan, hij koos ervoor om de programmering te begeleiden en deed daarmee een stapje terug in het produceren van journalistiek werk.

Toen Van Der Aa er in zijn tienerjaren achter kwam dat een carrière als profvoetballer niet voor hem was weggelegd, wilde hij sportjournalist worden. Hoewel hij sport nog steeds prachtig vindt, besloot hij toch een andere richting op te gaan. “Ik merkte al heel gauw dat ik de verslaggeving van de actualiteit wilde.” Tot twee jaar geleden maakte hij indrukwekkende reportages voor Brandpunt, in zowel het binnen- en buitenland.

Je bent inmiddels al twee jaar hoofdredacteur van de KRO-NCRV. Hoe bevalt deze rol?

“Het bevalt mij goed. Wat me heel erg trekt in het hoofdredacteurschap is dat ik bezig kan zijn met de bredere vragen van de journalistiek: Waar zijn wij eigenlijk voor? En waar willen wij ons op in gaan zetten? In de huidige tijd waarin veel mensen worstelen met ‘welk nieuws is waar?’ en ‘wat kan ik nog vertrouwen?’, voelt dit als een grote verantwoordelijkheid.”

“Toch merk ik wel dat het bloed van de verslaggever blijft stromen. Als hoofdredacteur sta je natuurlijk veel minder met je poten in de modder. Wat betreft journalistiek werk zit ik hier wel op één van de meest geweldige plekken, want we sturen zoveel programma’s aan die stuk voor stuk mooi bezig zijn met journalistiek. Maar op den duur mis ik het wel om naar buiten te gaan, om al die bijzondere mensen te ontmoeten. Ik zit tegenwoordig niet meer op allerlei gekke plekken in de wereld, maar in de vergaderzaal in Hilversum.”

Ik las dat je ook nog hoofdredacteur bent van Brandpunt+ (het vernieuwde online only platform dat in het leven is geroepen toen dat Brandpunt stopte). Dat lijken mij twee grote taken. Hoe krijg je het voor elkaar gespeeld beide functies te combineren?

“Het is lastig te combineren. Daarom ben ik eigenlijk een beetje weg gestapt van Brandpunt+. Ik stuur het nog wel op afstand aan als een soort van eindredacteur, maar ik ben nu hoofdredacteur voor de volledige programmering van de KRO-NCRV. De eindredacteuren van bijvoorbeeld Pointer, De Monitor en Spraakmakers vallen onder mij. Dat geldt trouwens ook voor de eigen gemaakte journalistieke formats en talkshows, dus het gaat om een behoorlijk grote club. Mijn begeleiding is nu wel wat indirecter, omdat ik als hoofdredacteur erboven hang en vooral spreek met de eindredacteuren van die programma’s.”

Bij Brandpunt heerste het verantwoordelijkheidsgevoel om een venster op de wereld te zijn

Voordat je hoofd- en eindredacteur werd, was je verslaggever voor Brandpunt. Hoe was die ervaring?

“Ik zag Brandpunt als het programma dat met zoveel liefde verhalen over het buitenland maakte, dat ik me hier helemaal thuis voelde. Ik kreeg ook de tijd en de ruimte voor het maken van deze verhalen. Voordat ik als verslaggever voor Brandpunt werkte, was ik verslaggever voor EenVandaag. Dit programma kende die liefde voor het buitenland ook wel, maar de focus lag voornamelijk op verhalen in Nederland. Toen ik ook nog de kans kreeg om Brandpunt te presenteren, was ik helemaal enthousiast. Ik had wel al wat cameraervaring, van de tijd dat ik als live-verslaggever werkte, maar presenteren had ik op dat moment nog niet gedaan. Toen merkte ik trouwens wel dat ik het meeste plezier haal uit het opzoeken van het echte verhaal. Ik word blijer van een nacht op een matrasje ergens op een vloer van een krakkemikkig huis, omdat ik een verhaal moet schrijven over een gek gebied, dan dat ik dit verhaal moet vertellen voor de camera.”

“Bij Brandpunt heerste ook erg de verantwoordelijkheid om een venster op de wereld te zijn. Dit klinkt een beetje zwaar, maar dit vonden ze echt belangrijk. ‘Wij moeten ervoor zorgen dat buitenlandse verhalen over armoede, rampen en andere ellende worden verteld. We moeten ons niet alleen focussen op Nederland, maar verder kijken dan onze neus lang is’. Dat was de heersende gedachte. En dit is ook precies hoe ik erin sta.”

Je vertelt er met enorm veel passie over. Hoe ga je om met je verlangen naar het journalistieke veldwerk?

