Hans Goedkoop: ‘’Als geschiedenis geen kick geeft, hoeft het van mij niet meer’’
interview, gepubliceerd op 16 Oct 2019, door Lucas van Adrichem

Meer dan zevenhonderd afleveringen Andere Tijden. Talloze series over het verleden van Nederland. Boeken over onze Gouden Eeuw en andere roerige periodes. Hans Goedkoop heeft geen introductie nodig als een van de bekendste historici van de Lage Landen. Maar waar komt zijn fascinatie voor vroeger vandaan? ‘’Die combinatie tussen dat wat verdwenen is, maar toch bepalend is in het heden, dat vind ik de magie van geschiedenis.’’ 

‘’Ik ben geboren en getogen op de Veluwe. We waren daar buitenstaanders, dat gevoel heb ik altijd gehad. Mijn vader kwam uit de regio Amsterdam, zijn familie waren industriëlen en zaten in de scheepsbouw. Hij hoorde eigenlijk helemaal niet op de Veluwe. Hij was ook niet christelijk, meer liberaal en een tikkeltje anarchistisch.

Mijn moeder kwam uit Nederlands-Indië, Palembang, en voelde zich dus ook niet zo thuis op de hei. Ik heb altijd het gevoel gehad dat we daar niet hoorden. Ik vergelijk het altijd met mensen die binnenkomen en hun jas aanhouden, mensen die eruitzien alsof ze op doorreis zijn. We hebben daar twintig jaar gewoond, waarvan achttien met mij erbij en ik heb altijd het gevoel gehad alsof we onze jas hebben aangehouden. 

Toen mijn ouders daar kwamen zei mijn vader tot verbijstering van mijn moeder: ‘Ik ga naar de kerk.’ Do as the Romans do, moet hij gedacht hebben. Als een soort inburgeringscursus in Ermelo. Nou, dat heeft hij mooi drie weken volgehouden!

Mijn broers, ik heb drie oudere broers, waren de eerste in de wijde omgeving die hun haar lieten groeien, aan het einde van de jaren zestig. Toen zijn mijn broers van het Christelijk College in Harderwijk gestuurd, omdat hun haar te lang was. 

Later belde de rector mijn vader op dat dit toch echt niet kon waarop mijn vader antwoordde: ‘Weet u, de lengte van het haar van mijn zonen, ik vind niet dat ik daarover ga. Dus ik begrijp niet dat u daarover gaat.’ De rector stribbelde toen wat tegen en mompelde iets over fatsoen. Pa zei daarna: ‘U onttrekt mijn zonen aan de leerplicht, ik hoop toch wel dat u begrijpt wat voor juridische consequenties dit heeft?’ De volgende dag waren mijn broers weer welkom op de school en binnen een paar maanden liep iedereen daar met lang haar. 

Wij waren modern, en stads, en werelds en hoog opgeleid. En ja, we wisten het gewoon beter dan die mensen daar op de Veluwe. Dat idee heerste een beetje. Om je maar een idee te geven wat voor gevoel van buitenstaanderschap we hadden. Ik wil graag mijn eigen gang kunnen gaan. Je ziet zelf niet de agressie die je uitoefent op zo’n hechte, gesloten gemeenschap, maar ik denk toch dat wij dat onbewust deden met onze aanwezigheid.

Het is dan altijd gevaarlijk om iets te zeggen over het begin van mijn passie voor geschiedenis in mijn jeugd. Want als je terugkijkt en het probeert te reconstrueren, misschien construeer je het dan juist wel. Maar, het komt dan toch uit mezelf. Ik was altijd wel bezig met de tijd, het raadsel van de tijd. Wat Augustinus zei: ‘Als ik er niet over nadenk, snap ik wat het is, maar als ik erover ga nadenken, snap ik er niets meer van.’ Voor mij geldt dan: waar is het verleden? Ja, hier, in het heden! 

