Journaliste Emma Curvers: ‘Ik doe altijd net iets te hard mijn best’
interview, gepubliceerd op 14 Oct 2020, door Nienke Groenewoud

Duizendpoot Emma Curvers (35) is werkzaam als journaliste bij de Volkskrant, waar ze tv-recensies, artikelen en columns schrijft. Daarnaast presenteerde ze de podcast Het Volkskrantgeluid. En of dat allemaal nog niet genoeg is, werkt ze ook nog eens aan haar tweede roman.

Ik spreek haar om erachter te komen hoe dit allemaal op haar pad is gekomen en hoe ze al deze ballen in de lucht weet te houden.

Emma CurversEmma Curvers is tv-recensent, columnist en podcast-host bij de Volkskrant (beeld: Boris Vermeersch).

Emma Curvers (1985) studeerde Audiovisuele Vormgeving aan de Kunstacademie, waar ze erachter kwam dat ze schrijven over films toch vele malen leuker vond dan films maken. Na deze opleiding volgde ze een bachelor Filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Het zijn geen opleidingen die je snel associeert met een carrière in de journalistiek, maar het schrijven blijkt een rode draad te zijn in haar leven. ‘Echt schrijven heb ik ook pas geleerd na mijn studietijd.’

Heb je wel altijd al iets gehad met schrijven?
‘Ik hield er altijd van. Ik schreef op de middelbare school verhalen met vriendinnen of we knutselden tijdschriften in elkaar. Toch vind ik het af en toe heel gek om, na er tien jaar aan gewerkt te hebben, te bedenken dat ik nu journalist ben. Ik heb het niet gepland, het is gewoon gebeurd.’

Stel je jezelf nu wel voor als journalist als mensen vragen wat je doet?
‘Tegenwoordig wel. Hiervoor noemde ik mezelf altijd schrijver, of columnist. Toen ik hoofdredacteur was bij Cineville, kon ik dat gebruiken om mezelf te omschrijven. Nu ik bij de Volkskrant werk, moet ik me er toch mee verzoenen dat ik nu echt journalist ben.’

Curvers schreef columns op haar blog, in Folia, het blad van CJP en de Uitkrant. Ze rolde van het ene in het andere en kwam terecht bij Cineville als hoofdredacteur. ‘Het was een bedrijf vol jonge mensen, een vriendengroep eigenlijk, waar ik van alles kon uitproberen. Ik leerde interviewen, langere stukken schrijven en filmpjes maken. Toch ben je op een gegeven moment uitgeleerd en klaar voor iets anders.’

Kwam je toen bij de Volkskrant terecht?
‘Ja, eigenlijk wel. Na mijn studie schreef ik wel eens stukken voor het Parool of de Volkskrant, en zo ben ik uiteindelijk bij die laatste terecht gekomen. Het was wel eng. Ik vond het altijd fijn om van een kleiner medium langzaam iets groters te maken. Nu voelde ik meer druk, omdat het door meer mensen gelezen werd. Ik wilde ergens het gevoel vasthouden dat ik voor een blog met drie lezers schreef.’

Heb je dat angstige gevoel nog steeds?
‘Bij recensies of columns heb ik dat niet meer, omdat dat een vaste vorm is en ik ondertussen weet dat ik dat kan. Ik heb dat gevoel sneller bij grote projecten, waar je nieuwe dingen moet doen. Toch is dat ergens wel goed, omdat je op die manier nieuwe onderwerpen leert kennen.’

Raak je wel eens uitgekeken op onderwerpen?
‘Op een bepaald soort artikelen wel. Dan wordt het saai. Er was een periode dat ik veel in opdracht over feminisme schreef, maar ik kan niet elke keer schrijven dat je blij moet zijn met je lichaam zoals het is, en dat er veel druk is vanuit het patriarchaat. Dat brave verhaaltje was ik op enig moment wel kotsbeu. De onderwerpen interesseren je natuurlijk nog steeds, maar je kunt niet hetzelfde blijven schrijven.’

Voordat Curvers tv-recensies schreef bij de Volkskrant, schreef ze stukken over onder andere popcultuur, kunst en films. ‘Ik schreef vaak over kleine culturele fenomenen die ik veelzeggend of interessant vind, zoals de polonaise, waarom filmhonden altijd doodgaan, waarom mensen in de rij staan in pretparken, dat soort dingen. Dat waren dingen die ik zelf leuk vond, en die vaak met entertainment, media of feest te maken hadden. Bij de krant dachten ze dat ik ook wel recensies kon schrijven, dus dat ben ik toen maar gaan doen.’

Het is even stil. ‘Het klinkt nu heel erg alsof mijn leven min of meer gebeurd is, en ik langs de zijlijn stond.’

Voelt dat ook zo voor jou?
‘Nee, het lijkt misschien alsof alles van een leien dakje is gegaan, maar het ging helemaal niet vanzelf. Ik heb heel hard en veel gewerkt. Ik doe eigenlijk bij alles net iets te hard mijn best. Dat doe ik in mijn leven en dus ook op stukken, en ik ga altijd een beetje te ver. Ik denk dan ook altijd dat dingen dáárom lukken. Ik ben jaloers op mensen die klaar zijn als het ‘prima genoeg’ is. Dat moet ik nog leren.’

Je doet ook heel veel. Naast columns en recensies, presenteer je ook nog de podcast.
‘Ja, dat klopt! Dat ligt helaas even stil nu vanwege de coronacrisis, maar het was heel leuk om te doen. Ik leerde heel goed om live te interviewen.’

En je werkt nu aan je tweede roman. Wat vind je zo leuk aan het schrijven van boeken?
‘Ik vind het sowieso fijn om meerdere dingen in mijn pakket te hebben. Mijn eerste boek, Iedereen kan schilderen, wilde ik gewoon per se schrijven. Waarom je iets wil maken, is best moeilijk om te beantwoorden. Je hebt een verhaal dat je zelf de moeite vindt en waarvan je hoopt dat anderen er iets aan zullen hebben, dat het iets toevoegt, maar een boek schrijven is natuurlijk ook een ontzettende ego-kwestie.’

Hoe heb je hier allemaal tijd voor?
‘Ik publiceerde mijn eerste boek in 2014, toen ik een veel rustiger leven had. Nu is het lastiger geworden om het erbij te doen. Ik ben altijd aan het plannen en aan het vechten voor tijd. Dan hoop ik maar dat ik genoeg discipline heb om me aan mijn planning te houden. Ik moet er rekening mee houden dat het geen werkweek is, van maandag tot vrijdagmiddag. Soms heb ik wel eens medelijden met mezelf, maar dan bedenk ik dat ik het allemaal zelf heb bedacht. Ik ben alleen zelf schuldig aan dat plan.’

Wat hoop je nog te bereiken in de komende paar jaar?
‘Ik heb me tot nu toe vaak met de ‘lichte kant’, of eerder het ‘fun-katern’, beziggehouden. Dat vind ik nog steeds heel leuk, maar ik merk dat ik de behoefte heb om meer onderzoek te doen en dieper in dingen te duiken. Ik wil me nu verder bekwamen als journalist. Want even voor de duidelijkheid: ik heb nooit geleerd hoe dit moet. Dat leer ik gewoon al doende. Ik begon met columns, die gingen over mij. Toen ik stukken ging schrijven, moest ik opeens mensen bellen en quoten. Ik had geen idee hoe dat moest. Gaandeweg heb ik dat onder de knie gekregen. Nu leer ik nog steeds van collega’s. Ik denk dat ik nog heel veel te leren heb, nu ik echt heb geaccepteerd dat ik journalist ben.’