“Ik hoop dat er ooit een moment komt met wat meer rust in mijn baan, zodat ik misschien weer in een project kan stappen. Ik weet niet of ik mezelf hiermee voor de gek houd, of dat er inderdaad een kans bestaat dat ik het zo georganiseerd krijg dat ik het veldwerk weer wat naar me toe kan trekken. Dit is wel wat ik heel erg tof zou vinden. Ik zou willen dat ik niet altijd persoonlijk nodig ben bij het ontwikkelen van programma’s, dat er ook andere mensen zijn die die kar kunnen trekken. Op dat moment kan ik mezelf ook weer een uitstapje gunnen om weer wat te gaan maken. Goed, in de theorie lijkt dit fijn, maar in de praktijk wordt dit nog wel ingewikkeld.”

Van tevoren weet je dat je soms net even je grens over gaat

Als je terugkijkt naar de reportages die je hebt gemaakt voor Brandpunt, op welke reportage ben je dan het meest trots?

“Oh, lastige vraag! Bij het uitbreken van de burgeroorlog in Oekraïne vond ik het erg bijzonder dat wij, helemaal aan het beginpunt, op het Maidanplein stonden toen de rellen uitbraken. Het was 25 graden onder nul en een buitengewoon gevaarlijke situatie. Toch lukte het ons om binnen twee dagen, zonder slaap, een indrukwekkend achtergrondverhaal te maken.”

“Waar ik erg door geraakt ben, was het verhaal over de doodseskaders die de Filipijnse president Duterte inzet om het drugsprobleem op te lossen. Iedereen die drugs gebruikt of dealt, wordt zonder enige rechtsgang geliquideerd op straat. Dit probleem scheurt families uit elkaar. Ik vond het heftig en belangrijk om daar ’s nachts, ook in de achterstandswijken van Manilla, een verhaal over te maken. Het verhaal over al die mensen die normaal gesproken nergens hun verhaal kunnen doen, kreeg nu ook een podium.”

Klinkt inderdaad naar gevaarlijke situaties. Was het krijgen van het verhaal voor jou belangrijker dan je eigen veiligheid?

“Je moet natuurlijk altijd nadenken over je eigen veiligheid. Alleen weet je van tevoren dat je, voor je verhaal, tot je grens gaat en soms net even erover. Toen we in Mexico waren, waar we ook een verhaal maakten over drugsbendes, kwamen we in contact met één van hen. De bende wilde ons meenemen op patrouille en voordat we het wisten zaten we in de achterbak van een Jeep met mannen die AK47’s bij zich droegen. Toen dacht ik: ‘Of dit is een geweldig idee, of superslecht. Goed, ik ga, maar als dit misgaat, heb ik een groot probleem’. Uiteindelijk was het een heel tof idee en een bijzondere nacht.”

Brandpunt+ is constructief en dat is wat de journalistiek nodig heeft

Als jij het had kunnen bepalen, was Brandpunt dan ook overgegaan naar Brandpunt+?

“Het zou nooit mijn keuze zijn geweest. Ik heb het altijd ontzettend jammer gevonden dat de NPO besloot te stoppen met Brandpunt. Het was een langlopende titel met kwaliteitsstempel, maar we hadden geen keus. Dat is het lastige aan de NPO: daar maken ze hun eigen keuzes. Eenmaal besloten dat zo’n programma niet meer doorgaat en dan krijg je hem ook niet meer terug. We hadden dus geen andere optie dan om online verder te gaan.”

“Wat ik wel stoer vind aan Brandpunt+ is dat het volledig het roer omgooide. Het richt zich nu op jonge lezers die niet alleen maar bezigzijn met wat er misgaat, maar ook willen nadenken over ‘hoe kan het anders?’ of ‘waar liggen de oplossingen?’. Een meer constructieve vorm van journalistiek en ik ben blij dat ze dat doen, want dat heeft de journalistiek nodig.”

Wel jammer dat de mooie reportages niet meer te zien zijn op de buis. Denk jij, als eindredacteur, dat de KRO-NCRV ooit nog met zoiets soortgelijks gaat terugkomen?

“Niet meer op de manier zoals we dat van Brandpunt gewend waren. Kijkers consumeren tegenwoordig het tv-aanbod anders. Als jij iets wilt leren over Duterte en zijn drugsbeleid, dan zijn er vast op Netflix of Amazon fantastische, acht-delige, geweldig geresearchte dramaseries over dit onderwerp. Dit is de journalistiek die wij nu ook moeten maken bij de publieke omroep. Dat ben ik ook aan het inzetten, zodat wij ook Netflix-achtige series gaan bouwen die gebaseerd zijn op onderzoeks- of buitenlandjournalistiek.”

“Zo maakten we vorig jaar ‘De Villamoord’, een best wel toffe serie waar ik de eindredactie van deed. Het is een binge-watch-waardige serie. En dat moet ook, want de kijker wil zulke series kunnen binge-watchen. De NPO heeft ons ook laten merken dat zij dit willen. We voeren nu gesprekken met hen om te kijken hoe we dit kunnen gaan vormgeven. Zowel de KRO-NCRV als de NPO zien zo’n Netflix-achtig-aanbod als de toekomst.”