Ik denk ook weleens dat ik historicus ben geworden omdat er bij ons thuis heel veel geschiedenis aanwezig was. Ik bespreek het soms met mijn broers en die hebben dat helemaal niet, die kijken me raar aan. Maar als ik het dan uitleg, snappen ze me wel. Mijn ouders komen allebei voort uit een leefwereld die verdwenen was toen ik geboren werd. Nederlands-Indië bestond niet meer, dat koloniale leven was weg. Aan vaders kant de scheepsbouw die in de jaren zestig naar de knoppen ging omdat de bedrijfjes te klein waren en de industrie zich verplaatste naar lagelonenlanden. Ons huis in Ermelo stond tot de nok toe vol met allerlei spulletjes uit de voormalige kolonie. Ook hingen er allemaal relatiegeschenken van bedrijven die op de fles waren gegaan. 

Als ik naar mezelf kijk, ben ik opgegroeid tussen twee leefwerelden die verdwenen waren en tegelijkertijd mijn leven bepaalden. Die combinatie tussen dat wat verdwenen is, maar toch bepalend is in het heden, dat vind ik de magie van geschiedenis.

Ook komt er een andere herinnering in mij boven. Ik mocht voor het eerst mee op vakantie toen ik zes was. Daarvoor pasten opa en oma altijd op mij. We gingen naar Italië. Dat was voor mij het land van de Romeinen, van Asterix en Obelix. En ik dacht dat wanneer we Italië zouden binnenrijden, iedereen een helm op had en een toga droeg. Dat was dus helemaal niet waar, dat moet ik altijd even uitleggen maar dat is dus niet waar! En dat vond ik fantastisch, teleurstellend, maar ook bizar. Dat was dus iets van vroeger.

Op de Veluwe hadden we ooit koepelgrafbouwers, die leefden lang geleden op de heide. Toen we een keer de hond gingen uitlaten vroeg mijn vader: ‘Weet je wel waar je op zit?’ Ik antwoordde ontkennend. Hij legde uit dat ik op een graf zat. Onderin het heuveltje zat een dode begraven met enkele kostbaarheden. En dat vond ik ongelooflijk, wanneer ik de hond ging uitlaten en ik even ging zitten, dat er dan nog iemand onder mij zat die duizenden jaren oud was. In zijn eigen ruimte. Twee, drie meter onder mij was het dan dus vijfduizend jaar terug in de tijd. Het is er nu, maar het was er vroeger ook al. Dat ging allemaal door elkaar heen en het hield me ontzettend bezig. Geweldig vond ik het. Sindsdien heb ik mijn familie op uitjes en vakanties overal mee naar binnen gesleurd als het maar oud was. Tot vervelends toe, dat wel ja.

Het verleden is onbegrijpelijk ver weg en tegelijkertijd op grijpbare afstand, die combinatie vind ik fascinerend. Een historische sensatie, de kick van die tijden. De sensatie is er vaak al voordat het een gedachte wordt. Ik had als kind vaak al wanneer we een kerk gingen bezoeken, dat ik over de kruisweg ging lopen, de ommegang rond de kerk. Dan loop je in een traag tempo, en dan ineens ging je voelen dat er honderden, duizenden, tienduizenden mensen voor jou gedurende honderden jaren in hetzelfde tempo dezelfde stappen hebben gezet. Dat je als het ware samen gaat vallen met mensen uit een andere tijd in een omgeving die nauwelijks veranderd is. Ik stelde me dan voor dat ik letterlijk door de tijd viel, dat gevoel heb ik zo vaak gehad. Dat heb ik nog wel, dat het me soms overvalt hoe de tijden elkaar bijna raken en toch ook weer helemaal niet.

Voor mij is het wel iets dat ik sterk in mijn eentje ervaar. Ik ben ondertussen ook al weer jaren samen met mijn man dus die kijkt er inmiddels niet meer van op, maar het is wel iets dat mij persoonlijk overvalt. Het is een raar soort bewustzijn. Ik denk weleens dat het een zintuig is. Sommige mensen spreken over iets paranormaals, maar dat heb ik dan weer helemaal niet. Dit is mijn zesde zintuig, er staat vanzelf iets aan, zoals je gehoor. Bij mij is dat een gevoel voor de tijd, het verleden.

Als je die gevoeligheid voor de historie hebt, dan zie je zelf dat alles geschiedenis is. Alles wat er nu is, is een echo van de tijd. Zo’n zintuig, ja, dat heb je of dat heb je niet.

Ondanks dit zintuig kan ik wel zeggen dat ik geen typische geschiedenisliefhebber ben want ik ben nog steeds heel slecht in feiten. Ik moet dan ook nooit als historicus mee gaan doen aan quizzen want dan val ik totáál door de mand. Bij mij begint het bij die sensaties en de belangstelling die daaruit voortvloeit. Als geschiedenis geen kick is, dan hoeft het voor mij niet meer. Het heeft te maken met het raadsel van de tijd. Met de kick van het contact kunnen krijgen met iets dat voorbij is, dat we er iets uit kunnen halen dat betekenisvol voor onze eigen tijd kan zijn.

In die zin ben ik eigenlijk een slechte wetenschapper. Ik heb niet die onbetrokken distantie van de academische wetenschap. Dat interesseert me geen reet, echt helemaal niet. Hoe ouder ik word, hoe meer ik denk dat ik het niet moet willen. Ik wil me focussen op datgene wat mij interesseert, wat ik zelf leuk vind. Ik ben dan ook geen specialist, ik heb niet een tijdvak of een onderwerp dat ik fantastisch vind. Juist die val door de tijd, dat vind ik fascinerend. 

Zo ben ik dus een rare historicus, maar aan de andere kant: Johan Huizinga was dat ook en die is er toch leuk mee weggekomen, nietwaar? Nu wil ik me zeker niet vergelijken met Huizinga, maar ik ben ook mooi terechtgekomen!

Toen ik begon met studeren leerde ik dat we het verleden niet moeten belasten met de preoccupaties van het heden. Je moet het verleden op zijn eigen termen zien, de standplaatsgebondenheid. Dat vond ik lastig want ik vond juist dat vergelijken zo interessant. Het argument was dan dat we de geschiedenis anders niet goed konden beoordelen. Maar ik vind het echt onzin. Juist door vragen uit het heden als een soort zoeklicht op het verleden te projecteren zien we de verschillen. Nieuwsgierigheid is heel belangrijk.

Mijn manier van kijken naar het verleden, botst met de academische wereld. Er was een afstand tot de werkelijkheid. Ik was geen goede student en voelde me er niet op m’n plek. Eigenlijk zat ik er vooral zodat ik niet in militaire dienst hoefde, dat was mijn stok achter de deur. 

De vrijheid om op mijn manier te werken vond ik in de literatuur en de journalistiek. De kick van geschiedenis zit voor mij in het verhaal, waarin dubbelzinnigheden zitten. Je gaat ergens naartoe, maar je weet niet waar, je maakt een rare draai, en ineens kijk je vanaf een hele andere kant. De academische geschiedschrijving vond ik altijd zo braaf. Werken met een overzicht en overwicht suggereren terwijl je dat helemaal niet hebt. Diepgang? Ik vind dat totaal geen diepgang. Dat is zo plat als een dubbeltje. 

De werkelijkheid is vol wispelturigheid, willekeur en vreemdheid en wat wetenschap doet is alles ordenen en domesticeren. Dat gaat zo in tegen wat de werkelijkheid eigenlijk is, de verwondering wordt weggeslagen. De verrassing, de schrik, de angst, de openheid dat je niet weet wat er gaat gebeuren. De literatuur heeft niet voor niets de romanvorm meegekregen. Het is ook een manier om de wereld waarin wij leven te begrijpen. Ik denk dat de roman juist ontstaan is om al die ongewisheden en dubbelzinnigheden van onze werkelijkheid vorm te geven, zonder dat wat wetenschap doet: de werkelijkheid kapot te slaan. Literatuur zit vol met de werkelijkheid, met het leven zelf. Ik ben dol op die verwondering, dat gevoel dat het me geeft.

Mijn manier van denken en naar het leven kijken vond ik meer bij de verhalenvertellers, dan bij de academische historici. Sindsdien doe ik eigenlijk een mix in mijn programma’s en boeken! Ik hoef hierover geen gelijk te krijgen want iedereen moet het vooral op zijn eigen wijze doen. Van mijn omgeving trek ik mij eigenlijk niets meer aan, hetzelfde geldt voor wat anderen van mij denken. Dit vind ik fijn en leuk om te doen. Recensies lees ik daarom ook nooit, ik verander er toch niks aan. Ik heb mijn eigen omgeving waarin ik geen buitenstaander meer ben, ik kan mijn jas gelukkig nu wel uittrekken.’’